Home

‘Alkibiades’ van Ilja Leonard Pfeijffer is een waarschuwing voor de tirannie van de massa ★★★★☆

Als een uitgeverij de moeite neemt om ruim een maand vóór publicatie van een roman al het omslag te onthullen met een metershoge banner aan de gevel van een vooraanstaande Amsterdamse boekhandel, om een persreis naar Griekenland te organiseren zodat een troepje vaderlandse journalisten bijna hetzelfde verhaal kan schrijven over hun ochtend met de auteur op de Akropolis, om bovendien een uitgebreide website op te tuigen rond het nieuwe boek, waarop elke week een minicollege van de schrijver verschijnt over de historische achtergronden van het verhaal, opgenomen in zijn palazzo in Genua – dan zou het een understatement zijn om deze schrijver ‘gearriveerd’ te noemen.

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is – na het succes van romans als La Superba, Grand Hotel Europa en zijn goed ontvangen Boekenweekgeschenk van vorig jaar – op een punt in zijn schrijverschap dat hij, zogezegd, alles kan maken. Het nu verschenen Alkibiades beslaat twaalf boekdelen en meer dan 900 pagina’s, waarvan ruim 200 pagina’s zeer gedetailleerde verantwoording (ter vergelijking: Grand Hotel Europa bleef ruim onder de 600). Het onderwerp: een even briljante als omstreden Atheense politicus en strateeg, die leefde in de 5de eeuw voor Christus en doorging voor de mooiste man van Griekenland.

Over de auteur
Emilia Menkveld is classica, literair recensent en eindredacteur van de Volkskrant.

Zelf is Pfeijffer ‘buitengewoon opgewonden’ over het boek, vertelt hij in een welkomstfilmpje op de website: het plan voor deze historische roman ‘met alles erop en eraan’ – zijn eerste! – bestond al toen hij nog als doodgewone classicus aan de Universiteit Leiden werkte. Alkibiades is de vrucht van gedegen filologisch onderzoek, van consciëntieuze karakterstudie. Het is het werk van een romancier die er duidelijk van geniet om weer even een beetje wetenschapper te zijn. Een waagstuk, waarin de schrijver veel van wat hem lief is samen wil brengen. Maar is het ook een geslaagde roman?

Relevant is het in elk geval moeiteloos te noemen. Actueel, herkenbaar – alle populaire labels zijn van toepassing. De Atheense democratie was pas krap een eeuw uitgevonden, maar verkeerde tijdens Alkibiades’ leven al in een diepe crisis, die Pfeijffer uitgebreid belicht. Zijn roman is een waarschuwing voor de ‘tirannie van de massa’, voor de lokroep van een sterke leider in tijden van chaos, voor lieden die spreken van een ‘nepparlement’. De boodschap is niet te missen, maar pamflettistisch wordt het nergens. De schrijver heeft namelijk veel méér te vertellen.

Het verhaal van Alkibiades is behoorlijk opwindend: hij was een leerling van de filosoof Sokrates en een stiefzoon van Perikles, de staatsman die het Parthenon liet bouwen. Als rijke jongeling hing hij de beest uit in Athene, een baken van vrijheid voor mannen zoals hij. (‘Alle ruige verhalen over mijn jeugd zijn waar’, laat Pfeijffer hem zeggen.) Tijdens de Peloponnesische Oorlog liep hij over naar de vijand en, toen hij zich ook in Sparta onmogelijk had gemaakt na een slippertje met de koningin, naar het Perzische hof in Sardis, waar hij aanpapte met de satraap van dienst. Twee doodvonnissen later wist hij zich te laten rehabiliteren in Athene, waar hij leiding mocht gaan geven aan de beroemde vloot – en dan zijn we pas net over de helft van de roman.

