N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Verwarrend moment bij de Russische tank die tentoongesteld staat op het Leidseplein. Ik sta er te praten met Yoeri Albrecht van debatcentrum De Balie, dat het stukgeschoten legervoertuig liet overkomen, als hij ineens gefilmd wordt en een jongen, kaalgeschoren hoofd, hem een zwarte microfoon toesteekt.
„Wat vindt u van het onderdrukken van de oppositie in Oekraïne?”
Het gesprek, voor YouTube-kanaal Left Laser, wordt pesterig, jennend, zuigend. Albrecht doet eerst nog zijn best, maar heeft dan genoeg van het getreiter, steekt de tramrails over, en daar is hij ineens kortstondig in gevecht. Microfoon valt tussen de rail. Albrecht graait hem op, houdt hem achter zijn rug, slaat zijn andere arm om de jongen heen, als vergeefse poging het te sussen, loopt langs het terras van De Balie, waar een groepje met protestborden scandeert: „Oorlogshitser, oorlogshitser!”
Ja, hij maakt wat los, die Russische tank, vorig jaar buitgemaakt door Oekraïense militairen in Dmytrivka. In dit uitgaanscentrum was de oorlog iets abstracts, maar hier staat hij. Onontkoombaar. En we moeten ons ertoe verhouden. Rupsbanden ingestort, de graspollen van het front er nog aan. Het voertuig is op tournee. Eerder, in Berlijn en Groesbeek, was er ook veel gedoe omheen.
Is het een trofee? „Sommigen zien dat zo, zoals Asterix en Obelix de helmen van het Romeinse leger verzamelden”, zegt Albrecht. Maar voor hem symboliseert het de kwetsbaarheid van de democratie. „Mijn moeder zat in een verzetsgroep, en ik heb me altijd afgevraagd wie diegenen waren die het voor zo’n dictator in het oosten opnamen.”
Nou ja, werp ik tegen, die Russische jongens, achter die stukgeschoten luiken, werden ook door noodlottige krachten hierheen gestuurd. Albrecht: „Maar hier zijn wel echt oorlogsmisdaden mee gepleegd.”
Volgens mij is de kracht van dit gebaar ook dat het niet eenduidig is, dat dit monsterlijke wrak zintuiglijk, op een niet-intellectuele, intense manier de complexiteit vergroot, het debat verdiept. Het gaat erom het raadsel te vergroten, citeer ik Harry Mulisch, die hier verderop woonde. „De loop staat nét niet op zijn huis gericht”, grapt Albrecht.
Twee minuten later is ons gesprek dus bruut onderbroken. Ik loop mee naar De Balie, waar hij verdwijnt. Dan richt de jongen zijn camera op mij. Zág ik dat? Gewéld! Door de directeur van een debatcentrum? Wat vond ik daarvan? Wie was ik?
Ik ben gewoon een columnist van NRC, zeg ik. Voorlopig althans nog even.
„NRC keurt geweld toch ook af?”, priemende plofkap. Dit is geen debat, dit is iemand klemzetten. Dit is het raadsel verkleinen, platstampen tot iets eenduidigs.
Ik hef mijn handen ten hemel en loop richting het huis van Harry Mulisch.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC