Home

De een loopt met hem weg, de ander verguist hem – inkomend OM-baas Rinus Otte laat niemand onberoerd

Rinus Otte is vanaf juni de nieuwe baas van het Openbaar Ministerie. Zijn benoeming wekt verbazing. ‘Het kan een tien worden, of een nul.’ Wie is deze hardliner die graag vasthoudt aan de letter van de wet?

Het moet in de winter van 2010 geweest zijn. In een grote vergaderzaal van het gerechtshof in Arnhem hebben tientallen rechters en andere medewerkers zich verzameld. Ze zijn ontstemd. Want kort daarvoor is een boek verschenen van hun collega Rinus Otte. De nieuwe kleren van de rechter gaat niet over hun gerechtshof, maar over dat van Amsterdam – de plek waar Otte tot 2008 werkte.

In het boek noemt Otte zijn voormalige Amsterdamse collega’s lui, lijdend aan zelfoverschatting en wereldvreemd. Eén van hen omschrijft hij als een rechter met een ‘pathetische uitstraling’, een ander noemt hij ‘een van de grootste lastpakken die er ooit heeft gewerkt’. En een jonge medewerkster betitelt hij als ‘klaagster’, iemand om een ‘punthoofd’ van te krijgen.

Over de auteurs
Menno van Dongen is verslaggever van de Volkskrant op het terrein van criminaliteit, politie en justitie. Elsbeth Stoker verslaat als regioverslaggever van de Volkskrant ontwikkelingen in Amsterdam en omstreken. Eerder schreef ze veel over politie, justitie en criminaliteit. Ze maakte onder meer de prijswinnende podcast Grijs Gebied over een omstreden undercovermethode.

En hoewel Otte voor alle personen in zijn boek andere namen heeft bedacht, weet iedereen binnen de rechtspraak over wie hij het heeft. Sinds de boekpresentatie hebben sommige Arnhemse rechters Otte gemeden, ze zijn geschokt dat iemand zó over zijn collega’s kan schrijven.

Maar tijdens die bijeenkomst lopen de emoties hoog op. ‘Ga je straks ook zo’n boek over ons schrijven?’, vragen de Arnhemse raadsheren zich verbolgen af. ‘Iedereen kon zijn gal spuwen’, vertelt Yvo van Kuijck, gepensioneerd raadsheer en destijds Ottes collega. En Otte? ‘Die zat erbij als een schaap dat geschoren werd. Het was heel ongemakkelijk, een publieke bestraffing. Binnen de rechtspraak is Ottes boek nooit vergeten.’

Rinus Otte deinst er niet voor terug mensen tegen de haren in te strijken. Vanaf 1 juni is hij de nieuwe topman van het Openbaar Ministerie (OM), de organisatie die onder meer verantwoordelijk is voor het opsporen en vervolgen van criminelen. Zijn benoeming wekt verbazing, zowel binnen als buiten het OM. En dat terwijl Otte jaren ervaring heeft binnen de rechterlijke macht. Eerst als rechter en hoogleraar, en sinds 2016 als lid van het dagelijks bestuur van het OM. Want Otte is een man over wie de meningen diametraal uiteenlopen: je houdt van hem of verguist hem.

Zo laat een officier van justitie telefonisch weten: ‘Verbazing? Dat is nog zacht uitgedrukt.’ Hij zegt niemand – ‘Maar dan ook echt niemand’ – gesproken te hebben die Otte als ‘nieuw boegbeeld van het OM’ een goed idee vindt.

Datzelfde zegt een oud-hoofdofficier. ‘Ik denk dat de minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yesilgöz, spijt krijgt van deze benoeming.’

Ook (oud-)rechters met wie Otte vroeger samenwerkte zeggen verbaasd te zijn dat Yesilgöz (VVD) hem heeft uitgekozen. ‘Toen ik dat hoorde, dacht ik: is dit wel de man met het beste karakter om leiding te geven aan het OM?’, zegt Huub Willems, gepensioneerd rechter. Een ander stelt dat de benoeming kan uitlopen op een groot succes óf een drama. ‘Het wordt een tien of een nul.’

Anderen daarentegen roemen Ottes intelligentie, scherpe analyses en directe aanpak. ‘Ik vind hem een verademing’, zegt Miranda de Meijer, hoogleraar Openbaar Ministerie (Universiteit van Amsterdam). ‘Hij kan feilloos de vinger op de zere plek leggen, is een autonoom denker en heeft lef.’ Wat haar betreft is Otte wél de juiste man om het Openbaar Ministerie te bestieren. ‘Zijn profiel past in dit tijdsgewricht, met de huidige uitdagingen.’

Wie is Rinus Otte? Waarom wordt er zo wisselend over hem gedacht? En welke invloed zal hij als nieuwe topman hebben op het OM? Een organisatie die al jaren gebukt gaat onder een te hoge werkdruk, voortdurend in de spotlight staat en er geregeld van langs krijgt in kritische rapporten. Zo oordeelde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in maart dat het OM cruciale fouten maakte in de periode voor de moorden op advocaat Derk Wiersum, Peter R. de Vries en een broer van de kroongetuige in het Marengo-proces.

Met de pers praten doet Otte voorafgaand aan zijn benoeming niet, laat hij weten. Ook niet voor een profiel. Daarom maakte de Volkskrant een rondgang langs dertig rechters, officieren van justitie, hoofdofficieren en anderen uit de sector. Sommigen zijn nog in functie, anderen zijn gepensioneerd of om andere redenen vertrokken. Het merendeel, vooral bij het Openbaar Ministerie, wil alleen anoniem praten. Want, zegt een van hen: ‘Als je loyaal bent aan Otte, is hij ook loyaal aan jou. Als je kritisch bent, kun je je afvragen in hoeverre je daar last van gaat krijgen.’

Door sommigen wordt Otte omschreven als een empathische, warme man, iemand die zijn medewerkers hartelijk op zijn kamer ontvangt met een pot thee, het liefst vanille. ‘Heel huiselijk’, zegt de Amsterdamse hoofdofficier René de Beukelaer. ‘Hij is een uitgesproken man die graag met je spart. En – je verwacht het misschien niet – hij is iemand met veel humor en zelfspot.’

Anderen schetsen een tegenovergesteld beeld: zij vinden Otte conservatief, rechtlijnig en dominant. Ze omschrijven hem als een man die graag anderen de les leest en toehoorders soms het gevoel geeft dat ze kleine kinderen zijn. Over dit laatste verwijt zal de Nationale Ombudsman komende maand een oordeel vellen. In 2019 zou Otte een groep medewerkers, die zijn beklag deed over misdragingen van een hoofdofficier, de mond hebben gesnoerd.

Veel persoonlijke verhalen over Otte levert de rondgang niet op. Want de 62-jarige Zeeuw is iemand die bij voorkeur werkt. Heel veel werkt. ‘Naast Rinus voel je je al snel lui’, zegt Rosa Jansen, voorzitter van Slachtofferhulp Nederland en oud-rechter. ‘Hij is echt een wetenschapper, altijd aan het denken over morele en organisatorische dilemma’s in de rechtspraak’, aldus Fred van der Winkel, momenteel president van de rechtbank Noord-Nederland en voorheen president, en Ottes leidinggevende, bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

In de weinige interviews waarin Otte wel persoonlijk wordt, vertelt hij dat hij niet van vakanties houdt. Waarom zou je reizen? Je werkt immers hard om een huis te kunnen kopen, stelt hij in 2016 in Opportuun, het tijdschrift van het OM. ‘Als ik dan vrij ben, wil ik van dat huis genieten. Met mijn krantje in mijn leunstoel. Naar de bakker. Vers brood halen. Roomboter erop – dan ben ik als een kind zo gelukkig.’

Otte groeit op in Zierikzee, en komt uit een streng gereformeerd nest. Als kind droomt hij ervan om leraar te worden, tot hij ziet hoe moeilijk docenten het hebben in de klas. Daarna zet hij zijn zinnen op een hoogleraarschap. Dat lukt hem op zijn 38ste. Hoewel hij niets met auto’s heeft, wordt hij in Groningen professor in het verkeersrecht. ‘Ik had niet eens een rijbewijs. Toen ik dat eindelijk had, heb ik twee of drie keer een auto gehuurd. Ik vond het zo onveilig op de wegen dat ik daarna nooit meer gereden heb.’

Zijn motto is ‘het menselijk tekort is de maat aller dingen’, en dat past hij ook op zichzelf toe. ‘Terugkijkend op de dag denk ik vaak: dat was niet zo geslaagd’, zegt hij in datzelfde Opportuun-interview. Hij ziet zichzelf wel als een goede docent, die eind jaren negentig te hard werkte en daardoor geregeld humeurig was. ‘Ik dronk tijdens colleges veel pakjes jus d’orange. Op een dag vertelden studenten dat ze een spandoek wilden ophangen, met de tekst: ‘Van veel pakjes sinaasappelsap word je kaal en chagrijnig.’ Daar moest ik hard om lachen, daarna heb ik meer dingen losgelaten, waardoor ik beter leiding gaf.’

Juist over die leidinggevende capaciteiten wordt wisselend gedacht. Vooral binnen het Amsterdamse gerechtshof, waar Otte begin deze eeuw de scepter zwaait in de strafsector. Hij werd binnengehaald om de boel op orde te krijgen, vertelt een oud-collega. Dat was ook nodig. ‘Veel Amsterdamse raadsheren beschouwden hun manier van werken als het toppunt van kwaliteit, maar door vastgeroeste patronen en ideeën was het tempo waarin zaken behandeld werden te laag’, aldus deze oud-rechter. ‘Otte is iemand die buiten de gebaande paden denkt, efficiënt en praktisch. En hij had vaak een punt.’ Alleen: ‘De man werd gewoon niet gepruimd. Hij miste de antenne om anderen mee te krijgen.’

Huub Willems, destijds voorzitter van de Ondernemingskamer bij het gerechtshof, praatte Otte in het begin uitvoerig bij over wat er speelde. ‘Een half jaar na ons eerste gesprek kreeg ik een telefoontje. ‘Huub, ik heb een plan ontwikkeld, mag ik het aan je voorhouden?’

‘Hij kwam langs en heeft een uur lang uitgelegd wat zijn plannen waren. Daarna vroeg hij: wat vind je ervan? Ik antwoordde met één zin: ‘Rinus, ik zou het anders doen.’ Daarna stond hij op en liep hij weg. Ik geloof zelfs dat hij me niet eens heeft bedankt. Zijn verhaal klonk als een managementtheorie waarin personeelsleden te veel worden ingesn Source: Volkskrant

Previous

Next