Maarten en Nicolien Koning hebben op het Pieterpad het landgoed van Kasteel Vorden in de Achterhoek bereikt, het officieuze midden van de route, als een jongeman aanbiedt een foto van ze maken. Ze staan bij de plaquette waarop de twee bedenksters van ’s lands bekendste wandelroute (anno 1983) worden geëerd, Toos Goorhuis-Tjalsma uit Tilburg en Bertje Jens uit Groningen.
De voetsporen van de twee vrouwen, wandelpioniers die al voor de Tweede Wereldoorlog door het land trokken, zijn in het bos vereeuwigd op de plaquette, letterlijk. Afdrukken van hun schoenen zijn gegoten in brons. Nicolien vindt het een goed idee, een foto, Maarten geneert zich en wordt nerveus. Gekibbel, een vaste gewoonte van het wandelende echtpaar van onbestemde leeftijd, blijft ditmaal uit.
Over de auteur
Paul Onkenhout werkt sinds 1990 voor de Volkskrant. Hij schrijft over media, muziek en voetbal.
Nicolien duwde Maarten naar de twee afdrukken aan de linkerkant. Zelf nam ze een wandelhouding aan in de twee andere voetsporen. Terwijl de overige drie wandelaars lachend toekeken, zwaaide ze gespeeld uitgelaten in de richting van de camera. Maarten dwong met enige moeite zijn mondhoeken tot een lachje.
De gemarkeerde route van Pieterburen in het uiterste noorden van Groningen naar de Sint-Pietersberg ten zuiden van Maastricht, bestaat deze week veertig jaar. In Op Pieterpad beschrijft Wim Huijser de lotgevallen van Maarten en Nicolien Koning tijdens hun ruim 500 kilometer lange wandeltocht.
Dat is om twee redenen bijzonder. Maarten en Nicolien bestaan niet, althans niet echt, alleen in de verbeelding. Ze kwamen tot leven in Het Bureau, de kolossale romancyclus voor fijnproevers van J.J. ‘Han’ Voskuil die tussen 1996 en 2000 verscheen, en in het debuut van de schrijver, Bij nader inzien uit 1963. Ze zijn wandelaars; kibbelende wandelaars – én de alter ego’s van Voskuil zelf en zijn vrouw Lousje.
Huijser is een bewonderaar van het werk van Voskuil. Hij gaf de schrijver een plek in Hier loop ik dan, een bloemlezing met fragmenten uit de Nederlandse wandelliteratuur. In de verhalenbundel Aan de Wandel (2021) transporteerde hij het echtpaar al eens eerder naar het heden. Ook in Op Pieterpad, een kroniek in honderd korte delen, krijgen Maarten en Nicolien een nieuw leven in de Nederlandse literatuur, wandelend en worstelend met de moderne tijd.
Op het landgoed in de Achterhoek staat langs de route behalve de plaquette ook een houten wegwijzer, de derde al die sinds 1983 in gebruik is genomen. Naar de Sint-Pietersberg is het hier vandaan nog 256 kilometer, naar Pieterburen 232 kilometer – het bewijs dat het midden van de route zich elders bevindt. Het kasteel bij Vorden is desondanks een markant punt, weten wandelaars. Hier eindigt de eerste officiële routegids van het Pieterpad en begint deel twee.
‘Nou, dit is dan de helft’, sprak Maarten.
Met een kritische blik bekeek Nicolien de armen van de handwijzer, met daarop de vermelde afstanden in vier richtingen, waaronder die naar Bergen aan Zee.
‘Maar het is helemaal niet de helft’, zei ze verontwaardigd. ‘Het is nog 256 kilometer naar de Pietersberg, terwijl we er pas 232 hebben gelopen. Dan hadden ze dat bord veel dichter bij Zelhem moeten zetten’.
Een betere plek om af te spreken met Maarten Goorhuis (58) is desondanks niet denkbaar. Toos Goorhuis is zijn moeder. Hij was er in 1983 als 18-jarige jongen bij toen de wegwijzer in aanwezigheid van zijn moeder en haar vriendin Bertje werd onthuld door een staatssecretaris van economie en toerisme die vooral vanwege zijn voornaam was geselecteerd, Piet van Zijl.
‘Het was een bijzondere dag voor mijn moeder, ze had nooit verwacht dat het Pieterpad zo’n succes zou worden. Tante Bertje en zij liepen omdat ze er aardigheid in hadden. De enige reden dat ze onderweg aantekeningen maakten, was omdat het misschien leuk was voor de kinderen, of voor vrienden. Het was nooit de bedoeling om ze te publiceren.’
Sinds vorig jaar is Maarten Goorhuis directeur-bestuurder van de Stichting Pieterpad, de organisatie die de route beheert. ‘Een droom is uitgekomen, het moest zo zijn.’ Hij gaf er zijn baan in het afvalbeheer voor op. Voor intimi kwam het niet als een verrassing, hij was de ideale kandidaat.
Als vrijwilliger was Goorhuis al dertig jaar bij de organisatie betrokken, uit liefde voor het pad dat zijn moeder en haar huisvriendin uit Groningen eind jaren zeventig begonnen te ontwikkelen. Niemand kent het pad beter dan hij. Hij maakt de gidsen, beheert de website en onderhoudt de contacten met de ongeveer veertig vrijwilligers die het pad en de rood-witte markeringen controleren. ‘Ik kan de route inmiddels bijna blind lopen.’
