N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Stedelijk Museum Het inclusiviteitsbeleid van het Stedelijk ligt onder vuur sinds de film White Balls on Walls, komende week op tv, achter de schermen keek. De directie reageert: „Moeten we het hier echt over hebben?”
Het verzoek kwam in de zomer van 2019, toen Stedelijk Museum-directeur Rein Wolfs nog maar net zijn bureaustoel had afgesteld op zijn nieuwe kantoor met uitzicht op het Museumplein. Of documentairemaker Sarah Vos (1968) met haar camera het museum in mocht – niet alleen op zaal, maar ook op de plekken die gewoonlijk uit het zicht blijven: de kantoren, de depots, de wc’s, de fietsenkelder. Ze ging mee om kunst te kopen en sprak een hele zwik mensen: van de beveiliger tot de directeur. Het ging van de conservator die alle ins and outs kent van het ophangen van een schilderijtje – twee centimeter meer naar links of toch liever naar rechts? – tot aan sweeping statements van het nieuwe hoofd Onderzoek & Curatorial Practice, Charl Landvreugd, over eurocentrisch kijken en verzamelen. Welk beleid wilde Wolfs uitstippelen? Wat ging er veranderen?
Rein Wolfs zei: ‘Kom maar binnen’. En nu, drieënhalf jaar later – anderhalve week voor de uitzending van de documentaire op televisie – zegt hij, op de vraag of hij opnieuw een regisseur met cameraploeg zou binnenlaten: „Jazeker. Ik zou daar direct weer voor kiezen.”
Dat stelt Wolfs ondanks het feit dat de kritiek op het Stedelijk, onder meer in deze krant, de afgelopen maanden niet mals was. Kunstenaar Michael Tedja hekelde het zwart-witdenken van het museum: kunst zou door de identiteitspolitiek van Wolfs en zijn team gereduceerd worden tot de vraag of de maker van kleur is. Verzamelaar Jan Christiaan Braun serveerde de conservatoren af als politiek correcte „fatsoensrakkers en scherpslijpers”, dreigde (niet voor het eerst) zijn kunstcollectie niet aan het Stedelijk te zullen schenken, en zeker niet mee te helpen aan „de verdere afbraak tot een antropologisch kleinstedelijk museum”.
Robbert Roos – directeur van Kunsthal KAdE in Amersfoort – vond het juist „dapper” dat het museum de ‘kwaliteit’ van witte mannelijke kunstenaars „eindelijk” ter discussie stelde en probeerde om niet kleurenblind te zijn.
NRC sprak met de drie hoofdrolspelers in de diversiteitsslag die het Stedelijk al heel wat jaren maakt. Dat zijn Rein Wolfs, Charl Landvreugd en Emma Harjadi Herman. Harjadi Herman is in april 2020 aangesteld als hoofd Educatie & Inclusie. We ontmoeten elkaar bij een kolossale vergadertafel op de vierde verdieping van de nieuwbouw. We besluiten elkaar bij de voornaam te noemen, en ‘je’ en ‘jou’ te zeggen.
De titel van de film, White Balls on Walls, is ontleend aan een slogan van de feministische actiegroep The Guerrilla Girls, die in 1985 in New York ontstond. De leden protesteerden met gorilla-maskers op tegen de witte, mannelijke dominantie in westerse musea. Ook het Stedelijk deden ze aan, in 1995, en op de protestborden die ze vasthielden stond woedend gekalkt: ‘White Balls on Walls’. Slechts 20 procent van de collectie van het Stedelijk was door vrouwen gemaakt, de rest vooral door witte mannen.
Het Stedelijk is 127 jaar oud en gebed in een maatschappij waar uitsluiting een feit is
Emma Harjadi Herman
Niet alleen qua werk van vrouwen, maar ook wat betreft werk van kunstenaars van kleur valt er een hoop te doen in het Stedelijk. Rein, ben jij daar de aangewezen persoon voor?
Rein: „Omdat ik een wat oude, witte man ben? Ik ben met het racismedebat en allerlei vormen van uitsluiting bezig – maatschappelijke problemen waarvan ik vind dat het museum ze moet benoemen en proberen te veranderen. Wij willen af van die eurocentrische blik waarbij altijd dezelfde kunstenaars, dezelfde kunstwerken en bij sollicitaties dezelfde collega’s komen bovendrijven. Wij willen dat mensen met andere ogen gaan kijken en ook meer toelaten. Hoe geweldig La Grande Parade [de afscheidstentoonstelling van oud-directeur Edy de Wilde in 1984 en 1985 in het Stedelijk, red.] ook in mijn geheugen staat gegrift, wij willen niet alleen een aaneenrijging van Grandes Parades zijn.”
Wolfs voerde bij zijn vorige werkgever, de Bundeskunsthalle in Bonn, zeven jaar lang wél zo’n beleid. Met retrospectieven van overwegend westerse namen: Kippenberger, Ernst Ludwig Kirchner, de invloed van Michelangelo op de Europese kunst, Karl Lagerfeld. Daarnaast maakte hij brede tentoonstellingen over archeologische schatten uit Iran, Peru, Afrika, over Beethoven en Michael Jackson.
