De rit ging voorspoedig, je gaat op tijd zijn want je bent op tijd van huis vertrokken, je bent er bijna, nog maar 100 meter, en dan staat er ineens zo’n rood-wit afzethek op je weghelft met een geel bord ‘omleiding’ en een pijl rechtsaf een woonwijkje in. Als ik dan zie dat het wegdek erachter zich in onberispelijk asfalt vervolgt zonder opbreking, obstakel of wegwerkers, extra appetijtelijk gemaakt door de afwezigheid van overig verkeer, dan wil ik nog weleens anarchistische gevoelens van het extreemrechtse soort krijgen. Gaat de overheid mij een beetje vertellen dat ik op mijn eigen weg niet normaal mijn eigen route mag rijden! Zetten ze nu al de boel af, voor volgende week zeker. Ik ben gekke Henkie niet! Maar daarna rijdt de boze maar gehoorzame burger vloekend braaf de verkeerde kant op, net iets te snel zigzaggend door woonerven, veel te hard stuiterend over drempels.
Daarbij wijzen, als het goed is, de gele borden de weg. Maar het is nooit goed, want ik verdwaal bijna altijd. Soms omdat ik net het belangrijke gele bord mis, maar vaak omdat ik te eigenwijs ben en denk een kortere omweg te weten. De routeplanner is dan nutteloos, want die stuurt me weer terug naar waar ik niet verder mocht. Voor de geduldige mens een uitstekende kans om opnieuw te beginnen, voor mij een onacceptabele vernedering.
Niets dan begrip dus, voor de totale anarchie in mijn buurt momenteel. Het was hier normaal gesproken al best een puzzel, qua eenrichtingsverkeerlabyrint met paaltjes die ineens uit de grond komen om onbevattelijke tijden, maar nu hebben ze op één strategisch punt de straat opgebroken, met als doel schijnbaar maximale disruptie. 150 meter ervóór staat een geel bord: ‘Rijweg gestremd over 150 meter omleiding volg F’. Niemand weet hoe lang 150 meter is, of hoe ernstig de stremming precies is, dus de gok wordt gewaagd. Zou ik ook doen.
Maar verderop blijkt de boel serieus afgezet met een muur. Serieus, een houten muur, dwars over de hele weg. Zodat niemand het in z’n kop krijgt het toch te proberen. Dus daar probeert iedereen te keren, en dat is moeilijk met de achteropkomende auto’s, de boze fietsers en de daze voetgangers. Na deze ultieme test moeten ze de hele 150 meter terug, wuivend naar de volgende stakker van nee, nee, doe het niet, je kunt daar echt niet verder, totdat ze bij het genegeerde gele bord komen. En nu zien ze dat er inderdaad een gele ‘F’ naar rechts wijst. Een eenrichtingsweg waar je niet in mag, zegt het rode bord met het witte streepje erin. Jawel hoor, zegt het ernaast geplaatste blauwe bord met de witte pijl. Aarzelend rijden ze dan maar in, om daar op die smalle straat inderdaad tegenliggers te ontmoeten, die aan het andere uiteinde eveneens twee tegenstrijdige borden hebben gezien. De oplossing is dat iedereen dan maar even een stoep meeneemt bij het passeren. Iets waaraan ze zullen wennen, want alle rijrichtingen in de hele buurt zijn tijdelijk omgedraaid. Letterlijk alle. Met overal een nieuw bord naast het oude. De volger van de gele ‘F’ komt voor het ene regelconflict na het andere te staan, iets wat alleen op te lossen valt door te besluiten dat hier geen wetten meer heersen.
Het doet me denken aan Napels, waar ook geen verkeersregels zijn. Als je er eenmaal aan gewend bent, de anarchie, is het best lekker rijden.
Source: Volkskrant