Tussen 1950 en 1960 was de Indy 500 onderdeel van het wereldkampioenschap Formule 1. Er waren relatief weinig F1-teams die naar Indianapolis afreisden voor de race en zo kon het gebeuren dat teams en coureurs die alleen de Indy 500 reden, ook opgenomen werden in de eindstand van het kampioenschap. Coureurs die in deze race een goed resultaat boekten, konden hierdoor hoger eindigen dan F1-coureurs die een lastig seizoen kenden. Dat gebeurde Roger Ward in 1959, toen hij zijn eerste Indy 500 won en daar acht punten mee pakte. Daardoor versloeg hij onder meer Graham Hill, die dat jaar zeven F1-races reed.
De realiteit is echter dat Ward vooral IndyCar-coureur was, die tot enkele F1-optredens kwam. Tien van zijn twaalf F1-starts vonden plaats tijdens de Indy 500, hoewel hij in 1959 en 1963 ook deelnam aan de Amerikaanse Grand Prix. Beide keren viel Ward uit met technische problemen. Buiten F1 was Ward succesvol in de USAC Championship, de voorloper van de IndyCar Series. In 1959 en 1962 werd hij kampioen en tussen 1959 en 1964 eindigde hij vier seizoenen op rij in de top-drie van het kampioenschap.
Roger Ward was weinig succesvol in F1, maar won wel twee keer de Indy 500
Foto: IndyCar Series
Jim Clark wordt gezien als een van de beste coureurs aller tijden en heeft nog steeds het record in handen voor hoogste percentage met geleide ronden in een F1-seizoen (71,47 procent in 1963). Zijn talent liet hij in diverse kampioenschappen zien: de Brit was drie keer de sterkste in de Tasman Series en werd twee keer wereldkampioen Formule 1. Ook in de Verenigde Staten had Clark succes. Hij verscheen slechts vijf keer aan de start van de Indy 500, maar wist de prestigieuze race voor zijn dood in 1968 wel een keer te winnen.
Na een tweede plek in 1963 en een pole-position, gevolgd door een uitvalbeurt in 1964 mocht Clark in 1965 als tweede aan de Indy 500 begonnen. In de race stond er echter geen maat op de Lotus-coureur, die 190 van 200 ronden aan kop ging en zijn enige Indy 500-zege boekte. Een jaar later begon Clark opnieuw vanaf P2 aan de Indy 500, maar aan het einde van de race moest hij toezien dat de overwinning naar Graham Hill ging, die profiteerde van problemen bij leider Jackie Stewart. Clark dacht echter ook dat hij gewonnen had, dus het is maar wie je wil geloven…
Jim Clark was altijd competitief op Indy, maar won de 500 alleen in 1965
Foto: Indianapolis Motor Speedway
Graham Hill is tot dusver de enige coureur ooit die de illustere Triple Crown heeft gewonnen met zeges in de 24 uur van Le Mans, de Indy 500 en de F1 Grand Prix van Monaco. Met vijf zeges in het prinsdom werd hij omgedoopt tot ‘Mr. Monaco’ en daar heeft hij één zege op zowel Le Mans als Indianapolis aan toegevoegd. Daarnaast werd Hill twee keer F1-wereldkampioen en is hij met zijn vijf zeges in Monaco de nummer twee op de ranglijst aller tijden, achter Ayrton Senna (zes zeges) en op gelijke hoogte met Michael Schumacher.
Drie keer verscheen Hill aan de start van de Indy 500 en één van die deelnames zette hij om in een overwinning: zijn debuutrace in 1966. Die zege is overigens omgeven door controverse. Hill kreeg de overwinning, maar ook Jim Clark op P2 dacht dat hij de race gewonnen had. Clark was gedurende race twee keer gespind en kon weliswaar door, maar er gaan theorieën dat er hierdoor een ronde niet is toegekend aan de Brit. Zelfs Hill was na afloop verrast dat hij de Indy 500 had gewonnen, maar de winst bleef staan doordat Clark en zijn team niet protesteerden.
Graham Hill was na Jim Clark de tweede F1-wereldkampioen die de Indy 500 won
Foto: Motorsport Images
Mario Andretti startte zowel voorafgaand aan, tijdens als na afloop van zijn Formule 1-carrière in de Indy 500 en is met 29 deelnames de nummer twee op de eeuwige ranglijst. Ook heeft hij het record voor meeste races tussen opeenvolgende pole-positions, die hij in 1966, 1967 en 1987 behaalde. Qua overwinningen is Andretti echter slechts op één blijven staan: die pakte hij al in 1969. Destijds domineerde hij vanaf P2 op de grid door 116 ronden aan de leiding te liggen. Zijn voorsprong op naaste achtervolger Dan Gurney was ruim twee minuten.
In het USAC-tijdperk van IndyCar werd Andretti al drie keer kampioen, in 1965, 1966 en 1969. Daar voegde hij in 1984 nog een CART-titel aan toe, nadat hij in 1978 al F1-wereldkampioen werd. Bij de Indy 500 lukte het echter niet om nog een overwinning te pakken. Zo domineerde hij in 1987, tot een kapotte motor tot een uitvalbeurt leidde. Daardoor is 1969 zijn enige Indy 500-zege gebleven, zowel voor hemzelf als de hele familie Andretti.
