N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Turkse presidentsverkiezingen In de aanloop naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen neemt vooral de oppositie de 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen onder vuur. Kemal Kilicdaroglu belooft hen allemaal snel over de grens te zetten.
Een Syrisch jongetje met lang haar zit op zijn knieën op het tapijt van een appartement in Turkije. Zijn handen liggen met de palmen omhoog op zijn knieën, en de tranen staan in zijn ogen. Hij prevelt een schietgebed: „Alsjeblieft God, laat Erdogan de verkiezingen winnen.” Deze video werd de afgelopen dagen grif gedeeld in WhatsApp-groepen van Syrische vluchtelingen in Turkije. „Kijk, dit is het neefje van een vriend”, is te lezen in de begeleidende tekst. „Hij huilt en bidt samen met zijn moeder omdat ze bang zijn om naar Syrië te worden gedeporteerd als de oppositie de verkiezingen wint.”
De angst voor een overwinning van de oppositie is groot onder Syrische vluchtelingen in Turkije, zegt Mohammed Sheikh, een Syrische advocaat die in het zuidelijke provincie Hatay voor een ngo werkt. „De dag na de eerste ronde bezocht ik een kamp voor Syrische aardbevingsslachtoffers. Mensen zeiden: ‘we hebben de hele nacht geen oog dicht gedaan. We volgden het nieuws en baden voor Erdogan’. Sommige Syriërs verkopen zelfs vooruitlopend op een oppositiezege hun huis en auto. Mijn oom zei tegen me: ‘Ik zet mijn auto op jouw naam voor het geval ik gedeporteerd word’.”
Overal in Hatay hangen billboards met de beeltenis van oppositiekandidaat Kemal Kilicdaroglu met de tekst: ‘Suriyeliler gi-de-cek’ (Syriërs zullen ver-trek-ken). „Het is hartverscheurend voor ons om die dingen te zien”, zegt Sheikh. Hij kent twee jongens die onlangs naar de Syrische provincie Idlib zijn vertrokken om beter voorbereid te zijn op een eventuele oppositiewinst. „Ze hebben toestemming gevraagd bij de Turkse autoriteiten voor een bezoek aan Syrië. Ze vertrokken naar Idlib om een huis en een baan te vinden. De situatie is daar is slecht, maar beter dan in andere delen van Syrië.”
Voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op 28 mei zijn de vluchtelingen het mikpunt van een ongekend negatieve campagne. Kilicdaroglu is van een inclusieve en verbindende boodschap overgestapt op agressieve anti-vluchtelingenretoriek. Zijn kenmerkende handgebaar in de vorm van een hart, dat hij steevast maakte tijdens campagnerally’s, heeft plaatsgemaakt voor het Grijze Wolven-teken (een ultra-nationalistische beweging). Overal zijn borden opgehangen met Kilicdaroglu’s portret en leuzen als ‘Syriërs zullen ver-trek-ken.’ en ‘Terrorisme zal stop-pen’ en ‘Armoede zal ein-di-gen.”
In video’s op Twitter haalt Kilicdaroglu keihard uit naar de president. „Erdogan, je hebt de grenzen en de eer van ons land niet beschermd”, verklaarde hij. „Je hebt met opzet 10 miljoen vluchtelingen binnengelaten. Je hebt het Turkse staatsburgerschap verkocht om geïmporteerde stemmen te krijgen. Zodra ik aan de macht kom, stuur ik alle vluchtelingen naar huis. We zullen ons vaderland niet overlaten aan degenen die niet in staat zijn onze eer te beschermen, en elke dag toekijken hoe deze stroom van gestoorde mensen onze aderen binnendringt en ons voortbestaan bedreigt.”
Het maakt allemaal deel uit van de strijd om nationalistische kiezers die kritisch zijn op de regering van Erdogan. Dit is een significante kiezersgroep waarvan een deel in de eerste ronde stemde op de ultranationalist Sinan Ogan. Hij behaalde ruim 5 procent van de stemmen. Zowel Kilicdaroglu als Erdogan hengelde naar zijn steun. Vóór de eerste ronde van de presidentsverkiezingen zei Erdogan nog dat het deporteren van Syrische vluchtelingen „onmenselijk en niet-islamitisch” is. Nu belooft ook hij om ze terug naar Syrië te sturen. Ogan koos voor Erdogan.
Toch is het de vraag of Ogans kiezers zijn stemadvies volgen. Want een deel van hen zijn seculiere Turken die niets van Erdogan moeten hebben. Velen volgen de nationalistische stokebrand Ümit Özdag, de leider van de anti-immigratiepartij Zafer, die in de tweede ronde Kilicdaroglu steunt. Een van hen is Ali Yüce (21), student Engels uit de zuidelijk stad Kahramanmaras. „Özdag is beter dan Ogan. In ruil voor zijn steun aan Kilicdaroglu heeft hij de verzekering gekregen dat alle Syriërs binnen een jaar teruggestuurd worden. Ik wil niet met Syriërs leven, ze zijn een gevaar voor ons land.”
In Turkije verblijven 3,5 miljoen vluchtelingen uit Syrië, die zijn gevlucht voor oorlog, ontberingen en repressie. Velen van hen wonen in de zuidelijke provincies die verwoest zijn door de aardbevingen in februari. Kahramanmaras is een woestenij van betonnen puinhopen en gehavende skeletten van gebouwen. Veel Syriërs zijn uitgeweken naar andere steden. „Gelukkig maar”, zegt Yüce. „De eerste jaren leefden ze alleen in tentenkampen. Maar daarna kwamen ze in de stad wonen, waardoor ze de huren opdreven. Bovendien braken er geregeld vechtpartijen uit tussen Turken en Syriërs.”
Yüce vindt Erdogans plannen niet ver genoeg gaan. De president belooft de ‘vrijwillige’ terugkeer van 1 miljoen Syriërs naar een ‘veilige zone’ in het door Turkije gecontroleerde noorden van Syrië. Minister van Binnenlandse Zaken en nu parlementslid Süleyman Soylu woonde woensdag de eerstesteenlegging bij van de bouw van 240.000 woningen in Noord-Syrië, die wordt gefinancierd door Qatar. De ceremonie werd breed uitgemeten in de regeringsgezinde pers. Maar Yüce was niet onder de indruk. „1 miljoen Syriërs deporteren is te weinig, ik kan niet op Erdogan rekenen.”
Toch worden niet alle Syriërs nerveus van de anti-vluchtelingenretoriek van de laatste weken. Want het is niet de eerste keer dat het anti-Syrische sentiment oplaait in Turkije. De afgelopen jaren waren vluchtelingen handige zondebokken voor de economische problemen, zoals werkloosheid, het tekort aan betaalbare huizen, en de torenhoge inflatie. Dit leidde op veel plaatsen tot spanningen en soms zelfs tot rellen, waarbij Syrische winkels werden aangevallen door Turken. Na de aardbevingen werden Syriërs er door nationalistische politici van beschuldigd dat ze de schaarse hulp stalen.
Daar kan Abu Ali (62) over meepraten. Hij is de eigenaar van een ontbijttentje in de Syrische wijk Mirzaçelebi in de zuidelijke stad Adana. „Ik was de eerste Syriër die hier tien jaar geleden een zaak opende”, vertelt Ali, een man met een grijze snor en een kaal hoofd. „In het begin was het geweldig hier. De Turken verwelkomden ons. Maar er waren onruststokers van beide kanten die vechtpartijen begonnen en andere problemen veroorzaakten. De atmosfeer veranderde. In 2019 sloegen Turken onze winkels kort en klein na geruchten dat een Turks kind was aangerand door Syriërs.”
Veel Syriërs in de wijk klagen over hun Turkse huurbazen, die gierig zouden zijn en op slinkse wijze de huur zouden verhogen. „Ze dreigen onze huizen af te staan aan familieleden die hun huis zijn kwijtgeraakt door „de aardbeving”, vertelt Ali. „Tenzij we akkoord gaan met een sterke huurverhoging. Ik betaalde eerst 10.000 lira huur per jaar voor mijn zaak, nu 10.000 per maand. Het is pure chantage.”
Ali maakt zich geen zorgen over deportatie. „Beide kandidaten hebben plannen om ons terug te sturen, maar dat is slechts verkiezingsretoriek”, meent hij. „Want Turkije kan ons niet zo maar deporteren aangezien er internationale verdragen zijn waaraan het zich moet houden. De regering kan wel toestemming geven aan onruststokers om ons leven hier ondraaglijk te maken, in de hoop dat we terug naar Syrië gaan.”
Syrische bedrijven hebben al geen Arabische naamborden meer sinds de regering die verbood in reactie op het toenemende ressentiment onder Turken. Ook worden vluchtelingen voor de kleinste overtreding van hun verblijfsvergunning naar een deportatiecentrum gestuurd. Toch lijkt de regering niet geheel van de Syriërs af te willen omdat werkgevers profiteren van de goedkope arbeid. Ze houden zich vaak niet aan het wettelijke minimumloon en betalen geen sociale zekerheidspremies. Minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu waarschuwde deze week dat het terugsturen van alle Syriërs werkgelegenheidsproblemen zou veroorzaken. „Mijn vader heeft schapen en klaagt dat hij geen herders kan vinden. Er is dringend behoefte aan personeel.”
Fikret Yenigün (35) heeft een kapperszaak in Adana die bestaat uit twee ruimtes, die van elkaar zijn gescheiden door een schuifdeur. De ene ruimte is voor Turken, de andere voor Syriërs. „Syrische klanten willen andere kapsels en baarden, daarom heb ik Syriërs in dienst genomen”, zegt Yenigün. Desondanks is hij niet onverdeeld blij met hun komst. Hij klaagt dat zijn huur sterk is gestegen. „Het zijn er gewoon te veel. ”
Toch stemt Yenigün zondag weer op Erdogan. „Turkije is niet het enige land waar Syriërs voor problemen zorgen, dat geldt ook voor Europa”, zegt hij. „De aantallen zijn hier alleen groter. Maar Syriërs zijn niet de enige reden dat het leven zo duur is geworden. We hebben de afgelopen jaren veel voor onze kiezen gekregen: de pandemie, de aardbevingen, de wereldwijde inflatie. Erdogan heeft beloofd alle Syriërs terug te sturen zodra de situatie in Syrië verbetert. Hij zal daarover een deal sluiten met de Syrische president Assad. Het is slechts een kwestie van tijd.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC