Home

De denktank van Rob de Wijk heeft een heldere visie op de wereld, maar is er ook transparantie in eigen huis?

Experts van denktank The Hague Centre for Strategic Studies verklaren gedurende honderden mediaoptredens hoe de wereld in elkaar steekt. Maar hoe zit HCSS eigenlijk zelf in elkaar? Het invloedrijke kennisinstituut worstelt met transparantie over zakelijke belangen en inkomstenstromen.

Arjen Lubach heeft een duidelijke boodschap voor zijn kijkers: ‘Er moeten in Europa meer mijnen komen. Grote, diepe, stinkende mijnen.’

Het is de conclusie van een item in maart dit jaar over zeldzame aardmetalen die een onmisbare schakel vormen in de productie van windmolens, zonnepanelen en accu’s. Als het aan Lubach ligt moet Europa zelf gaan delven om de afhankelijkheid van China te verminderen.

Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever voor de Volkskrant. In 2022 kreeg hij de journalistieke prijs de Tegel voor zijn onthullingen over de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden en co. Hendrickx was eerder correspondent in de VS en Rusland.

Een van de deskundigen die kort voorbijkomt in het item is ‘geopolitiek expert’ Michel Rademaker van HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies). Het is een fragment uit een documentaire van Twan Huys uit 2021 waarin alle dilemma’s van mijnbouw in Europa (‘om het klimaat te redden, moeten we de natuur vernietigen’) aan bod komen. Rademaker is een duidelijke voorstander: ‘In Zweden zijn er mijnen, er zijn in Estland mijnen. Het zou mooi zijn als we daar naartoe gaan. Dat gaat lonen.’

Het is niet verrassend dat Huys bij HCSS, de denktank van Rob de Wijk, uitkomt – het instituut waarschuwt al jaren voor de afhankelijkheid van China.

Wat de kijker niet meekrijgt, is dat HCSS volgens de eigen website het mijnbouwbedrijf Tasman Metals als cliënt heeft. Die Canadese onderneming aast op een licentie in onder meer Zweden om daar mijnen te openen.

Is dat relevante informatie?

HCSS meldt bij navraag dat de informatie op de eigen site niet klopt. Tasman Metals is nooit klant geweest, maar leverde ooit een spreker voor een congres. Waarom het mijnbedrijf dan al jaren door HCSS wordt opgevoerd als klant, vertelt de denktank niet.

Het zal niet de laatste keer zijn dat HCSS informatie van de eigen site moet tegenspreken.

HCSS is gevestigd in een statig pand aan het Lange Voorhout, een slagader van politiek Den Haag. Ministeries, de Eerste en Tweede Kamer, lobbyisten, redacties: alles zit hier op loopafstand. HCSS is onderdeel van het politieke ecosysteem, zo vanzelfsprekend dat niemand er vragen bij stelt.

De overheid kan bij HCSS terecht voor onderzoeken naar internationale ontwikkelingen en de gevolgen daarvan. Zeker sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is de denktank ook bekend bij het grote publiek. HCSS – met De Wijk en ex-VVD-Kamerlid Han ten Broeke als talkshowfavorieten – was vorig jaar volgens eigen berekeningen bijna tweeduizend keer op televisie en radio, niet alleen om te praten over de oorlog, maar ook over zaken als gaswinning, landbouwbeleid en infrastructuur.

Denktanks als HCSS opereren op het snijvlak van de academische wereld en overheidsbeleid: rapporten moeten wetenschappelijk onderbouwd maar tegelijkertijd toegankelijk en praktisch zijn. Anders dan lobbyfirma’s en consultancykantoren gaan ze prat op hun onafhankelijkheid. Om die reden zijn denktanks bijna altijd non-profitinstellingen. Niet het belang van de opdrachtgevers telt, maar het maatschappelijk belang.

Dat laatste is ook zo bij HCSS, zegt HCSS. Maar wie wil weten hoe deze onderzoeker van de overheid en luide stem in het publieke debat in elkaar zit, is veroordeeld tot een lange zoektocht. De Volkskrant stuitte daarbij op een ondoorzichtige maar voor HCSS-experts gunstige privatisering in 2017 (zie kader), een geheim Catalaans contract, en onduidelijkheid over opdrachtgevers en de eigen inkomstenstromen.

Tijdens het onderzoek past HCSS de eigen werkelijkheid aan: een oude wervingstekst met pr-beloften voor opdrachtgevers verdwijnt van de site, de registratie bij de EU wordt na jaren opeens ongedaan gemaakt, het eigen transparantiebeleid gaat op de schop – en daarna toch weer niet helemaal.

Denktanks zijn een dankbaar doelwit van belangenbehartigers. Berucht is de tabakslobby die op papier onafhankelijke kennisinstituten gebruikte om de schade van meeroken te bagatelliseren. The New York Times toonde eerder aan dat buitenlandse mogendheden bij Amerikaanse denktanks gunstige rapporten kochten. En in Nederland ontstond ophef rond Agrifacts, een instituut dat onderzoek doet naar landbouw- en natuurbeleid, maar vaag was over de eigen geldschieters. Dat bleken grote agrobedrijven te zijn.