Mario Andretti startte 29 keer, maar won de Indy 500 alleen in 1969
Foto: IndyCar Series
Mark Donohue ging in de Formule 1 slechts 14 keer van start, voordat hij tijdens een training voor de Oostenrijkse Grand Prix van 1975 om het leven kwam. Tegen die tijd had hij wel al een keer op het podium gestaan, terwijl hij drie USAC- en een NASCAR-zege op zijn naam had staan. Zijn veelzijdigheid bewees hij met successen in Trans-Am en Can-Am. Vijf keer stond Donohue aan de start van de Indy 500 en iedere keer mocht hij vanuit de top-vijf aan de race beginnen. Een keer leidde dat tot een zege: in 1972 boekte hij in een McLaren de eerste zege van teameigenaar Roger Penske. Ook voor McLaren was het de eerste Indy 500-zege.
Mark Donohue won in 1972 de Indy 500 in zijn vierde poging
Foto: IndyCar Series
Slechts één seizoen reed Danny Sullivan in de Formule 1. In 1983 pakte hij alleen in Monaco punten, daarna keerde hij terug naar zijn thuisland om in IndyCar te racen. Daar boekte hij veel meer successen, want in 170 starts won hij 17 keer. Een daarvan – en misschien wel zijn bekendste – was de Indy 500 van 1985. Terwijl Sullivan probeerde om Mario Andretti in te halen, spinde hij. Daarbij raakte hij gelukkig niets, waardoor hij na een spin van 360 graden weer verder kon en opnieuw op Andretti kon gaan jagen. In ronde 140 nam hij de leiding over, die hij tot de finish vast zou houden.
De Indy 500-zege van Danny Sullivan in 1985 is vooral bekend door zijn spin op weg naar de winst
Foto: IndyCar Series
Emerson Fittipaldi is een van de grote namen in de Formule 1, waar hij 14 races won, 35 keer op het podium stond en twee wereldtitels won. Na Ayrton Senna en Nelson Piquet is hij daarmee de meest succesvolle Braziliaanse F1-coureur. Eind 1980 vertrok Fittipaldi uit F1 en in 1984 volgde de overstap naar de CART. Daar zou hij in 1989 beslag leggen op de IndyCar-titel en in dat jaar boekte hij ook zijn eerste Indy 500-zege. In ronde 198 raakten Fittipaldi en concurrent Al Unser Jr. elkaar, waardoor Unser crashte en Fittipaldi onder geel de zege pakte.
In 1993 volgde nog een overwinning in de Indy 500, ditmaal met Team Penske. Fittipaldi rekende laat in de race af met regerend Formule 1-wereldkampioen Nigel Mansell, die dat jaar wel IndyCar-kampioen werd. Fittipaldi werd de derde oudste coureur ooit die de Indy 500 won, maar de aandacht ging na afloop van de race naar iets heel anders uit. Daar waar de coureurs traditiegetrouw een fles melk overhandigd krijgen, koos de Braziliaan er tot ongenoegen van het publiek voor om sinaasappelsap te drinken.
Emerson Fittipaldi is de enige F1-wereldkampioen die de Indy 500 twee keer heeft gewonnen
Foto: Sutton Images
In tegenstelling tot de meeste coureurs op deze lijst wist Jacques Villeneuve de Indy 500 te winnen voor hij in F1 ging racen. In 1994 debuteerde de Canadees in CART door drie podiumplaatsen te halen, waaronder een zege op Road America. In 1995 stond er vervolgens geen maat op Villeneuve, die dat jaar IndyCar-kampioen werd en zijn enige zege in de Indy 500 boekte. Ook dat ging overigens gepaard met controverse. Zo kreeg hij vroeg in de race een straf voor het passeren van de pace car terwijl hij er als leider achter had moeten blijven, waardoor hij twee ronden achterstand opliep op de rest van het veld.
Daarna stormde hij weer naar voren, om bij de herstart van ronde 190 weer op P2 plaats te nemen. Leider Scott Goodyear liet een gat vallen naar de pace car om te anticiperen op de herstart, maar ging te vroeg op het gas. Villeneuve had het door en liet het tempo weer zakken, terwijl Goodyear vol langs de safety car raasde. De stop-and-go penalty die hij daarvoor kreeg, loste hij niet in en dus werd hij vijf ronden voor het einde uit de race gehaald. Villeneuve kwam daarna als eerste over de finish, waarmee hij de eerste – en tot dusver enige – Canadese winnaar van de Indy 500 werd.
Jacques Villeneuve is een van de rijders die de Indy 500 won voor hij in F1 debuteerde
Foto: Sutton Images
Als Formule 1-coureur ging Eddie Cheever van start in 132 races, terwijl hij zich ook elf keer niet kwalificeerde. Negen keer stond hij op het podium en ook reed hij aan de zijde van enkele grote namen, zoals Alain Prost in 1983 en Riccardo Patrese in 1984 en 1985. De zevende plek in 1983 is zijn beste resultaat in een F1-kampioenschap, maar in de Verenigde Staten was de Amerikaan succesvoller. Na de CART/IRL-split wist Cheever in 1998 de Indy 500 te worden. Tussen 1997 en 2001 won hij ieder seizoen minimaal één race en in 2000 werd hij derde in het kampioenschap.
Na de split van CART en IRL won Eddie Cheever in 1998 de Indy 500
Foto: IndyCar Series
Net als Jacques Villeneuve was Juan Pablo Montoya al Indy 500-winnaar voor hij de overstap naar F1 maakte. De Colombiaan boekte zijn eerste van twee overwinningen bij zijn debuut in 2000 en die pakte hij bovendien op bijzonder dominante wijze door 167 van 200 ronden aan de leiding te gaan. Ook had de toenmalig Ganassi-coure Source: Motorsport