Tussen welke getallen kan een E-nummer liggen? Uit hoeveel atoomsoorten bestaat sucrose? En wat is de vergelijking van de volledige verbranding van ethyn? Het zijn allemaal vragen die langskomen in het vmbo-examen NaSK II, waarbij de focus ligt op scheikunde. ‘Veel vragen gaan over harde theorie in plaats van interessante proeven in de praktijk’, zegt scheikundige Mimi den Uijl. ‘Bij zo’n vraag over E-nummers, dan denk ik: tsja, dat is niet kennis die je paraat hoeft te hebben. Als je het wel moet weten, dan google je het even.’
Tijdens haar promotieonderzoek – over de invloed van licht op moleculen – richtte Den Uijl het Instagramaccount Sisters in Science op met twee vriendinnen. De jonge wetenschappers hadden een duidelijke ambitie: het stoffige stereotype van een scheikundige in een labjas doorbreken. Met hun posts tonen ze de wereld van de wetenschap en de chemie op een kleurrijke en laagdrempelige manier aan hun ruim vijfduizend volgers.
Den Uijl hoopt niet dat het examen jongeren afschrikt voor een carrière in de exacte wetenschappen. ‘Je moet eerst een grote berg aan feiten weten, de basis kennen, voordat je dingen kan dóén’, zegt ze. ‘Ik zag na mijn eindexamens totaal geen toekomst voor mezelf in de scheikunde. Ik vond het echt iets voor nerds zonder vrienden.’ Pas later besefte ze hoe groot en rijk de scheikundewereld is: ‘Het gaat van make-up tot forensisch onderzoek.’
Dit examen laat met zijn vragen over zuurstof op de maan, drinkwaterproductie en vuurwerk wel mooi de diversiteit van het vakgebied zien, volgens Den Uijl. ‘Maar het zijn wel meer traditioneel ‘jongensachtige dingen’. Volgende keer mag er ook een vraag in over lippenstift.’
Tip: eindexamen Spaans
Op de een na laatste examendag staat vmbo’ers vrijdag het eindexamen Spaans te wachten. ‘Maak een goede tijdsplanning voordat je begint’, zegt Spaans-docent Safa Gün, die net terugkomt van een studiereis naar Barcelona met zijn leerlingen. ‘Bedenk vooraf hoelang je erover mag doen per vraag. Sta vooral niet te lang stil bij moeilijke vragen en bewaar de laatste tien minuten voor de vragen waarover je twijfelt.’
Weetje: wat is de N-term ook alweer?
Het is de bedoeling dat examens ieder jaar even moeilijk zijn, maar dat is lastig om precies te controleren. Daarom bestaat er zoiets als de normeringsterm, ook wel de N-term genoemd. Het getal tussen 0.0 en 2.0 symboliseert de moeilijkheidsgraad van een examen. Hoe hoger de N-term, hoe moeilijker het examen en hoe minder goede antwoorden nodig zijn voor een voldoende.
Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) stelt de N-term na afloop van de examens vast. Ze laten zich daarover adviseren door docenten die beoordelen hoe moeilijk het examen dit jaar ten opzichte van andere jaren was. Ook spelen de normeringen van voorgaande jaren en het aantal klachten dat binnenkwam mee. Kortom: klagen bij het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) loont. Inmiddels is de teller de 280 duizend klachten gepasseerd.
In 2021 en 2022 lagen de N-termen gemiddeld 0,1 en 0,3 punt hoger dan de jaren ervoor, om rekening te houden met de onderbrekingen in het schooljaar vanwege covid. Dit jaar houdt het CvTE daar geen rekening meer mee.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden