Als een bus Zinaida (85) in 2022 met haar dochter en kleinzoon afzet aan de Hervensebaan 1 in Den Bosch, weet ze dat ze eindelijk veilig is. Maar als ze die eerste weken ’s avonds in haar stapelbed ligt, kan ze maar moeilijk wennen aan de stilte. Tussen de spaanplaten wanden van het kantoortje dat nu haar slaap- en woonkamer is, lukt het haar niet de slaap te vatten. Zorgvuldig onderdrukte herinneringen aan een verschrikkelijke reis dringen zich toch aan haar op. Bij ieder geluid staat ze op scherp; een overblijfsel van wekenlang leven tussen bombardementen. Die eerste maanden krijgt ze alleen rust dankzij de slaappillen van een Nederlandse huisarts.
In het voormalige KPN-kantoor zijn sinds april vorig jaar 450 Oekraïense vluchtelingen aangekomen. Zij wonen nu tussen systeemplafonds, donkerblauw tapijt en achtergebleven bureaus en archiefkasten. Fotograaf Isabelle de Groot fotografeert hen al sinds ze hier aankwamen. Ze slapen in stapelbedden en eten er samen in de kantine, waar bij gebrek aan eigen keukens een cateringdienst drie maaltijden per dag verzorgt. Bewoners die het koken te erg missen of toe zijn aan de volgende stap, kunnen worden overgeplaatst naar een van de vijf kleinere locaties, waar de ‘Oekraïense Bosschenaren’ in groepen van twintig à dertig mensen wonen.
Locatiemanager Natasja van de Wetering herinnert zich nog de eerste bus met Oekraïense vluchtelingen die aankwam: ‘Er kwam van alles uit die bus: mannen, vrouwen, kinderen, honden, papegaaien, konijnen.’ De opvangplekken in Den Bosch moesten in het voorjaar van 2022 in alle haast worden opgebouwd. ‘De eerste registratie van bewoners was een Excelbestandje’, vertelt Van de Wetering. Inmiddels is de opvang uit de crisisfase en richt de gemeente zich op meer langdurige opvang. De focus ligt daarbij op de mentale gezondheid van de bewoners. Het pand, aan de rand van een kantorenwijk, heeft voorzieningen als een sportruimte, fietsen en een weggeefwinkeltje. Hoelang de opvang nodig is, hangt af van het verloop van de oorlog in Oekraïne. Inmiddels wonen sommige bewoners al een jaar in het kantoorpand. Het tijdelijke karakter van de noodopvang schuurt daarom soms.
De spanningen tussen de ruim vierhonderd huisgenoten lopen soms hoog op. ‘Laten we eerlijk zijn, dit is natuurlijk voor niemand een droomwoning. De wandjes zijn dun en veel bewoners hebben stress en zorgen om familieleden thuis’, verklaart Van de Wetering. Toch lukt het volgens haar goed om de ruzies op te lossen. ‘We hebben ook altijd een kamertje vrij om in af te koelen.’
In het pand zijn ook provisorische woonkamers ingericht. Een woonkamer is een vierkante ruimte, met hetzelfde donkerblauwe tapijt en dezelfde grijze kantoorwanden als de rest van het gebouw. Het kantoorpand heeft negen jaar leeggestaan en het voelt alsof de tijd hier sinds de jaren negentig heeft stilgestaan. Een van de vier muren wordt volledig in beslag genomen door een enorme platte televisie, die bewijst dat de tijd hier wel degelijk is verstreken. Twee bruinleren banken staan haaks op elkaar tegen de andere muren. Er staan twee kamerplanten en een tafeltje.
Eind februari 2022 trof de familie van Zinaida voorbereidingen in haar woonplaats Marioepol. Haar dochter Vita (56) deed boodschappen en pinde geld. Haar kleinzoon Konstantin (39) kwam over uit zijn woonplaats Zaporizja en liet daar zijn vrouw en dochter achter. Toen de bombardementen begonnen, dachten de inwoners van Marioepol, inclusief Zinaida en haar familie, dat de situatie tijdelijk zou zijn. Tijdelijk of niet: de situatie was moeilijk leefbaar. Konstantin bleef in het appartement van Vita, op de 12de verdieping van een flatgebouw midden in de vuurlinie. Dagenlang vlogen bommen en raketten over hun hoofd, terwijl de familie probeerde te overleven zonder elektriciteit of stromend water in huis. De aanhoudende ontploffingen hadden ramen en deuren eruit geblazen, waardoor de vrieskou diep het gebouw in trok.
Vita en Zinaida vertellen hun verhaal in de volgepakte kantoorruimte die nu al een jaar hun thuis is. Samen met Konstantin werden ze door een bus voor het pand afgezet en trokken ze in het provisorische kamertje. De stapel pakketjes van online bestelde spullen op twee archiefkasten en de enorme berg borduurwerken van Vita verraden dat hier gewoond wordt. Tegen een grijze wand van spaanplaten staan twee grijze stapelbedden naast elkaar. Op alle vier de bedden ligt hetzelfde vaalgele beddengoed. Op één van de onderste bedden wordt niet geslapen, op deze geïmproviseerde bank zit Zinaida tussen de verschillende kleuren garen en medische kussens. Ze frummelt aan een zakdoekje. Naast haar staat haar stok. Vanwege ruimtegebrek moet een bezoekende woonbegeleider plaatsnemen in de rolstoel die Zinaida gebruikt voor langere afstanden.
‘We voelden ons in Marioepol machteloos en waren altijd bang’, vertelt Vita. Internet- en telefoonverbindingen waren er niet of nauwelijks, Konstantin kon geen contact krijgen met zijn vrouw. Ze probeerden samen met de zestien anderen op hun verdieping in het flatgebouw te overleven. De bewoners schepten regenwater uit plassen om de toiletten door te spoelen en verzamelden hout om buiten te kunnen koken boven een vuur. ‘Het leek wel een spelletje. We waren de hele dag bezig om water, eten en hout te verzamelen. Maar zodra we begonnen te koken, kwamen de bommen weer. Ze wilden ons vermoeien.’ Als er water en eten was, moest Konstantin dit met gevaar voor eigen leven brengen naar Zinaida, die 10 minuten verderop woonde.
Op 20 maart kon de familie uiteindelijk weg uit Marioepol. Ze deden wat over was van de voordeur op slot en leverden de sleutels in bij de buren. De bus die ze naar een veilige plek zou brengen vertrok 10 kilometer verderop. Omdat Zinaida slecht ter been is, zette Konstantin zijn oma in een winkelwagen van een bouwmarkt in de buurt. Deze voettocht was het begin van een maand lange reis naar het Poolse Krakau met onderweg controles, en altijd angst en onzekerheid. Vita belandde twee weken in het ziekenhuis met covid en ook de gezondheid van Zinaida verslechterde tijdens deze vlucht. Langs veel omwegen werd de familie op 20 april herenigd in Krakau, net op tijd om de 6de verjaardag van Konstantins dochter te vieren. Konstantins vrouw en dochter kregen een visum voor het Verenigd Koninkrijk. Konstantin niet, hij ging met zijn moeder en oma mee naar Nederland. In Polen blijven was voor hem geen optie. Door alles wat hij gezien heeft, is zijn geloof in een veilig Oost-Europa verdwenen.
Het lukt de drie generaties aardig om hun weg te vinden in Nederland. Konstantin werkt bij een transportbedrijf in Den Bosch, waardoor Vita en Zinaida overdag wat meer ruimte hebben in hun gedeelde kamer. Zinaida werkt in het weggeefwinkeltje van de opvang, waar ze mensen adviseert over kleding. Ze heeft een naaimachine gekregen en kan nu ook kleding vermaken voor bewoners, personeel en bezoekers van de opvang. Vita werkte bij een reparatiebedrijf van smartphones, maar werd daar ontslagen omdat ze te vaak ziek was. Ze vult haar vrije tijd nu met borduren, trots laat ze een borduurwerk met een molen, tulpen en een fiets zien: ‘Dit is Nederland.’ De familie heeft een autootje gekocht, wat ze de ruimte geeft om de rest van hun nieuwe thuisland te ontdekken. Een paar weken geleden zijn ze met z’n drieën naar de Keukenhof geweest.
Medebewoner Iryna is ook naar de Keukenhof geweest. In juli besloot ze met haar dochtertje van 4 naar Nederland te vluchten. Ze is erg te spreken over de opvang aan de Hervensebaan. Naast de hulp die ze krijgt van de medewerkers, is ze ook blij met de gemeenschap van Oekraïners in het gebouw: ‘Het is erg moeilijk om als vrouw alleen te wonen in een vreemd land.’ Ze vluchtte zonder haar man. Mannen mogen Oekraïne niet zomaar verlaten en Iryna’s man wílde het land ook niet verlaten. ‘Hij vindt dat hij daar moet blijven om iets te kunnen doen voor het land’, vertelt ze. ‘Ik voel me schuldig dat ik naar Nederland ben gekomen, maar ik moet mijn dochter beschermen.’ Twee maanden geleden is Iryna’s moeder ook naar Nederland gekomen, waardoor Iryna kan werken. Ze doet nu vrijwilligerswerk op een basisschool, volgt Nederlandse lessen en wast ’s avonds af in een restaurant. Nu ze werkt, kan ze haar moeder en dochter meenemen op uitstapjes in Nederland. Haar moeder moest huilen in de Keukenhof: ‘Ze wilde er blijven wonen, ze vond het zo prachtig.’
Aan de muren op de begane grond hangen foto’s van de activiteiten die door de wijkmanager georganiseerd zijn voor de bewoners. Er hangt een foto tussen van Oekraïense kinderen in oranje tutu’s, met oranje gespoten haar en rood-wit-blauwe vlaggetjes op de wangen: Koningsdag. Op een andere foto poseren de kinderen blij met oud-basketbalinternational Henk Pieterse.
In het kantoorkamertje met uitzicht op de boomkruinen is Zinaida niet gestopt met het telkens opnieuw opvouwen van haar zakdoekje. Aan het einde van haar verhaal buitelen de Oekraïense klanken van Zinaida en haar dochter Vita over elkaar heen. Het duurt even voordat de vertaler alles heeft ontward: ‘Ze zijn dit land zo dankbaar en blij met alle goede mensen die in Nederland op hun pad zijn gekomen. Hier hebben ze eindelijk rust gevonden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan Source: Volkskrant