Home

Er is geen fatsoensprobleem in de Tweede Kamer, er is een fatsoensprobleem bij de extreemrechtse fracties

De emotionele beelden uit de aflevering van College Tour haalde maar weer eens het slechtste in sommigen naar boven. Hufterige Telegraaf- en Geenstijlcommentatoren beoordeelden de emoties van minister Kaag als een toneelstukje en een smoes voor een stille aftocht. Het meest hallucinant waren figuren die beweerden dat de door de dochters van Kaag aangevoerde moord op Els Borst niet politiek gemotiveerd was, maar gepleegd werd door een ‘verwarde man’. Een lachwekkende leugen uit een hoek waar men (terecht) klaagt over het eufemisme ‘verwarde man’ wanneer het om moslimextremisten gaat.

Maar sommige reacties uit fatsoenlijke hoek waren óók teleurstellend. In een verder prima stuk trok columnist van Merel van Vroonhoven in de zaterdagkrant een teleurstellende conclusie: ‘de populistische profileringsdrang waaraan rechts én links zich schuldig maken, moet stoppen’. Politieke partijen moeten volgens haar niet langer tweespalt zaaien, ‘maar op een respectvolle manier het inhoudelijke debat voeren.’ Daar was ie wéér: de bekende combinatie van onderschatting van sociale media, een beroep op fatsoen en die eeuwige valse balans, die ons al jaren geen steek verder brengt.

Veelzeggend genoeg bracht Caroline van der Plas op vrijdagavond in de Kamer vrijwel hetzelfde riedeltje ten berde. ‘Over en weer’, jammerde ze, ‘het is niet de één of de ander.’ Kamerleden moesten nu écht eens fatsoenlijk tegen elkaar gaan doen. Dat deed ze natuurlijk niet tegenover Geert Wilders of Gideon Van Meijeren, de werkelijk onfatsoenlijken in de Kamer, maar tegen Sjoerd Sjoerdsma van D66, de aartsvijand en het favoriete aas voor wie in dezelfde troebele wateren vist als FvD en PVV. Dat Sjoerdsma helemaal niets onfatsoenlijks deed, hij benoemde slechts het pro-Russische stemgedrag van deze extreem-rechtse partijen, maakt voor de fatsoensfetisjist niet uit. Een oproep tot meer fatsoen is altíj́d goed.

Extreem-rechts is oppermachtig op sociale media, en hun belangrijkste afleidingstechniek is nepfatsoen. Door tegenstanders voortdurend van polariseren en schelden te beschuldigen, spelen ze succesvol in op de kleinburgerlijke Nederlandse behoefte om fatsoenlijk te zijn en de instinctieve voorkeur voor het redelijke midden. De door extreem-rechts gefabriceerde valse balans wordt op sociale media eindeloos herhaald, tot deze vroeg of laat mainstream wordt. Denk aan Jeroen Pauw, die het lef had Sigrid Kaag te vragen of de bedreigingen niet ook aan haarzelf lagen.

Er is geen fatsoensprobleem in de Tweede Kamer, er is een fatsoensprobleem bij de extreem-rechtse fracties. Het is alleen de één, en niet de ander. Er zijn in dit door rechts gedomineerde land geen politici van linkse partijen die hun achterban opzwepen tot haat, intimidatie, of roepen om tribunalen. Het is uitsluitend extreem-rechts dat voortdurend over grenzen gaat, en is het alleen extreem-rechts dat de wetteloosheid van sociale media massaal exploiteert. En ja, natuurlijk wordt Wilders ook al twee decennia bedreigd, maar Wilders is tegelijkertijd een van de hoofdverantwoordelijken voor de bedreigingen aan het adres van Kaag.

Kaag is de meest fatsoenlijke van allemaal, en juist dát wekt blinde haat op. Een algemene oproep tot méér fatsoen is in dat licht potsierlijk en nietszeggend, omdat meedoen vrijwillig is. Een oproep aan politieke partijen om geen tweespalt te zaaien is al helemaal belachelijk; politieke partijen zijn er nu net om tweespalt te zaaien. Als de fatsoenlijken massaal in de valse balans en fatsoensmisleiding van de onfatsoenlijken blijven trappen, gaan we de strijd niet winnen.

Extreemrechtse partijen vragen er vaak om de zaken te benoemen zoals ze zijn. Ik stel voor dat we ze voortaan niet meer teleurstellen.

Source: Volkskrant

Previous

Next