San van Thiel schrijft in zijn ingezonden brief van donderdag dat als hij het aantal gereden autokilometers in zijn leven vermenigvuldigt met tien insectenlijkjes per kilometer op de voorruit, er meer instectendoden zijn gevallen dan er sterren aan de hemel staan. Zonder George van Hall (de astronoom onder de wetenschapsjournalisten van de Volkskrant) voor de voeten te lopen: er zijn naar schatting tien triljard sterren, een 1 met 23 nullen er achter. Dat is nog veel duizelingwekkender dan de som van Sam. Die komt minstens tien nullen lager uit.
Niek van Dijk, Mont Saint Jean (Frankrijk)
Volgens San van Thiel levert de bijdrage van het wegverkeer een dramatische vermindering op van het aantal insecten. Zolang die bijdrage niet door betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek van een getal is voorzien, is het belang ervan een vraag. Interessanter echter, is de auto als tot de verbeelding sprekende meetmethode: vergelijk na een wat langere autorit het aantal insectenlijkjes op je spatbord en grille eens met het aantal van een jaar of dertig geleden.
Ik ervaar dat bij discussies met mensen die de afname van het aantal insecten ernstig betwijfelen, dit inzicht zeer tot de verbeelding spreekt: het verschil wordt herkend en gaat een rol spelen in de meningsvorming. Zoals bij een boer uit mijn dorp die de alarmerende berichten over insecten onzin vond, omdat hij op zijn erf en rond zijn stal nog insecten genoeg aantrof. Tja, ook hij reed dertig jaar geleden al auto en moest toegeven dat de voorkant ervan nu behoorlijk schoner blijft dan vroeger.
Tijs Rolle, Leusden
De insectenpopulatie in mijn tuintje in Amsterdam is inderdaad laag. Mijns inziens is de luchtvervuiling in de stad in de ruim 50 jaar dat ik er woon juist afgenomen. Alle oorzaken die genoemd zijn, zoals de auto, zullen een aandeel hebben, maar zijn deze zo toegenomen dat het hieruit volledig verklaarbaar is?
Op Antenneregister.nl, een site van de overheid, kun je zien dat Nederland overvol is gezet met antennes, zeker in Amsterdam. De hoeveelheid aan frequenties die de lucht wordt ingeslingerd is best schokkend. Ik hoop dat natuuronderzoekers en anderen zich ook gaan richten op de effecten van deze opeenstapeling van onnatuurlijke trillingssnelheden op de natuur. Het is meetbaar en ik vermoed voor insecten ook voelbaar. Ik zou met een hele grote bocht om deze stad heen vliegen als ik hier niet zou wonen.
Rachel Querido, Amsterdam
Brievenschrijver San van Thiel heeft gelijk. Kijk naar auto’s, niet ‘ook’ als medeveroorzakers op de duizenden in het larvestadium niet vliegende nakomelingen hebben auto’s volgens mij niet zoveel impact), maar als noodsignaal. Die schone autoramen zijn in de verstedelijkte omgeving de beste illustratie van de ramp die ons wacht. Dat er nog verdelgingsmiddelen voor mieren en wespen in supermarkten en tuincentra verkocht mogen worden begrijp ik niet, die middelen doden alles met zes poten.
Al het leven op deze planeet hangt met elkaar samen, ook de mens kan niet zonder insecten. We hebben ze nodig voor bestuiving, opruiming (poep, lijken) en als voedsel voor andere dieren. En we staan op het punt te ontdekken hoe onmisbaar ze waren voor veel andere zaken.
Annelies Jacobsen, Dordrecht
Terecht noemt San van Thiel de opkomst van de auto als een enorme bron van insectenvernietiging. Alleen al in Nederland is het aantal wagens sinds 1950 naar nu, gestegen van 139 duizend naar meerdere miljoenen en we hebben veel meer autosnelwegen dan toen. Er doet overigens een fabeltje de ronde dat auto’s minder insecten op de voorruit krijgen door de meer aerodynamische bouw.
In Natuuramnesie stelt Marc Argeloo daartegenin dat Scott Black van de vereniging voor Insectenbescherming in Oregon in 1970 in een Ford Mustang reed met een behoorlijk slanke lijn. Dat voorkwam niet dat hij steeds na zijn rit de autoruit moest reinigen. Zijn tegenwoordige wagen die helemaal niet aerodynamisch is, vangt nauwelijks nog insecten.
Kortom, er zijn tegenwoordig veel minder insecten dan ooit en de auto is onmiskenbaar daarvan een oorzaak.
F.M. Boon, Delft
Lezers van de Volkskrant maken zich de laatste tijd een beetje zorgen of we wel een compleet beeld hebben van de oorzaken van biodiversiteitsverlies. Vorige week hadden we een briefschrijver die zich afvroeg of het effect van predatie op weidevogels wel onderzocht was (ja, en dat is een probleem, maar het effect valt in het niet bij de effecten van intensivering van de landbouw) en donderdag hadden we San van Thiel die zich verbaast dat auto’s nooit worden genoemd als oorzaak van het uitsterven van insecten.
We weten dat het aantal insecten afneemt bij een hogere verkeersintensiteit. Hoeveel dode insecten je op je voorruit hebt na een ritje met de auto is een veel gebruikte, maar nogal cynische indicatie van hoe goed het gaat met de insectenpopulatie. Er zijn veel wetenschappelijke studies die hier getallen aan hangen. Maar ook deze effecten vallen in het niet bij de effecten van intensieve landbouw en klimaatverandering. Ik denk dat dat beperkte effect van verkeer de reden is dat het zo weinig in de krant aan de orde komt.
Nynke Schulp, Wageningen
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden