Home

Hoe Wiersma’s wangedrag wordt afgehandeld is verborgen onder een dikke laag beeldvorming

Was de eerste reflex van onderwijsminister Wiersma om te liegen over zijn wangedrag op vroegere werkplekken? Dat is nog het minst ongunstige scenario. Nadat De Telegraaf voor het eerst berichtte dat Wiersma op zijn huidige departement vaak door het lint is gegaan tegen ambtenaren, erkende hij dat – zij het in nogal eufemistische bewoordingen. Maar hij had op eerdere werkplekken nooit signalen ontvangen dat hij ook daar over de schreef was gegaan, zei hij erbij.

Inmiddels weten we dankzij onthullingen van De Telegraaf en onderzoek door NRC dat Wiersma als VVD-Kamerlid al voortdurend in woede uitbarstte tegen zijn persoonlijk medewerker. Zo erg dat die regelmatig huilend op de gang stond. Wiersma versleet medewerker na medewerker. En de fractietop voerde hierover gesprekken met hem.

Zoiets ontschiet je niet, zou je zeggen. Zeker niet in een periode dat je, en dat is Wiersma’s verhaal, net volop bezig bent je leven op dit terrein te beteren. Toch is dat wat hij ons wil laten geloven. Een dag nadat hij had ontkend dat hij zich al langer misdroeg, schreef hij op Instagram: ‘Misschien zijn er ook wel eerdere signalen die mij zijn ontgaan of waar ik mij voor heb afgesloten.’

Dat is dus het andere scenario: dat Wiersma al jaren een spoor van ellende trekt en daarop is aangesproken, maar dat dit geen enkele indruk bij hem heeft achtergelaten. Een nogal griezelig idee.

Nee, waarschijnlijker is dat Wiersma zich vastpraatte in de bedachte woordvoeringslijn. De spin was: Wiersma is jong, onervaren en zeer gedreven, en tja, dan kan iemand zich eens vergalopperen. ‘Zo’n eerste jaar als minister is spannend’, zei hij. Hij besefte nu pas ‘dat mijn woorden als minister soms harder aankomen dan als Dennis’. Premier Rutte had de memo ook gekregen: ‘Het kan onervarenheid zijn. Je moet je als minister realiseren wat voor impact je hebt.’

Maar het wegpoetsen van de misstappen bij de VVD-fractie én op Sociale Zaken, waar Wiersma kort staatssecretaris was, mislukte. Het downplayen wekte verontwaardiging bij mensen die met hem te maken hadden gehad, maakte de tongen los en leidde juist tot nieuwe publicaties. De enige overgebleven verdedigingslinie is nu: oké, pijnlijk, maar Wiersma is hard bezig zijn fouten te herstellen.

Ja? Wat zegt Wiersma nu precies? Dat hij ‘soms te fel’ en ‘soms te scherp’ is geweest. ‘Ik wil graag veel dingen. Vraag dat ook aan mensen.’ En: ‘Ik doe dit werk met hart en ziel. Ik ben te streng geweest.’ Het spijt hem ‘als mensen dat als onaangenaam, als kwetsend hebben ervaren’. En wees gerust: ‘Ik heb nu beter oog voor hoe ik de energie en het enthousiasme om dingen te verbeteren op een goede manier kan overbrengen.’

Het was gewoon een beetje verkeerd afgesteld enthousiasme, snapt u?

Een handig gekozen beeld, want Wiersma ís voor het eerst in tijden een bewindspersoon die de basis op orde wil brengen in het achteruit kachelende onderwijs. ‘Het stuk in De Telegraaf verscheen meteen na Wiersma’s Kamerbrief, waarin hij een fundamentele herijking van het onderwijsbeleid aankondigde’, schreef onderwijskenner Aleid Truijens in deze krant na de eerste berichtgeving. Ze kon zich voorstellen dat veel ambtenaren daar niet op zaten te wachten en vond de ‘timing opmerkelijk’. Ze was niet de enige die vermoedde dat hier een minister werd beschadigd omdat hij de status quo durft te doorbreken.

Wat er naar buiten kwam, duidde in elk geval niet op uit de hand gelopen inhoudelijke confrontaties. Wiersma heeft communicatiemedewerkers uitgekafferd die naar zijn smaak niet genoeg aan zijn promotie deden: naar beneden trappen uit onbevredigde ijdelheid. Voor sommige fans maakt dat weinig uit. ‘​​Mooi, goed, klaar en beleid maken’, twitterde leraar en activist voor beter onderwijs Ton van Haperen, nadat Wiersma toch maar excuses was gaan aanbieden bij de VVD-fractie.

Nu kan ik me een zekere wanhoop voorstellen: eindelijk een goede onderwijsminister, hij zál toch niet sneuvelen? Alleen helpt het niet om Wiersma’s grillen weg te wuiven. Juist door uit alle macht de deksel op de put te duwen, heeft de minister zichzelf in de positie gebracht dat er nu nog maar één misstap naar buiten hoeft te komen en het is einde verhaal.

Volgens de pas verschenen handreiking van regeringscommissaris Mariëtte Hamer is bij grensoverschrijdend gedrag niet altijd een onderzoek nodig. Soms is een gesprek geschikter. Maar hoe vrij voel je je als je praat met de hoogste politieke baas, die mensen eerst zo bang heeft gemaakt dat ze de normaalste dingen niet meer tegen hem durfden te zeggen? Hij wil ‘lessen trekken’, zegt hij, maar hij ‘is maar een mens’ dus ze moeten hem vooral ‘bij de les blijven houden’. Dus als je mikpunt van de minister bent geweest, krijg je ook nog de taak cadeau om hem in het gareel te houden. Over wat de mensen nodig hebben met wie hij praat, gaat het weinig.

Wordt hun recht gedaan? Worden zaken goed opgelost? Misschien. Maar Wiersma en zijn bondgenoten hebben zo’n dikke laag beeldvorming over de affaire gesmeerd, dat het niet te zeggen valt. Ook niet of klachten wellicht overdreven zijn overigens. Dat is, nu het zo’n publiek figuur betreft, met zo’n voorbeeldfunctie, op z’n minst vreemd te noemen.

Source: Volkskrant

Previous

Next