Ooit meegemaakt dat werkgevers de acties voor meer salaris van hun werknemers en de vakbonden luidkeels steunen? Het gebeurt nu, in het onderwijs. De VO-raad en de PO-Raad hebben zich geschaard aan de zijde van de vakbonden, die in een brief aan premier Rutte en de ministers Kaag en Wiersma 12 procent structurele salarisverhoging eisen voor de hele onderwijssector. Voor alle duidelijkheid: die raden vertegenwoordigen niet de ‘scholen’, zoals zij zelf graag zeggen, maar de schoolbesturen; het zijn werkgeversverenigingen. Wel zijn deze bazen volledig afhankelijk van geld dat ze van de overheid krijgen. Vandaar dat ze nu in koor met de leraren onderwijsminister Wiersma smeken om meer geld, om de komende salarisverhogingen te betalen.
De bonden AOb, CNV, FNV willen op 16 juni uitsluitsel over die gevraagde 12 procent verhoging, anders wordt er in september gestaakt. De kleinste en felste vakbond, Leraren in Actie, onderhandelt niet mee – waarom niet? De PO- en VO-raad sluiten zich dus wel vroom aan, waarmee ze doen alsof de verantwoordelijkheid voor behoorlijke lerarensalarissen niet bij hen ligt. Terwijl in het verleden veel overheidsgeld bestemd voor leraren, leerlingen en werkdrukverlichting in het zwarte gat van de lumpsum verdween.
Ik begrijp de strategie van de bonden wel: spreek de verantwoordelijke minister aan, dan moet die ook antwoord geven. Natuurlijk zouden onderwijssalarissen en vaste aanstellingen rechtstreeks onder het ministerie van Onderwijs moeten vallen, en moeten we af van het ellendige systeem van de lumpsum. Maar ja, zover is het helaas niet. De minister zelf zit niet aan de onderhandelingstafel, daar zitten de werkgevers. In eerste instantie verwees minister Wiersma dus vriendelijk terug naar hen.
Afgelopen donderdag kreeg Wiersma een rol met handtekeningen van onderwijspersoneel in handen geduwd. Hij zei alle begrip te hebben voor de actievoerders, want ja, de boodschappen worden duurder. Hij zou zijn best doen bij het kabinet, echt. Maar beloven kon hij natuurlijk niets. Zo loopt iedereen glimlachend over van begrip en verwijst iedereen naar een ander, maar meer dan 5 procent verhoging zit er waarschijnlijk niet in.
De gevraagde 12 procent is terecht. Meer dan inflatiecorrectie is het niet. Vorig jaar kregen leraren er 4,75 procent bij, maar dat werd volkomen tenietgedaan door de inflatie, die in 2022 10 procent was en in 2023 doorging. Leraren deze correctie in tijden van een lerarentekort niet gunnen terwijl anderen, ook ambtenaren, die wel krijgen, is dom. Dure zuinigheid. Niet gek dat afgestudeerden van lerarenopleidingen, die overal werk kunnen vinden, elders rondkijken, of na korte tijd afhaken.
Een goede zet van de AOb is dat hij van het kabinet wil weten hoeveel geld bestuurders krijgen voor loonstijgingen. Hè? Was dat dan niet bekend? Nee. Dat was geheim. Het ministerie van Onderwijs weigerde het verzoek om openheid. Nu stapt de bond naar de rechter.
De VO- en PO-raad komen intussen met eigen oplossingen voor het lerarentekort. Zij vinden dat ‘het bevoegdhedenstelsel optimaler kan worden ingericht’. Wat dat precies betekent is onduidelijk, maar ik vrees dat ze de hand willen lichten met bevoegdheden. In de praktijk betekent dat altijd dat de eisen omlaag gaan. Een voorproefje is een personeelsadvertentie op LinkedIn voor een leraar Nederlands, waarin ook pabo-afgestudeerden en pabo-studenten worden uitgenodigd te solliciteren.
Dit is precies wat er níét moet gebeuren om het leraarschap aantrekkelijk te maken en de leerprestaties te verbeteren. Vakdocenten beheersen een vak. Sollicitanten met een serieus diploma verdienen een baan die wat voorstelt, en een aan hun bevoegdheid gekoppeld goed salaris. Het lerarentekort is ernstig, maar een kenniscrisis is rampzalig.
Source: Volkskrant