De logica is onmiskenbaar: iemand met belangen kan zijn verhaal beter laten vertellen door een onafhankelijke expert dan door een lobbyist of consultant – de eerste is een autoriteit, de ander een gun for hire.

De Universiteit van Pennsylvania, die veel onderzoek deed naar denktanks, was duidelijk over hoe echte kennisinstituten zich kunnen onderscheiden van ‘fantoomdenktanks’: ‘Het kenmerk van de onafhankelijke denktank is transparantie.’ De Britse krant The Guardian concludeerde: ‘De legitimiteit van denktanks, die geen electoraal mandaat of achterban hebben, is volledig gebaseerd op hun intellectuele onafhankelijkheid. Alleen door duidelijk te maken wie hen financiert, kunnen ze die onafhankelijkheid aantonen.’

Instituut Clingendael, de belangrijkste concurrent van HCSS, publiceert daarom jaarlijks een compleet overzicht van alle opdrachtgevers en een indicatie van de hoeveelheid geld die ze betalen. De namen lopen uiteen van Rabobank tot Shell en van de VN tot de Navo. Clingendael deelt daarnaast een veertig pagina’s dik financieel jaarverslag, inclusief de directiesalarissen. Een onafhankelijke raad van toezicht houdt de bedrijfsvoering in de gaten.

Wie onderzoek doet naar onderzoeksinstituut HCSS moet meer moeite doen. Er wordt door HCSS geen winst- of verliesrekening gedeponeerd, de inkomstenstromen zijn onbekend, de directiesalarissen blijven geheim. Op de site staat een overzichtspagina van cliënten en partners, maar die is incompleet en verouderd. Hoeveel en waarvoor er wordt betaald, is onduidelijk. In de rapporten die verschijnen staat vaak wie die opdrachtgever is, maar lang niet alle activiteiten van HCSS gaan gepaard met de publicatie van een rapport.

‘Vanwege de vertrouwelijkheid van de klantrelatie is er geen totale lijst van opdrachtgevers’, zegt executive director Paul Sinning in eerste instantie. ‘HCSS is ook niet verplicht om dit te melden.’

Over de eigen geschiedenis is HCSS terughoudend, hoewel tussen 2017 en 2019 een ingrijpende wijziging van de eigendomsverhoudingen plaatsvond. Onderzoeksinstituut TNO trok zich toen terug als grootaandeelhouder en het onafhankelijke bestuur stapte op. Sinds 2019 zijn zes belangrijke HCSS-onderzoekers ook aandeelhouder, waardoor ze een financiële prikkel krijgen om cliënten binnen te halen en te behouden, terwijl er geen statutaire toezichthouder meer is. Er is alleen nog een Raad van Advies onder leiding van oud-secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken, Renée Jones-Bos, maar die heeft geen formele status.

HCSS geeft amper ruchtbaarheid aan alle veranderingen. Pas sinds 2022 staat op de site dat het management 100 procent eigenaar is.

De ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie, de belangrijkste opdrachtgevers (jaarlijks gaat er via een raamovereenkomst gegarandeerd 800 duizend euro naar de denktank, stellen de departementen, daarnaast is er nog een onbekend aantal losse opdrachten), hebben daar geen moeite mee. Na vragen van de Volkskrant stellen de departementen in eerste instantie dat HCSS voldoende transparant is door in rapporten te melden wie de opdrachtgever is. Ook nemen ze de claim van HCSS over dat het jaarverslag inzicht biedt in de inkomstenstromen. Een paar weken later moeten ze dat rectificeren: ‘De inkomensstromen zijn niet uit het jaarverslag te herleiden.’

Dat Buitenlandse Zaken en Defensie in de bres springen voor de denktank past in de lange relatie die ze onderhouden met kennisinstituten als HCSS en Clingendael. Ambtenaren worden er geregeld gedetacheerd, topfunctionarissen vinden er na hun pensioen onderdak.

Er zijn ook genoeg mensen die het belang inzien van een denktank als HCSS. Het instituut heeft erkende experts op het gebied van defensie, energie, China, en kan een belangrijk internationaal en geopolitiek perspectief bieden. ‘Ze hebben een aantal goede mensen aan zich gebonden’, zegt bijvoorbeeld oud-Clingendael-baas Fred van Staden. ‘Ik waardeer dat zeer.’

HCSS kan wijzen op kritische rapporten en evaluaties die door de denktank zijn geschreven over het buitenlandbeleid van het kabinet. Zo eisten Buitenlandse Zaken en Defensie een honderdtal wijzigingen in een zeer kritisch rapport over een missie in de Straat van Hormuz. HCSS drukte de eisen van de ministeries af en wees die deels van de hand.

Is een compleet overzicht van de cliënten en inkomsten van HCSS daarmee overbodig? Voor de Tweede Kamer is het in elk geval geen vereiste. In 2022 bestelt de commissie Buitenlandse Zaken voor 26 duizend euro een spoedonderzoek bij HCSS over de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor Nederland, blijkt uit een overzicht van de Tweede Kamer.

In de ‘quickscan’ komt HCSS met concrete suggesties om de leveringszekerheid van energie op peil te houden. Zo ad Source: Volkskrant

Previous

Next