De ervaren senator Niko Koffeman van de Partij voor de Dieren ziet de verkiezing van de nieuwe Eerste Kamer op 30 mei als een ‘ongekend’ kantelpunt. De stemmingen in de Provinciale Staten zullen in zijn ogen de machtsgreep van de agrarische sector in de Eerste Kamer bekrachtigen: ‘We hebben nog nooit meegemaakt dat een aantal commercieel belanghebbenden een eigen politieke partij opricht en dan vervolgens de grootste partij wordt in een vertegenwoordigend lichaam.’
Koffeman erkent dat ‘Big Agro’ – de verzamelnaam voor voederbedrijven, machinebouwers, slachterijen en andere bedrijven die belang hebben bij een grote veestapel – niet direct BBB heeft gesponsord, maar volgens de PvdD-nestor is er wel een klimaat geschapen waarin de partij van Caroline van der Plas kan floreren. Agrarische bedrijven sponsorden de boerenprotesten en hielpen mee met de verspreiding van omgekeerde vlaggen. Reclamebureau Remarkable, dat ook werkt voor grote bedrijven als Bayer en Agrifirm, was de drijvende kracht achter de oprichting van BBB.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever voor de Volkskrant. In 2022 kreeg hij de journalistieke prijs de Tegel voor zijn onthullingen over de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden en co. Hendrickx was eerder correspondent in de VS en Rusland.
Koffeman: ‘In 2022 maakte iedereen zich zorgen dat de boeren met tractoren het Binnenhof zouden bestormen. Dat kon voorkomen worden door de inzet van grote legervoertuigen, maar de bestorming van het parlement is alsnog een feit als zometeen zestien vertegenwoordigers van die tractoren hun zetel in de Eerste Kamer innemen. Je zou kunnen zeggen dat het op een democratische manier verloopt, maar als het volledig geïnstigeerd is door Big Agro, hoe democratisch is het dan nog?’
Is de door Koffeman waargenomen agrarische coup ook terug te zien in de samenstelling van de nieuwe BBB-fractie in de Eerste Kamer? De exacte invulling van de fractie staat nog niet helemaal vast – de verdeling van de restzetels wordt pas dinsdag duidelijk – maar zeker is dat er binnen de fractie meerdere lijnen lopen richting de agrarische sector.
De nummer twee op de lijst, Bart Kroon, heeft bij tal van grote ‘agri- en foodbedrijven’ gewerkt, al is hij nu interim-bestuurder bij Rodruza, een producent van bakstenen. Kroon is daarnaast wel nog toezichthouder bij een uitzendbureau voor de agrarische sector en bij Voergroep Zuid, een grote voerleverancier.
Dat laatste bedrijf was tijdens de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen een van de sponsoren van de campagne ‘Geef Boeren Toekomst’, die via commercials het belang van de agrarische sector benadrukte. De door belangengroep ZLTO mede gecoördineerde publiekscampagne had geen directe link met BBB, maar ontwikkelde wel een kieswijzer die ongeacht de voorkeuren van de gebruiker altijd adviseerde om op de partij van Van der Plas te stemmen.
Een andere opvallende nieuwkomer is de nummer zeventien op de BBB-lijst, Tekke Panman. Die Haagse interim-manager zal vrijwel zeker in de Eerste Kamer komen, omdat een andere BBB’er die hoger op de lijst stond de voorkeur geeft aan een plek in een waterschap. Panman werkte tot voor kort bij Lely, een bedrijf dat stalsystemen ontwikkelt om de stikstofuitstoot te verminderen. Volgens BBB kan Lely een cruciale rol spelen in het oplossen van de stikstofcrisis. Partijleider Van der Plas stelde al eens voor om het stalsysteem Lely Sphere onder alle boeren te verspreiden. ‘Dat is tien keer goedkoper dan het opkopen van boeren.’
De belangrijkste vertegenwoordiger van de agrarische sector is de nummer drie van BBB Gert-Jan Oplaat, een fulltimelobbyist voor kippenslachterijen. De ex-VVD’er is voorzitter van het dagelijks bestuur van Nepluvi, de vereniging van de pluimveeverwerkende industrie, én president van Avec, de Europese brancheorganisatie voor pluimveeslachterijen en kipverwerkers. Oplaat gaat een dag minder per week werken voor de slachterijen, maar zal naast zijn werk als Eerste Kamerlid wel belangenbehartiger blijven.
In de nieuwe Eerste Kamer zullen alle ogen gericht zijn op de BBB, maar de partij van Caroline van der Plas komt terecht in een instituut waarvan de leden van oudsher ook andere belangen hebben. Het senatorschap is een bijbaan, behalve de gepensioneerden doet iedereen er iets naast.
Oplaat is met zijn dubbelrol van lobbyist en senator dan ook geen uitzondering. In de huidige Eerste Kamer is D66-senator Carla Moonen voorzitter van de branchevereniging NLIngenieurs, die opkomt voor de belangen van advies- en ingenieursbureaus, al opereert zij wel meer op afstand. Moonen, een voormalige raadsadviseur van premier Rutte, zal door de slechte uitslag van D66 naar alle waarschijnlijkheid niet terugkeren in de senaat.
GroenLinks-voorman Paul Rosenmöller behartigde in het verleden als voorzitter van VO-raad de belangen van schoolbestuurders en scholen, maar heeft die functie inmiddels vaarwel gezegd. CDA’er Niek-Jan van Kesteren, ooit de meesterlobbyist van werkgeversorganisatie VNO-NCW, is nu betrokken bij de lobbyclubs voor de schoonmaakbranche en de groentekassen. Van Kesteren nam die functies aan nadat hij al Eerste Kamerlid was geworden, iets wat vaker gebeurt. Het kan voor marktpartijen en maatschappelijke organisaties aantrekkelijk zijn om een Eerste Kamerlid binnen te halen, niet alleen vanwege de nabijheid tot de beslissingsmakers in Den Haag, maar ook door connecties met andere Eerste Kamerleden en hun netwerken.
Hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’eert, die door de Eerste Kamer werd geraadpleegd bij de ontwikkeling van de in 2019 ingevoerde nieuwe gedragscode integriteit, had liever gezien dat professionele belangenbehartigers waren geweerd uit de Eerste Kamer. ‘Ik vind dat jij zo’n lobbyfunctie moet afstoten als je zitting neemt in een parlement. In andere landen is dat heel gebruikelijk, maar de Eerste Kamer is daarvoor teruggeschrokken.’
Bovend’eert meent dat Kamerwerk en commerciële lobbyactiviteiten onherroepelijk door elkaar gaan lopen. ‘Een Kamerlid dat op dinsdag een minister controleert, loopt op woensdag als lobbyist weer de werkkamer van die bewindspersoon binnen om op te komen voor de belangen van zijn opdrachtgever.’
Bij Kamerleden die in dienst zijn van een individueel bedrijf of instelling, hoeft dat volgens de hoogleraar geen groot probleem te zijn, omdat er zelden wetgeving voorbijkomt die gericht is op één bedrijf of een specifiek belang. ‘Als dat wel het geval is, moet een Kamerlid daar transparant over zijn. Het is verstandig dat betrokkenen in ieder geval niet deelnemen aan beraadslagingen over het onderwerp waar een hoogst persoonlijk specifiek belang speelt en zich dan ook onthouden van stemming.’
Senatoren als Edith Schippers (bestuurder bij DSM) en Koffeman (medeoprichter van Those Vegan Cowboys, producent van vegan voedsel) lopen volgens die theorie minder risico dan een Eerste Kamerlid die belangenbehartiging als beroep heeft.
BBB’er Oplaat is het daar niet mee eens. ‘Ik zie het hele probleem niet. Ik heb geen enkel persoonlijk belang, behalve mijn werk bij de pluimveesector en dat is een belang voor heel veel mensen. Er werken in Europa 370 duizend mensen in de sector en 97 procent van de mensen eet vlees. Ik heb zelf al besloten om niet het woord te gaan voeren over het dossier rond de slachterijen. Maar ik rijd ook auto, mag ik dan geen contact meer hebben met de minister van Infrastructuur?’
De reactie van Oplaat past in de traditie van de Eerste Kamer. Er ontstaat geregeld discussie over de deelbelangen die in het parttime-parlement vertegenwoordigd zijn, maar veel verandert er niet. In 2019 is wel een nieuwe gedragscode integriteit bekrachtigd na publicaties over VVD-senator Anne-Wil Duthler, die stemde over een wet waar ze zelf advies over had gegeven aan het ministerie. Sindsdien moeten senatoren al hun betaalde en onbetaalde (neven)functies registreren, inclusief een korte beschrijving van hun werkzaamheden.
Als de schijn van belangenverstrengeling dreigt, kunnen ze daar op aangesproken worden door de sinds enkele jaren actieve ‘externe vertrouwenspersoon integriteit’. Ook zijn er tweemaal per jaar integriteitssessies over mogelijke belangenverstrengeling, al blijft de eindverantwoordelijkheid altijd liggen bij het individuele Kamerlid. Volksvertegenwoordigers hebben een grondwettelijk verankerd ‘vrij mandaat’. Ze hebben daardoor veel ruimte om zelf te bepalen hoe ze willen functioneren. Het idee is dat de kiezer er uiteindelijk zijn oordeel over kan vellen.
Eerste Kamerleden kunnen nog steeds werkzaamheden verrichten voor een ministerie die ze als senator moeten controleren. Zo werkt de nieuwe CDA-senator Janny Bakker als bestuursvoorzitter voor Movisie, een kennisinstituut dat deels wordt gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Ook op andere terreinen houden Eerste Kamerleden meerdere petten op. CDA-senator Ria Oomen voerde vorige week het woord over de nieuwe pensioenwetgeving, terwijl ze bestuurder is bij pensioenfonds PWRI. Henriëtte Prast van Partij voor de Dieren is toezichthouder bij een pensioenuitvoerder, maar nam toch deel aan het debat. Rosenmöller, bestuurder van pensioenfonds ABP, stemt dinsdag ook mee, al bemoeide hij zich naar eigen zeggen niet met interne beraadslagingen en volgt hij de lijn van de fractie.
Bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis Bert van den Braak, die twee boeken schreef over de Eerste Kamer, ziet anders dan Koffeman dan ook geen kantelpunt in de entr Source: Volkskrant