Kunstcollega Rutger Pontzen schreef over de documentaire White Balls on Walls, die aanstaande dinsdag (NPO 2, 22.40 uur) op televisie komt. De film gaat over de nieuwe koers van het Stedelijk Museum in Amsterdam onder directeur Rein Wolfs. De grote geplastificeerde letters Meet the Icons of Modern Art worden symbolisch met een mesje van de gevelruit gekrabd. Weg met die oude meuk, ruim baan voor diversiteit en inclusie.
Pontzen vergeleek de vernieuwing met die van het modernisme van een eeuw geleden. Destijds stonden de Picasso’s en de Matisses op tegen het academisme, de gezapigheid en de bourgeoisie. Nu is het de beurt aan een nieuwe generatie kunstenaars van kleur om op te staan tegen de belegen iconen van het modernisme. Hij adstrueerde zijn stelling met het protest tegen de vernieuwing van twee oudgediende witte mannen, kunstenaar Jan Dibbets en ex-museumdirecteur Christiaan Braun, die zich boos maakten over de wokeheid van het Stedelijk en alleen keizers zonder kleren zagen.
Ik heb de film bekeken, een meesterstuk van regisseur Sarah Vos, en u moet hem beslist ook gaan zien. Wat ik van moderne kunst moet vinden, laat ik me graag vertellen. Als het over politiek gaat, ben ik minder gezeglijk. Pontzen zag gerechtvaardigd verzet tegen een pafferige generatie arrivés, ik zie wat zich ontrolt als de politiek zich meester maakt van de kunst. Ik zocht wat de grote Thorbecke ook alweer gezegd had over de overheid die ‘geen oordelaar’ hoort te zijn van kunsten en wetenschappen. Bij toeval stuitte ik op een ander toepasselijk Thorbecke-fragment: ‘Zij namen een weerschijn voor het licht, en een tak voor den wortel.’ Ook Rutger Pontzen keerde oorzaak en gevolg om. Van een opstand van onderop, zoals indertijd bij de modernisten, is ditmaal geen sprake. Het is een opgelegde revolutie.
De film begint met de GroenLinkse wethouder Touria Meliani op bezoek bij museumdirecteur Wolfs. Ze draait hem de duimschroeven aan. Geen diversiteit en inclusie betekent: moeilijkheden. Vorige week draaide ze in Het Parool nog wat verder. Geen diversiteitsplan, geen centen. In de volgende scène vertelt de directeur zijn zorgelijk kijkende staf dat ze het heel anders gaan aanpakken. Hoog tijd voor kunst van kleur. Dan verschijnt de nieuwe conservator op het toneel, dr. Charl Landvreugd, oorspronkelijk uit Suriname. De staf, voor het overgrote deel hagelwitte dames, komt tot het inzicht dat hun bewustzijn blinde vlekken vertoont. De ‘emancipatie’ en de ‘onvermijdelijke, noodzakelijke verandering’ die Rutger Pontzen zag, komen niet van onderop maar van bestuurders die hun kans schoon zien.
Wat Thorbecke al begreep, en vandaar het citaat over de omkering van tak en wortel, was dat vaak achter het gelijkheidsstreven de uitdijende macht van de staat schuilgaat. Hij zag ook dat groeiende staatsmacht slecht samengaat met vrijheid. De voor een democratie onontbeerlijke vrije gedachtenvorming kan immers alleen bestaan als er een gebied is waar de staat zich van oordelen onthoudt: de openbare mening, de kunsten en de wetenschappen. Meer en meer mengt de staat zich in het leven van alledag, en de bemoeienis van de wethouder met het Stedelijk is daarvan alleen maar een tamelijk schril voorbeeld. En altijd wordt die inmenging onderbouwd met ‘noodzakelijkheid en onvermijdelijkheid’, precies zoals Pontzen het zei.
Er is geen alternatief, ligt bestuurders in de mond bestorven. Dan gaat het over Europese centralisatie, onontkoombare immigratie, klimaatpolitiek, pandemiebestrijding en nu dus in kunst en wetenschap het voorgeschreven denken over diversiteit en inclusie. De Franse historicus en politicoloog Pierre Rosanvallon wees erop dat democratie voorheen betekende dat burgers zich via politieke partijen konden laten horen in de staat. Nu is het andersom en maakt het openbaar bestuur via politieke partijen aan de burgerij kenbaar wat er allemaal noodzakelijk en onvermijdelijk is.
Geen wonder dat Caroline van der Plas zo’n succes heeft. Zij doet domweg wat een partij van oudsher hoort te doen: woorden geven aan de noden en gevoelens van burgers. Geen wonder ook dat de oude middenpartijen verpieteren. Niet de kiezers zijn weggelopen, maar PvdA, CDA en VVD hebben een lange neus naar hun kiezers getrokken, onder verwijzing naar noodzaak en onvermijdelijkheid.
Aan thorbeckiaanse omkeringen intussen geen gebrek. In White Balls on Walls bespreekt de staf waarom de eerste expositie onder het nieuwe bewind in de recensies een flop werd genoemd. Men kwam erop uit dat de kritiek aantoonde hoezeer ze op de juiste weg waren. Dezelfde pirouette komen we tegen in de klimatologie, waar grote denker Jan Rotmans pleegt te zeggen dat weerstand het bewijs is van een prima koers. Ik vermoed dat het kabinet zichzelf in de Trêveszaal troost met dezelfde redenering, van asielpolitiek tot stikstof: de mensen zijn boos, dus het moet wel goed zijn.
Wen er maar aan, schreef Rutger Pontzen in zijn artikel over het vernieuwde Stedelijk Museum. Ik vind dat een nare uitdrukking. Het begin van vrijheid is juist dat je het vertikt om eraan te wennen.
Source: Volkskrant