Home

Wanneer gaat het spelen met clichés en stereotypen een grens over?

Soms lijkt het wel alsof ik de enige in mijn omgeving ben die nog lineaire televisie kijkt. Dat leidt ertoe dat ik steeds vaker recensies moet opzoeken om mee te kunnen praten over de nieuwste hitseries op streamingdiensten. Dankzij opgroeiende puberdochter Y. gaan de hedendaagse trends gelukkig ook niet helemaal aan me voorbij.

De gere- en upcyclede snelle formats waaruit het huidige televisieaanbod grotendeels lijkt te bestaan, laat ik daarentegen graag aan me voorbijgaan. Maar nu zelfs mijn jarenlange guilty pleasure Blauw bloed omgevormd is tot babbelrubriek, grijp ik in toenemende mate terug op herhalingen van (comedy-)series uit de jaren ’90 en het begin van het nieuwe millennium.

Over de auteur

Salima El Guada is deskundige op het gebied van diversiteit, inclusie en intercultureel werken. Zij is werkzaam als adviseur bij antidiscriminatie-voorziening Vizier in Gelderland. In mei is zij gastcolumnist voor de Volkskrant, die elke maand iemand uitnodigt een serie columns te publiceren op volkskrant.nl/opinie.

Niet zozeer vanwege de volkomen voorspelbare plotwendingen of uit heimwee naar de – voor mij – herkenbare kleding en interieurs, maar juist omdat ik ze ineens met nieuwe ogen bekijk. Steeds vaker roep ik hoofdschuddend naar het scherm: ‘Dat zouden ze nu nooit meer zo maken.’ Met name de dialogen en grappen vol stereotypen waaraan deze series vaak hun succes ontlenen, lijken ineens uit een heel ander tijdperk te komen.

In dat tijdperk werd in televisieprogramma’s, films en videoclips dankbaar en onbekommerd gebruikgemaakt van gangbare clichés en stereotypen. Grappen ten koste van bepaalde bevolkingsgroepen moesten immers kunnen. En omdat in elk stereotype een kern van herkenbaarheid zit die, uitvergroot, rake humor kan opleveren, was het voor een breed kijkerspubliek vaak ook wel grappig. Maar het lachen heeft allengs een minder onschuldige bijklank gekregen.

Het inzicht dat wat voor de één als een plaagstootje is bedoeld, voor de ander pijnlijk, beledigend of kwetsend kan zijn, is nog relatief nieuw. Zelfs als je uit ervaring kunt meepraten over hoe het is om collega’s of medeleerlingen grappen te horen maken over jouw etnische achtergrond, blijft het pijnlijk te beseffen dat je je er zelf waarschijnlijk ook schuldig aan hebt gemaakt. Ik moet toegeven dat ik in mijn jeugd in elk geval geen vraagtekens zette bij de regel ‘en ze komt op twee kamelen als ze komt’ uit de avondvierdaagseklassieker Ik heb een tante in Marokko. Ook niet bij al die keren dat we op school gedachtenloos maar enthousiast de jarigen toezongen met ‘Hanky Panky Shanghai’.

Aan mijn dochter kan ik zien dat er tegenwoordig een andere zienswijze bestaat van wat oké, gangbaar of grappig is. Zo reageerde ze geschokt toen ze ontdekte dat ik sommige zeer grove en vrouwonvriendelijke teksten uit gangsterrapnummers woordelijk kan meezingen. Mijn verdediging dat de Parental Advisory Explicit Lyrics-sticker op hiphop-cd’s destijds als aanbeveling gold, kon rekenen op een meewarige blik.

Nu humor ten koste van jezelf of de ander steeds vaker stuit op ongemak, bezwaren en ook verzet, wordt het lastiger om af te tasten waar de grens ligt. Wanneer gaat het spelen met clichés en stereotypen een grens over? En is er dan sprake van het bevestigen van vooroordelen of belediging en nodeloos kwetsen? De scheidslijn is niet altijd even scherp en kan ook nog per individu verschillend liggen. Met als risico dat een gesprek hierover al snel wordt platgeslagen met een verbolgen ‘je mag ook niks meer zeggen’.

Om dit te doorbreken zullen we ons er gezamenlijk rekenschap van moeten geven dat ingesleten vooroordelen een onderdeel zijn geworden van hoe we met elkaar omgaan en hoe we naar elkaar kijken. Maar zover zijn we nog lang niet, afgaande op bijvoorbeeld de gretigheid waarmee creatievelingen rond het afgelopen WK voetbal aan de haal gingen met het clichébeeld van de ‘kut-Marokkaan’, resulterend in een hausse aan lollig bedoelde memes.

Twee daarvan zijn me bijgebleven, en niet omdat het nou zulke dijenkletsers zijn. In een veel gedeeld filmpje verklaart een Oranje-supporter met Brabantse tongval zich ineens Marokko-fan want: ‘Ik weet het zeker, Marokko neemt de wereldbeker mee naar huis, honderd procent!’ Maar, en nou komt-ie: ‘Of ze ’m gaan winnen, dat weet ik niet!’

In het andere filmpje zien we een Veronica-dj tijdens een soort moppentrommel allerlei ‘Marokkanengrappen’ aan elkaar rijgen, waaronder deze: ‘De Marokkaanse spits sprong bij zijn goal tegen Portugal maar liefst 2,78 meter hoog. Exact de hoogte van de schutting van juwelier Pijnenburg in Utrecht.’ Om er nog aan toe te voegen, vóórdat hij onder luid gelach doorgaat: ‘Hier gaan we problemen mee krijgen, jongens.’

Misschien in de toekomst, zou ik zeggen tegen de dj. Wanneer we als samenleving makkelijk scoren niet langer als aanbeveling beschouwen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next