Op dit alles laat Pfeijffer zijn hoofdpersoon terugblikken in fictieve memoires, net als Hadrianus in de beroemde biografische roman van Marguerite Yourcenar. Anders dan de Romeinse keizer, die nog ‘slechts te sterven’ heeft, schrijft Alkibiades zijn gedenkschriften met grote ambities in dít leven. Vanuit zijn ballingschap in het verafgelegen Phrygië richt hij zich tot de mannen van Athene om in ‘volmaakte oprechtheid’ zijn kant van het verhaal te vertellen en – hopelijk voor eens en voor altijd – zijn naam te zuiveren. Het idee kwam van zijn geliefde Timandra; van vrouwen heeft Alkibiades geen al te hoge dunk (het zou historisch ongeloofwaardig zijn als hij dat wel had), maar háár neemt hij bloedserieus.

Pfeijffer schreef vaker romans in de vorm van een apologie – zie zijn prozadebuut Rupert, een bekentenis en Peachez, een romance, met ook daar een grote rol voor respectievelijke muzen – maar hier werkt juist die vorm het boek aanvankelijk wat tegen. De afstand tussen het beoogde Atheense publiek van Alkibiades en Pfeijffers werkelijke 21ste-eeuwse lezers dwingt de schrijver tot al te frequent gebruik van zinnetjes als ‘mannen, jullie weten natuurlijk allemaal… maar ik ga het toch uitleggen, want…’. Waarop dan een beschrijving volgt van het uiterlijk van Sokrates, of van de rampzalige afloop van de Siciliaanse expeditie – of iets anders wat inderdaad iedere Athener al zou weten.

Daarbij wil de auteur ‘in toon, stijl en denktrant’ zo dicht mogelijk bij de wereld blijven waarin Alkibiades leefde, en dus begint het boek met een plechtstatige proloog waarin de hoofdpersoon zijn bedoelingen kenbaar maakt (‘Nu ik het plan heb opgevat om deze momenten te herbeleven in gedachten en in geschrifte voor jullie uiteen te zetten…’). Zo heeft Pfeijffers doorgaans krullerige proza ineens veel weg van een gedateerde vertaling uit het Grieks of Latijn.

Deze bezwaren zijn gauw vergeten zodra Alkibiades zijn heil zoekt bij de vijand. Kostelijk schetst hij voor zijn stadgenoten het leven in den vreemde: de ‘zwarte soep’ die de Spartanen voedsel noemen, de exquise kleding van de Perzen. ‘Ik moet jullie bekennen’, schrijft Alkibiades, ‘dat ik in mijn drang om aan het hof geaccepteerd te worden zelfs zo ver ging dat ik dat merkwaardige en in Griekenland verachte kledingstuk ging dragen, dat in de Griekse voorstelling uitsluitend aangetrokken wordt door haremvrouwen en verwijfde harpisten en dat broek wordt genoemd.’ Hij kiest voor een bontgekleurd exemplaar met een ballenmotief waarin hij zich erg ongemakkelijk voelt, maar alles went.

Naarmate het boek vordert en Alkibiades de ene omstreden daad met de volgende goedpraat (‘ik deed het allemaal voor Athene!’), biedt hij een gulle kijk in zijn karakter. Zijn ambitie, opportunisme en onverbeterlijke ijdelheid komen glanzend over het voetlicht, net als zijn diepe geloof in democratie. Intussen krijgen we een halve eeuw Griekse geschiedenis voor de kiezen, uiteraard met Alkibiades’ gekleurde commentaar, inclusief een scherpe analyse van de democratie als zegen en vloek. Het is veel tegelijk, en Pfeijffer heeft er veel woorden voor nodig, maar in de loop van de roman wordt duidelijk hoe goed het allemaal werkt, hoe knap alles in elkaar grijpt.

Het is juist de vorm, de dwingende mal van Alkibiades’ notities, die het bouwwerk overeind houdt en de grootse ontknoping mogelijk maakt. Op zeker moment, na honderden pagina’s anticipatie, laat Pfeijffer de vertelling stokken. Alkibiades heeft in zijn schrijfwoede de werkelijkheid ingehaald: alles is verteld, maar de volgende stap in zijn zoveelste ingenieuze plan weigert zich aan te dienen. En nu? Geloof me, doorlezen loont.

Ilja Leonard Pfeijffer: Alkibiades. De Arbeiderspers; 944 pagina’s; € 34,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next