Home

Opinie: Weet hoe landschap vroeger werd gebruikt, en je kunt de natuur veel beter herstellen

Nederland is druk met de transitie van het landelijk gebied. Onze ruimtelijke inrichting en functies zullen flink moeten veranderen, willen we de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken en komen tot een klimaatneutraal landelijk gebied.

Deze ambitie is verwoord in de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. De doelen voor dit programma worden nu uitgewerkt door provincies in gebiedsprogramma’s. Deze programma’s hebben alleen kans van slagen met een zorgvuldige, integrale en acceptabele aanpak. Om het landelijk gebied duurzaam te herstellen en in te richten, kun je niet om historische landschapsecologie heen.

Over de auteurs
Harm Smeenge is expert landschapsecologie & historische ecologie, Ariët Kieskamp is Expert landschapsecologie en Mirjam Broekmeijer beleidsmedewerker. De drie auteurs zijn verbonden aan de Bosgroepen, die adviseren bij duurzaam beheer en ontwikkeling van bos en natuur.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De ‘gezondheid’ van de natuur hangt af van hoe een landschap is gevormd en veranderd en in welke mate deze historische kenmerken nog aanwezig zijn. Hoewel het voor een duurzame inrichting verleidelijk is om direct vooruit te kijken, moeten we eerst achterom kijken. Waar komt ons huidige landschap vandaan? En welke aanknopingspunten geeft die informatie voor de uitdagingen in de toekomst?

Ons landschap is ontstaan onder invloed van verschillende factoren. Grondwaterstromingen, bodemsamenstelling en voormalig grondgebruik hebben geleid tot onvoorstelbare mozaïeken in plantenbegroeiing en in de bijbehorende diersoorten. Veel landschappen zijn echter niet alleen achteruitgegaan in kwaliteit van water, bodem, lucht en dus ook biodiversiteit, ze zijn de afgelopen decennia ook steeds meer op elkaar gaan lijken.

Van ‘gebruiksfunctie volgt landschap’ is allang geen sprake meer. Het gevolg: landgebruik of maatregelen die geen recht doen aan het lokale, ooit zo kenmerkende landschap. Zo zijn onze kleinschalige structuren en ‘overhoekjes’, die juist zo belangrijk zijn voor biodiversiteit, in de loop der jaren door schaalvergroting opgeruimd. Daarnaast kunnen gewassen op steeds meer plekken in het landschap worden geteeld, ook al is dat vanuit het landschap onlogisch: zo worden natte beekdalen diep ontwaterd ten behoeve van maisproductie.

Door de komst van (goedkope) kunstmest is het vanaf halverwege de vorige eeuw bovendien niet meer nodig om gronden te bevloeien met beekwater. Terwijl het bevloeien niet alleen nuttig was voor de bemesting (aanvoer van mineralen via het water), maar het bestreed ook de minder wenselijke bewoners van een gras- of bouwland: mollen en emelten, de larven van langpootmuggen die een hoop schade aan landbouwgewassen kunnen aanrichten. Bovendien werd de afvoer van water op deze manier vertraagd.

De historische landschapsecologie onderzoekt de complexiteit van het landschap vanuit drie invalshoeken. De invalshoek ‘aarde’ gaat grofweg over de opbouw van de bodem. Hoe de flora en fauna op hun beurt het landschap beïnvloeden, wordt gevat in de invalshoek ‘natuur’. De invalshoek ‘mens’ betreft het gebruik van het landschap door de mens door de jaren heen: wat is het huidige landgebruik, en hoe was dit vóór de ruilverkavelingen?

Veldnamen op topografische kaarten geven veel informatie over de condities van een stuk grond. Ook vanuit de overlevering komt veel kennis: welke gewassen werden op welke plekken in het landschap geteeld, waar liep het vee, waar werden plaggen gestoken, waar werd hout gehakt? Welke stukken grond waren slecht toegankelijk vanwege de nattigheid?

Wanneer je diverse soorten bronnen meeneemt in de analyse ontstaat een heel levendige uiteenzetting van lokale gebruiken, terreingesteldheid, handicaps, kwaliteiten en knelpunten in een landschap. Te vaak zien wij dat er weinig aandacht is voor deze gebruiksgeschiedenis.

We zijn de vriendschap met water, en daarmee de bijbehorende planten en dieren, zoals weidevogels, kwijtgeraakt. Met als gevolg, het verlies van samenhang tussen landbouw, natuur en landschap: in droge zomers moet onnodig veel water worden opgepompt om het gras op hooggelegen voormalige akkergronden groen te houden.

Of een geforceerde benadering zoals beekmeandering op plekken waar nooit een beek heeft gestroomd, of de aanleg van retentiegebieden terwijl er veel logischere (want van nature lage) plekken in het stroomgebied zijn. Eeuwenoud reliëf wordt vergraven en eeuwenoude structuren opgeruimd om de natuur te ‘herstellen’ of watermaatregelen uit te voeren.

Het landschap inrichten met kennis van de historische landschapsecologie heeft twee belangrijke voordelen, die we toelichten aan de hand van de rol van watermolens. De aanwezigheid van watermolens heeft hele landschappen doen ontstaan , waaruit zelfs Natura 2000-gebieden zijn voortgekomen, zoals het veengebied bij de Mosbeek in Noordoost-Twente.

Ten eerste dient het herstel van watermolens meerdere doelen: er is niet alleen sprake van behoud van de cultuurhistorische waarden, maar het herstellen van een watermolen zorgt ook voor waterberging doordat water moet worden vastgehouden om de molen te laten werken.

Ten tweede versterkt het herstel van de molen de betrokkenheid van zowel omwonenden, beheerders als beleidsmakers. Kennis van het landschap van vroeger vergroot het begrip en draagvlak voor herstel van het huidige landschap. Historische landschapsecologie brengt het karakter van een landschap aan het licht. Door het landschap als geheel te aanschouwen, vallen bovendien vanzelf kansen op voor samenwerking met omliggende terreineigenaren.

Kortom: wie het oorspronkelijk landschap met het gebruik door de mens kan lezen, vindt goede aangrijpingspunten om het landschap duurzaam te herstellen. Ons doel is niet om terug in de tijd te gaan. De wereld van Ot en Sien is definitief voorbij. Maar een aanpak via historische landschapsecologie biedt ruimte aan de identiteit van de streek, is kleinschalig en gaat in samenspraak met haar bewoners. Maatwerk dus.

Provincies zijn nu aan zet om de knelpunten bij de inrichting van ons landelijk gebied te analyseren en op te lossen. Laten ze daarin de historische component meenemen als één van de bouwstenen, want dat leidt tot realistische en haalbare water-, natuur- en landbouwdoelen. En daarmee een leefbaar en gezond landschap voor ons allen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next