Het verhaal van het Pieterpad is een succesverhaal. Het aantal wandelaars dat de route loopt, of een van de 26 etappes, schommelt jaarlijks tussen de dertig- en vijftigduizend en groeit gestaag. Corona gaf de populariteit een flinke boost. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar de trend is onmiskenbaar. Goorhuis baseert zijn schatting op eigen indrukken en de verkoop van de officiële, tweedelige routegids met kaarten, routebeschrijvingen en wetenswaardigheden.
Toos Goorhuis (1915-2004) en Bertje Jens (1913-2009) verdeelden hun beschrijving van het Pieterpad destijds over vier gidsen. Het vierde deel verscheen in 1983 en de publicatie werd aangegrepen voor de officiële opening. Goorhuis laat de eerste uitgave van het eerste deel zien, gepubliceerd in 1981 en geschreven en geredigeerd door zijn moeder.
‘Het Pieterpad is geboren uit het verlangen ook in Nederland een wandelroute tot stand te brengen, die vergelijkbaar zou zijn met de lange doorgaande wandelroutes zoals die elders in Europa al veel langer bestaan’, schrijft ze. Omdat de route zoveel mogelijk door stille natuurgebieden voert ‘is er onderweg als regel niet veel gelegenheid een horecagelegenheid aan te doen’. Wandelaars krijgen het advies ‘enige leeftocht bij zich te hebben’ en vooral ‘iets te drinken, of dorstlessend fruit’.
Maarten Goorhuis herinnert zich in de eerste plaats de knickerbocker die zijn moeder droeg tijdens wandelingen. Verder de wandelvakanties, ‘die vond ik als jongen superstom’. Elke zondagmiddag werd er gewandeld.
De vriendin van zijn moeder werd in het gezin tante Bertje genoemd, ze was in Tilburg kind aan huis. De twee vrouwen, progressief, ontwikkeld en ondernemend, hadden elkaar in de oorlog leren kennen toen ze bij de Rekkense Inrichtingen werkten, een instituut voor psychiatrische patiënten. Ze hielden ook daarna contact en gingen samen het land in om wandelingen te maken.
Een wandeltocht in het Zwarte Woud in Duitsland bracht ze op het idee voor het Pieterpad, een naam en een route die marketingtechnisch goud waard bleek te zijn. Zoveel mogelijk onverharde paden, was het streven, en zo doelgericht mogelijk, van noord naar zuid. Als partner werd het Nivon gekozen, de Nederlandse tak van de Internationale Natuurvrienden.
Het Pieterpad sloeg vooral aan bij een specifieke groep, wezen onderzoeken uit. Het lange-afstandswandelpubliek bestond in de eerste jaren voor het merendeel uit ‘zeg maar, Volkskrant- en NRC-lezers en studenten’, zei Toos Goorhuis in 1994 in het wandeltijdschrift Op lemen voeten. ‘Wat meer ontwikkelde mensen dus, links georiënteerd en vaak ook alternatief’. Mensen zoals zijzelf en Bertje Jens. Goorhuis was jarenlang bestuurslid bij de VPRO, Jens was jurist en schreef een standaardwerk over de ethiek van maatschappelijk werk.
Niet voor niets kozen ze voor het Nivon, en niet voor de ANWB: ‘Te groot, te commercieel.’ Om dezelfde reden werd een advies in de wind geslagen om de officiële opening van het pad in 1983 in Vorden te laten verrichten door Pieter van Vollenhoven. ‘Die is nogal op publiciteit, die doet dat vast wel’, kreeg Toos Goorhuis te horen. ‘Maar ik vond dat ik bij een rode club niet kon aankomen met een lid van de koninklijke familie’.
Dat, zegt haar zoon, is veranderd. Het publiek is diverser van samenstelling dan in het begin. ‘Wandelen is geen linkse hobby meer, we bereiken nu ook de AD- en Telegraaf-lezers. En het publiek is verjongd. Ik merk het aan de verkoop in de webshop en op onze Facebookpagina. Wandelen noemen ze hiken en Pieterpad is een challenge voor ze. En misschien speelt vliegschaamte ook wel een rol.’
Miljoenen mensen hebben het pad, of een deel ervan, inmiddels gelopen. ‘Het meest gehoorde commentaar is dat mensen zeggen dat ze niet wisten hoe mooi ons land is. Mond-op-mondreclame helpt ons enorm. Mensen ervaren hoe mooi en fijn het is om de hele dag buiten te zijn, in de natuur en los van alle dagelijkse beslommeringen. Het is heel eenvoudig, maar als je het doet, merk je hoeveel het je oplevert.’
Het Pieterpad is voortdurend in beweging. De eerste lengte, in 1983, was 460 kilometer, de huidige 505. In de tiende druk van de gidsen, binnenkort voltooid, is zestig kilometer van de route vernieuwd. Soms worden nieuwe mogelijkheden ontdekt, soms dwingt de aanleg van een industrieterrein of een rondweg Goorhuis tot alternatieven, of anders wel een voetgangerspont die uit de vaart wordt genomen.
‘Gesprekken met gemeenten verlopen soms moeizaam. Soms gaan er járen overheen voordat er een besluit wordt genomen. Het lijkt erop dat wandelaars nog steeds onderaan in de pikorde staan. Het is makkelijker om een fietspad gerealiseerd te krijgen dan een wandelpad. Source: Volkskrant