Je overstap naar het Stedelijk is een ommezwaai.
Rein: „Toen ik in Bonn kwam in 2013, was de kritiek dat de Duitse kunst daar aan de hand van grote mannelijke kunstenaars werd getoond en dat nooit vrouwen aan bod kwamen. Ik heb besloten om vier ‘key figures’ tot onderwerp te maken. Dat waren Katharina Sieverding, Hanne Darboven, Pina Bausch en Marina Abramovic. Elke instelling heeft haar eigen dna. Het dna van de Bundeskunsthalle is gericht op een breed publiek en is heel anders dan dat van het Stedelijk Museum, dat ook cutting edge is. In Bonn heb ik het beleid anders getransformeerd dan in Amsterdam.”
Ik zie niet precies wat dat transformeren in Bonn behelsde. Behalve dat een paar vrouwen grote tentoonstellingen kregen.
Rein: „Een paar vrouwen…. Sorry hoor. Ik heb ook kleinere exposities gemaakt met werk van Anna Uddenberg of Aleksandra Domanović.”
De eerste vijfentwintig minuten van White Balls on Walls zijn enthousiasmerend. Het Stedelijk moet een museum worden waar meer mensen zich thuis voelen. Het tentoonstellingsbeleid moet diverser worden. Het van de gevel pellen van de letters ‘Meet the Icons’ – die lang refereerden aan witte, mannelijke kunstkanonnen als Malevitsj, Mondriaan, Klein, De Kooning – is een krachtig gebaar.
Wat stellen jullie daartegenover?
Emma: „Het Stedelijk is 127 jaar oud en gebed in een maatschappij waar uitsluiting een feit is. Dagelijks. Om ons heen. Als je doorgaat met business as usual, dan blijf je de groeven van uitsluiting herhalen. En dieper maken.”
Over welke uitsluiting heb je het precies?
Emma: „Uitsluiting gaat over van alles. Over anti-zwart racisme en andere vormen van discriminatie. Of je dun of dik bent, of je ABN spreekt of met een zachte G. Op welke school je hebt gezeten, of je ouders geld hebben of schulden. Al die zaken hebben effect op de mate waarin verschillende mensen, verschillende groepen toegang hebben tot de wereld en tot kunst en cultuur. Onze taak is enerzijds om een podium te maken voor kunstenaars die vergezichten tonen. En anderzijds onze stinkende best doen om die vergezichten bij te benen en die te vertalen.”
In de documentaire spreken jullie vooral over quota: 50 procent kunst van vrouwen, 50 procent kunst van kunstenaars met een migratieachtergrond. Is dat de vertaalslag? Tellen?
Rein: „Voor ons is een quotum een middel om te meten wat we doen, om bewustwording te creëren. We hebben een 50 procent-quotum gezet op het aankoopproces voor makers van kleur en makers met een herkomstbiografie die niet noodzakelijk in Noord-Amerika en West-Europa ligt. Het stellen van die quota was belangrijk als een interne call to action.”
Charl: „Zo’n quotum dwingt het team anders te gaan denken en te kijken. Niet alleen maar één segment van de kunst producerende samenleving afgrazen.”
Rein: „We kopen inmiddels meer vrouwen aan. Toen ik binnenkwam, was dat minder, omdat we juist een dure aankoop van de Ghanese kunstenaar El Anatsuï hadden gerealiseerd. Die aankoop viel cijfermatig wel binnen de ene categorie (niet-westerse kunstenaars, red), maar niet binnen de categorie van vrouwen.”
Naarmate de documentaire vordert, groeit het ongemak. Het blijkt dat een inhoudelijke onderbouwing van het beleid achterwege blijft. Zaalopstellingen, aankopen en keuzes voor tentoonstellingen worden nergens beargumenteerd.
Maakt het Stedelijk identiteitspolitieke keuzes die weinig met inhoud van doen hebben?
Charl: „Wat versta je onder identiteitspolitiek?”
Dat je kunstenaars of medewerkers uitkiest op basis van kleur, gender, of klasse.
Emma: „Dat doen we nadrukkelijk niet. We kiezen makers, medewerkers, partners op basis van inhoudelijke overwegingen. Heel veel mensen zijn daar echter op basis van hun identiteit altijd buiten gehouden. En dat is wat nu opvalt.”
Charl: „Is het geen identiteitspolitiek als je – op zoek naar nieuwe werken – alleen maar kijkt binnen één specifieke etnische of culturele groep kijkt: de witte, westerse groep? Is dat geen identiteitspolitiek? En mijn vraag aan de mensen die kritiek hebben op deze zogenaamde identiteitspolitiek van ons: hebben ze kritiek op het feit dat er elders gekeken wordt, of hebben ze kritiek op het feit dat er niet meer alleen naar hén gekeken wordt?”
In 2021 stelde het Stedelijk de criticus van kleur Vincent van Velsen aan als de nieuwe con Source: NRC