Home

‘Zijn begrafenis was de eerste voorstelling die ik heb geregisseerd’

Emilie Pos (29, regisseur): ‘Al sinds zijn dood, nu negen jaar geleden, schrijf ik gedachten en herinneringen aan papa op; soms is het maar even snel een zin in mijn telefoon. Misschien mondt het ooit uit in een boek of een toneelstuk. Volgens mij zit ik in een nieuwe fase waarin ik er makkelijker mee aan de slag kan, omdat het verdriet verandert. Ik voel voor het eerst een soort bevrijding. Terwijl ik me alle jaren hiervoor steeds afvroeg: wanneer begint het echte leven nou weer?

‘Mijn vader was vroeger altijd aan het werk. Mijn moeder moest hem echt aansporen om ook eens een ijsje met mijn zusje en mij te gaan eten, maar als we dan gingen, kregen we er meteen een Playmobilkasteel bij. Zo’n vader, superlief. In 2011, hij was in de bloei van zijn leven, werd hij plotsklaps ziek. Hij kreeg een epileptische aanval op de set van de film die hij regisseerde, Cop vs Killer met Jeroen Willems. Omdat mijn zusje Valerie daarin een klein rolletje speelde, waren zij, mijn moeder en ik erbij. Ik vergeet het nooit. Wat hij aanhad – double denim – hoe hij in elkaar zakte: dat beeld heb ik eindeloos vaak voor me gezien.

‘Hij bleek een meningeoom te hebben, een hersentumor zo groot als een pannekoek. Dertien uur duurde de operatie om die te verwijderen. Mijn vader had een boek geschreven, Exit, een thriller, en dat heeft hij voor de operatie aan de artsen gegeven om daarmee te zeggen: dit is wie ik ben. Als ik niet meer kan schrijven, kan denken, creatief kan zijn, dan hoeft het niet meer voor mij.

‘Hij heeft een half jaar gerevalideerd en toen hij weer thuiskwam was hij nog even lief en grappig als altijd, maar hij heeft nooit meer kunnen werken. Hoewel hij opnieuw had leren lopen, kwam hij later toch in een rolstoel terecht. Hij werd afhankelijk van ons. Ik heb nog nét niet zijn billen afgeveegd, maar hem wel op de wc geholpen, insulineprikjes gegeven, alles. Hij was vroeger nooit zo van de emoties, maar nu huilde hij al als ik uit school kwam. Het is heel waardevol geweest om die kwetsbare kant van hem te zien en we hebben in die periode een nog hechtere, bijzondere band gekregen. Maar ik was 17 en zat in 5 vwo – dan is je vrije, vrolijke jeugd wel in één klap voorbij.

‘Na het vwo ging ik naar de toneelschool in Maastricht. Ik had in Amsterdam willen blijven, bij mijn ouders, maar daar werd ik niet aangenomen. Ik heb een verschrikkelijk eerste jaar gehad. Ik kon thuis niet loslaten; mijn vader ging achteruit en nu moesten mijn moeder en zusje alles doen, dat voelde zo ellendig. Als ik op maandagochtend in de trein stapte, hoopte ik dat papa er op vrijdag nog was. Op school raakte ik al mijn spelplezier kwijt. Ik wilde ook leven en het leuk hebben, net als mijn klasgenoten, maar dat kon niet, bij mij was alles zwaar. Daarbij wordt in zo’n eerste jaar je hele zelfvertrouwen afgebroken en was er weinig empathie. Niemand die zei: ga naar je vader, school komt later wel. Integendeel, tijdens acteerlessen werd gezegd: je hebt toch het verdriet om je vader, gebruik dat dan in je spel. Maar dat kon ik absoluut niet. Ik ging helemaal op slot.

‘Aan het eind van dat eerste jaar ben ik overgestapt naar de regieopleiding. Dat was veel beter, want daar was iedereen wél aardig en ik bleek er goed in. Ik ben blij dat papa dat nog heeft meegemaakt. Hij moedigde me aan, zei: dat klopt, dat is je pad, thuis ben je ook altijd alles aan het regisseren.

‘Op dinsdagochtend 17 juni 2014 werd ik door mijn moeder gebeld: het gaat niet goed met papa. Het was de langste treinreis ooit van Maastricht naar Amsterdam. Toen ik aankwam, was hij al overleden. Mijn zusje was er wel bij geweest, ze vond het verschrikkelijk. Maar er niet bij zijn was óók verschrikkelijk. De avond tevoren had ik papa nog gebeld, zoals elke avond, alleen waren ze hem toen aan het verzorgen. We bellen morgen, zei mijn moeder – dat is er dus nooit meer van gekomen.

‘Zijn begrafenis was de eerste voorstelling die ik heb geregisseerd. De muziek, de foto’s, de toespraken, daar kun je dan even ontzettend veel energie en liefde in kwijt, maar daarna was het alsof de tijd ging stilstaan. Iedereen om me heen ging gewoon verder met leven en ik dacht: huh, hoe kan dat? Mijn studiegenoten werden verliefd, gingen uit, maar bij mij stond alles op de rem. Het was alsof er een muur stond tussen mij en de wereld. Ik was moe, zag tegen alles op, had nergens zin in. Als een vriendin me vroeg om mee uit te gaan, was er altijd het gevoel: waarom zou ik, mijn vader is dood. Als ik een beslissing moest nemen en niet wist wat ik wilde, dacht ik: logisch, want papa is er niet meer. En hoewel ik op een gegeven moment wel weer uitging en vooral heel hard ging werken om afleiding te zoeken, was er altijd een steen in mijn buik. Nog steeds, eigenlijk, al wordt hij wel lichter.

‘Ik deed van alles, maar het voelde niet alsof ik leefde. Terwijl ik daar wel naar snakte. Als ik vrienden zag dansen of gewoon zorgeloos genieten, kon ik daar stikjaloers op zijn. En denken: wanneer begint bij mij het gelukkig zijn weer? Ik had weinig ruimte om me open te stellen voor zoiets als verliefdheid. Het klinkt misschien gek, maar als je rouwt, voel je je ook beschadigd. Het maakt je behoedzaam. Gewoon eens op mijn bek gaan was er niet bij, ik wilde niet wéér een gebroken hart.

‘Tóch afspreken met vrienden, toch naar de bioscoop gaan, en praten, praten, praten, dat heeft geholpen. Ik ben bij de beste psycholoog van de wereld terechtgekomen die me heeft doen inzien dat ik méér ben dan mijn verdriet en dat mijn leven ook andere kanten heeft dan het overlijden van mijn vader. Vooral na corona dacht ik: jezus, ik heb al die tijd dubbel opgesloten gezeten, laat ik nu de luiken eens opendoen.

‘Papa’s dood accepteren kan ik niet, ik wil het niet eens, want het is kut en niet eerlijk en doodzonde voor hem en voor mijn moeder, mijn zusje en mij dat hij er niet meer is. Dat hij echt niet meer terugkomt, kan ik eigenlijk nog steeds niet verdragen. Maar ik troost me met de gedachte dat hij ergens weet dat het weer goed met ons gaat. We zijn heel hecht met ons drieën. Mijn zus is actrice en styliste en dus net als ik in zijn vak terechtgekomen. Mijn moeder heeft een vriend sinds een jaar, dat vind ik heel fijn en ik weet zeker dat mijn vader dat ook vindt. Nu zelf nog verliefd worden, haha. Ik ben ermee bezig.’

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next