Of de zege in de Giro d’Italia je recht doet, gelet op alles wat je in je carrière is overkomen, was zondag de vraag aan Primoz Roglic. Even daarvoor was hij op de Via dei Fori Imperiale in Rome in zijn roze trui over de finish gekomen. De kopman van Jumbo-Visma schoot even in de lach. Wat denk je zelf, dacht hij wellicht. Het antwoord was te verwachten. ‘Zeker. Elke winst is speciaal. Dit draag ik de rest van mijn leven met me mee.’
Deze prestatie hoort thuis op zijn erelijst. Daarop stonden drie achtereenvolgende eindzeges in de Vuelta (2019, 2020 en 2021). Dan wil een renner wel eens wat anders. Hij reed de Giro al twee keer eerder. In 2016 maakte hij er zijn debuut in een grote ronde, in 2019 eindigde hij als derde na figuurlijke partijtjes armpje drukken met Vincenzo Nibali, met onnodig tijdverlies als gevolg. Richard Carapaz profiteerde. Er viel daarom nog wat te voltooien in Italië.
Over de auteur
Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.
Dit doet wellicht minder recht aan zijn loopbaan: nog nooit bracht hij het geel naar Parijs en het is de vraag of de 33-jarige renner nog de kans krijgt die droom waar te maken. Dit jaar heeft de ploeg hem voor de Tour de France niet geselecteerd. Jumbo zet alle kaarten gezet op titelverdediger Jonas Vingegaard.
Vijf keer verscheen Roglic aan de start in Frankrijk. In 2017 won hij een zware bergrit, in 2018 was er een vierde plek in de eindrangschikking. Daarna volgden de optredens waarop de vragensteller in Rome moet hebben gedoeld met ‘alles wat je is overkomen’.
In 2020 reed de Sloveen op de voorlaatste dag in het geel, totdat landgenoot Tadej Pogacar in de klimtijdrit op La Planche des Belles Filles een achterstand van 57 seconden wist om te buigen in een voordelige marge van 59 seconden. Met een ontstelde blik in de ogen, de helm ver naar achter geschoven op het hoofd, hees Roglic zich op de zware bult in de Vogezen omhoog, in het besef dat alles verloren was. Hij had in 2021 en 2022 weer willen meedoen om de winst, maar valpartijen leidden tot voortijdige opgave. Op z’n minst kun je vaststellen dat er meer had ingezeten.
Binnen de ploeg was de eindzege in Rome hem dan ook meer dan gegund. Zie de emoties waarmee hij zaterdag na een zenuwslopende klimtijdrit naar het bedevaartsoord Monte Lussari in de Julische Alpen werd omhelsd door renners en begeleiders. Terwijl Roglic plaatsnam op een stoeltje en zowel geëmotioneerd als vol ongeloof de handen voor de ogen sloeg, konden ook zij nauwelijks hun tranen bedwingen.
Veerkracht, zei directeur Richard Plugge zondag bij de finish in de schaduw van het Colosseum. Veerkracht kenmerkte het optreden van het team. Het begon al voor de start, toen de helft van de selectie uitviel door corona en een ongeval en ijlings vervangers werden opgeroepen. Plugge noemde Roglic de personificatie van het weerstandsvermogen – de Sloveen smakte ook in Italië weer op het asfalt, tot twee keer toe. ‘Een harde kop en door blijven gaan. Dat past bij mij, dat past bij het team en dat past bij Primoz’.
Dat de renner zich na tegenslagen in de Tour nog kon vermannen door zowel in 2020 als 2021 de Vuelta op zijn naam te schrijven, had hem al veel krediet opgeleverd. Vorig jaar vocht hij weer om de eindwinst, totdat hij moest opgeven, na andermaal een val. Weer was hem in een beslissende fase iets ‘overkomen’.
De ontknoping van deze Giro, waarin Roglic, de Brit Geraint Thomas en de Portugees João Almeida elkaar de afgelopen week heel weinig toegaven, mondde uit in een thriller. Roglic liep op de moordende klim naar Monte Lussari, een geplaveid geitenpaadje, al snel in op rozetruidrager Thomas, op wie hij 26 seconden moest goedmaken. Bij het kruisen van een gootje overdwars leek het noodlot weer toe te slaan. Zijn ketting schoot van het tandwiel en hij moest van de fiets.
Achter hem sprong een mecanicien van zijn ploeg van de motor en bood hem de fiets aan die hij op zijn schouder droeg. Boven slaakten zijn ploeggenoten kreten van ontzetting. Koen Bouwman: ‘Ik dacht: het is voorbij.’ Sam Oomen: ‘De wereld staat even stil.’ Thuis voor de tv sloeg directeur Plugge naar eigen zeggen de salontafel in tweeën. Even drong het trauma in de Vogezen zich weer op.
Roglic bewaarde zijn kalmte. Hij legde zelf de ketting erop en met behulp van een passant werd hij op gang geduwd. ‘Dit soort dingen gebeuren. Ik ben gewoon opnieuw begonnen.’ Hij hervond zijn ritme, terwijl Thomas in de laatste 1,5 kilometer de benen voelde leeglopen. In het algemeen klassement klopte hij de Brit met 14 seconden. Alleen in 1948 was het verschil in de Ronde van Italië kleiner: Fiorenzo Magni liet Ezio Cecchi 11 seconden achter zich. Almeida eindigde als derde, op 1,15.
Roglic begon zondag behoedzaam in het roze aan de slotrit in Rome, wetend dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zoals verwacht, werd het pleit in een sprint beslecht, de winst was voor good old Mark Cavendish, die met behulp van vriend en landgenoot Thomas voor de zeventiende keer een rit in de Giro won.
Op het podium tilde de eindwinnaar de spiraalvormige Trofeo Senza Fine de hoogte in. Roglic is even de keizer van Rome, met wie weet zoals veel van die heersers toch ook nog imperialistische ambities. De Champs-Elysées blijft toch ook heel aantrekkelijk.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden