In de mondiale strijd tussen democratie en autocratie is de uitslag van de presidentsverkiezingen in Turkije een tegenvaller. Terwijl autoritaire leiders als Trump en Bolsonaro nipt verloren, behaalde de Turkse president Recep Tayyip Erdogan een kleine overwinning. In de campagne voor de tweede ronde liet oppositieleider Kemal Kiliçdaroglu zich van zijn lelijkste kant zien door Erdogan te overtreffen in xenofobe demagogie, maar hij beloofde in elk geval herstel van democratie.
Te vrezen valt dat Erdogan de komende vijf jaar zal doorgaan met het vervolgen van tegenstanders, het breidelen van de persvrijheid en het centraliseren van de macht rond zijn persoon. Daarnaast dreigt de positie van vrouwen te worden aangetast, omdat Erdogan een wet wil afschaffen die vrouwen tegen geweld beschermt.
Voor de Europese Unie betekent de herverkiezing van Erdogan dat het strategisch zo belangrijke Turkije een grillige en opportunistische bondgenoot zal blijven. Veel analisten verwachten dat hij zijn verzet tegen het Navo-lidmaatschap van Zweden zal staken nu hij niet langer de nationalistische kaart hoeft te spelen om herkozen te worden. Zeker is dat niet. De Zweedse toetreding blijft voor Erdogan een geschikt middel om de aandacht af te leiden van andere problemen, zoals de economische malaise die door zijn wanbeleid is verergerd.
De campagne werd gekenmerkt door een sterk oplevend nationalisme, bij alle partijen. In een wanhopige poging het tij te keren, keerde oppositieleider Kiliçdaroglu zich tegen de Syrische vluchtelingen in Turkije, in nog sterkere bewoordingen dan Erdogan. Door inflatie en economische tegenwind is het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen sterk verminderd. Ook Erdogan verklaarde dat de Syriërs moeten vertrekken.
Dat is allereerst slecht nieuws voor de Syriërs die een bestaan hebben opgebouwd in Turkije. Ook de EU dreigt met een nieuw migratieprobleem te worden geconfronteerd. De grenzen van de ‘opvang in de regio’ komen in zicht – ook in Libanon groeit het verzet tegen opvang van Syriërs – terwijl het aantal migranten op de routes over de Middellandse Zee toeneemt.
De presidentsverkiezingen lieten zien dat de Turkse democratie nog niet dood is, hoewel de campagne allerminst eerlijk verliep. Erdogan gebruikte financiële middelen van de staat voor zijn herverkiezing. Daarnaast controleert hij de meeste media, waardoor hij veel meer aandacht kreeg dan zijn tegenstander. Niettemin wist de oppositie een tweede ronde af te dwingen. Ondanks alles heeft Turkije nog altijd een maatschappelijk middenveld dat zich moeilijk laat beheersen door een autocratische leider. Maar waarschijnlijk zal de speelruimte voor de oppositie de komende vijf jaar verder beperkt worden, waardoor het steeds moeilijker wordt om de regerende AK-partij te verslaan.
Hoewel er onregelmatigheden zijn geconstateerd, wordt de uitslag van de verkiezingen niet betwist. Dat is een verontrustende boodschap voor de democratische wereld. Een meerderheid van de Turken, vooral in het conservatieve hartland van Anatolië, wordt niet afgeschrikt door de aantasting van de vrijheid en de rechtsstaat. Voor zijn aanhangers is Erdogan de ‘sterke man’ die hen zal beschermen en de status van Turkije zal vergroten, ook al leidt hij zijn land steeds verder in de richting van een autocratie.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant