Is het komisch, of fulmineren op het puberale af? De naam van het belangrijkste mikpunt van kritiek van Michel Houellebecq wordt in zijn nieuwste boek slechts een enkele keer genoemd: Stefan Ruitenbeek – de leider van kunstcollectief Kirac krijgt in Quelques mois dans ma vie de bijnaam Kakkerlak. Filosofiestudent en porno-actrice Jini van Rooijen heet Zeug.
De ironie is ver te zoeken in zijn nieuwste, net verschenen boekje (honderd pagina’s), waarin Houellebecq zijn visie geeft op de controverses die hem de afgelopen maanden zo veel media-aandacht hebben bezorgd. Allereerst op zijn uitspraken in een interview in het conservatieve blad Front Populaire, door sommigen geïnterpreteerd als provocatie tot rassenhaat. Maar bovenal op de mislukte pornofilm die tot een vete leidde met de Nederlandse regisseur Ruitenbeek. Die laatste affaire deed Houellebecq naar eigen zeggen in de hel belanden – een plek waar ironie niet goed gedijt.
Korte recapitulatie: Houellebecq tekende eind vorig jaar een contract voor filmopnamen met expliciete scènes waarin hijzelf een hoofdrol zou spelen, geregisseerd door Ruitenbeek. Een wurgcontract, oordeelde de schrijver achteraf, die spijt kreeg van zijn medewerking en via de rechter een verbod probeerde af te dwingen. Tevergeefs. Vorige week besloot het Amsterdamse gerechtshof in hoger beroep dat Ruitenbeek de bedscènes voor vertoning wel aan Houellebecq moet voorleggen. Wanneer Houellebecq bezwaar uit en Ruitenbeek weigert aanpassingen te doen, kan Houellebecq opnieuw naar de rechter stappen.
Maar Quelques mois dans ma vie begint met die andere polemiek: het interview in Front Populaire, in december 2022. Daarin zei Houellebecq onder meer dat autochtone Fransen moslims niet vragen te assimileren, maar willen dat ze ophouden met diefstal en geweld. Ook voorspelde hij een ‘omgekeerde Bataclan’ met aanslagen op moslims. De Grote Moskee van Parijs overwoog daarop een aanklacht tegen hem in te dienen wegens haatzaaien, maar zag daarvan af nadat Houellebecq in een bemiddelingsgesprek spijt betuigde en zijn uitspraken nuanceerde.
Het moskeebestuur had gelijk, schrijft Houellebecq nu: het leek alsof hij alle moslims dieven noemde, dat spijt hem zeer. En hoewel een deel van de Fransen een burgeroorlog lijkt te vrezen, acht hij dat voorlopig niet waarschijnlijk (al leert de geschiedenis dat ‘het gevaar van extremistische minderheden (...) nooit moet worden onderschat’). De schrijver was slordig geweest en had het interview op voorhand aandachtiger moeten lezen.
Maar de buitenwereld is Houellebecq alleszins slechtgezind, meent hij. Voortdurend wordt hij verkeerd begrepen – uit eigen naïviteit dan wel door andermans kwaadaardigheid. Front Populaire weigerde het blad uit de handel te nemen en verdiende er goed geld mee. En de voorzitter van de Franse unie van moskeeën besloot tot vervolging over te gaan. In zijn boek hekelt Houellebecq de incompetentie van journalisten en van de rechterlijke macht, die volgens hem arrogant is ten aanzien van de regering, maar slaafs tegenover de media.
De Kakkerlak spant echter de kroon: hoogstpersoonlijk leidt hij Houellebecq de hel in. Onder valse voorwendselen wordt de schrijver in een matige vrijpartij met ‘de Zeug’ gelokt, zich er naar eigen zeggen niet van bewust dat de opnamen bedoeld zijn voor een OnlyFans-account, waarvoor gebruikers moeten betalen. De Kakkerlak en de Zeug blijken handelaren die zijn lichaam als aantrekkelijke marktwaar zien.
Zelf is Houellebecq evenmin eerlijk in de samenwerking, maar ‘men heeft het recht te liegen tegen een leugenaar’. Het blijft de vraag waarom hij na die eerste aanvaring alsnog het contract tekent dat de bron van alle ellende zal worden – te meer omdat het voor hem op voorhand ‘uitgesloten’ is dat hij het bed zal delen ‘met een van de hoeren van de Kakkerlak’. Een mengeling van drank, antidepressiva en ijdelheid, is een deel van zijn antwoord – Jini van Rooijen verklaart al zijn boeken te hebben gelezen. Omgekeerd acht Houellebecq het ongeloofwaardig dat Ruitenbeek werkelijk gelooft dat de schrijver ook Ruitenbeeks oeuvre nauwkeurig heeft bekeken. Desondanks kan hij met zekerheid stellen dat Ruitenbeek nooit enige vorm van kunst heeft voortgebracht.
Het wurgcontract geeft Ruitenbeek de macht om ook de eerder opgenomen seksscènes met Van Rooijen te publiceren. Houellebecq voelt zich misbruikt. Voor het eerst ervaart hij iets dat lijkt op wat ‘vrouwen die slachtoffer zijn van aanranding’ beschrijven, met aanvallen van machteloze woede, wraakzucht en schaamte. Verteerd door die gevoelens grijpt hij na meerdere verloren rechtszaken terug op ‘het enige’ wat hij kan: schrijven.
Houellebecq weet: uiteindelijk wint de literatuur altijd. De vraag is of na Quelques mois dans ma vie dat einde reeds in zicht is. Zijn klaagzang is weliswaar goed geformuleerd, maar biedt weinig echt nieuwe inzichten. En opkomend medelijden smoort Houellebecq met zijn eigen genadeloosheid, die gaandeweg langdradig wordt.
Michel Houellebecq: Quelques mois dans ma vie. Flammarion; €12,80. De Nederlandse vertaling door Martin de Haan verschijnt half juli bij De Arbeiderspers onder de titel Een paar maanden van mijn leven.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden