Monster. Verleidster. Half vis, half vrouw. Schrik van de zeelui; erotische droom – voordat de zeemeermin in 1989 dankzij Disney een onstuimige roodharige tiener werd die verlangde naar leven boven zee, leidde ze een heel ander, tikje grimmiger en hachelijker bestaan. En dat bestaan begon lang voordat Hans Christiaan Andersen haar in 1837 benen gaf, en haar haar stem ontnam.
Een deel van haar leven sleet ze als uithangbord van zeemansbordelen, als schunnig symbool van drank en betaalde seks. Maar ooit begon ze als godin.
De oorsprongsverhalen van de zeemeermin variëren, maar er is enige overeenstemming dat ze niet uit Denemarken, maar uit noordelijk Syrië stamt. Sumerische scheppingsmythes van ongeveer 4000-3000 voor Christus vertellen over goden die uit het water kwamen. Waarschijnlijk was de Assyrische watergodin Atargatis de eerste zeemeermin: een godin van de maan, water en vruchtbaarheid.
‘Darling it’s better / Down where it’s wetter / Take it from me.’
Atargatis, zo luidt de mythe, was verliefd op de menselijke herder Hadad, die ze per ongeluk vermoordt – in een variant van het verhaal bezwijkt hij onder haar overenthousiaste libido. Wanhopig van verdriet wil Atargatis zichzelf verdrinken in een meer, maar andere goden redden haar en veranderen haar in een zeemeermin. Ze wordt vaak afgebeeld met duiven en heilige vissen aan haar zijde (zie de bibberige huisvis Botje in De kleine zeemeermin) en op sommige afbeeldingen met een glibberige vissenstaart als onderlijf.
Atargatis transformeerde later waarschijnlijk in de Griekse Aphrodite en de Romeinse Venus, godinnen van schoonheid en liefde, geboren uit een schelp in de zee. Bekijk de Venus van Botticelli, en zie een vroege voorloper van Disneys Ariel met haar porseleinen huid en koperen lange lokken. Haar elegante voeten in de schelp houdt ze uitgedraaid als vinnen aan een vissenstaart.
De oude Grieken hadden daarnaast natuurlijk hun even verraderlijke als verleidelijke zeenimfen, zoals de nereïden en de sirenen, die zeelui naar hun dood lokken met hun onweerstaanbare zang – zie Homerus’ Odyssee.
Dus nog even voor reactionaire Disneyfans die koppig volhouden dat een echte zeemeermin rood haar heeft, en niet van kleur is, zoals in de remake van De kleine zeemeermin die nu draait: ze komt oorspronkelijk waarschijnlijk uit het Midden-Oosten. Lang voor hun witte Deense zuster en haar Disneyversie zwommen er bovendien al zeemeerminnen in de zeeën rond Azië, Afrika en India, en figureren ze evengoed veelvuldig in Caribische kunst en folklore.
Je hebt de Magindara op de Filipijnen en de Njuzu in Zimbabwe, godin Yemanja in Brazilië en Lasirèn in Haïti. De Slavische mythologie kent de watergodin Rusalka – binnenkort te zien in de gelijknamige opera van Dvorak, in oude Europese sagen figureert Ondine of Undine, in Duitsland heet ze Lorelei, in Disneyland Ariel.
Ook de Afrikaanse watergodin Mami Wata geldt als vroege voorganger. Mami Wata (waarschijnlijk pidgin-Engels voor ‘mother of water’) wordt vaak voorgesteld als half vrouw, half vis of slang. Ze heeft goede en destructieve krachten, zo is ze in staat mensen (vaak mannen) te ontvoeren naar een paradijselijk onderzeerijk. Maar als ze besluit ze weer te laten gaan, keren ze gezegend terug: rijker, ontspannen, aantrekkelijk en met een hernieuwd spiritueel inzicht.
Die dualiteit kenmerkt de meermin door de eeuwen heen. In haar zien we onze dubbele verhouding tot water weerspiegeld: enerzijds als middel voor voedsel, drank, vervoer, anderzijds als bedreiging: water kan mensen verdrinken en dorpen en oogsten vernietigen. De ene keer associëren we de zeemeermin met die positieve aspecten, dan weer met de verwoestende krachten ervan. Haar identiteit beweegt zich tussen uitersten, van sekssymbool tot zeemonster.
Maar wat ze ook is, ze is altijd een toonbeeld van anders-zijn; half en half, noch dit, noch dat. Met haar naakte bovenlijf geldt ze als seksueel verleidelijk. Tegelijk kan ze moeiteloos de maagd vertegenwoordigen; met die vissenstaart als kuisheidsgordel. Ze is halfnaakt, maar niet aanraakbaar, niet vast te pinnen, watervlug. Ze is onweerstaanbaar omdat ze zo anders is, en precies daarom ook onbereikbaar. Zo staat de zeemeermin ook symbool voor onmogelijke liefde.
De mythe van Mami Wata heeft een sterk erotische onderstroom: volgens een Nigeriaanse traditie bijvoorbeeld, kunnen mannen Mami Wata ontmoeten in de gedaante van een mooie, seksueel actieve vrouw.
De zeemeermin en seks: het is een wat bevreemdende en toch eeuwenoude combinatie. Glibberigheid, vocht, zilt, u begrijpt het. Voor seks met een zeemeermin zijn in de loop der eeuwen in de kunst talloze praktische oplossingen bedacht. Neem de sirene, The Siren (1900), van John William Waterhouse, die pas schubben krijgt vanaf haar kuiten.
Of je verzint iets met mensenbenen en metamorfose, zoals de zeemeermin van Andersen, haar Disney-evenknie en andere filmmeerminnen, als Daryl Hannah in Splash. In de film Blue My Mind (2017) is de vissenstaart metafoor voor een veranderend meisjeslichaam in de puberteit. En iets minder opzichtig geldt dit ook voor Ariel: met de keus voor mensenbenen ruilt ze haar vader in voor de prins, en haar jeugd voor volwassenheid. ‘Bright young women / Sick of swimmin’/ Ready to stand!’
Watergodinnen en zeemeerminnen mogen in polytheïstische culturen vruchtbaarheid en seks hebben gesymboliseerd, in haar strijd tegen ‘heidense goden’ heeft de katholieke kerk ze effectief gedemoniseerd.
Afbeeldingen van zeemeerminnen in kerken moesten waarschuwen voor de gevaren van vleselijke passies, de kam en spiegel waarmee ze vaak wordt afgebeeld symboliseren vrouwelijke ijdelheid. De gespletenheid van haar wezen zou duiden op een gespleten tong en dus was ze niet te vertrouwen. Haar hybride verschijningsvorm, half mens, half dier, stond opeens symbool voor de aangeboren onzedelijkheid van de vrouw.
De propaganda is effectief. Plotseling bewijst haar vissenstaart dat ze koudbloedig is, in diverse varianten van het sprookje heeft de zeemeermin ‘geen ziel’. Ze is een kille verleidster die mannen met gevaar voor hun leven weglokt van huis en haard. Ze wordt – soms letterlijk – verbeeld als de gevaarlijke ander, die de man doet afdwalen van het juiste (huwelijks)pad, betoverd of behekst, in de ban van haar sirenenzang. Zo werd begeerte behendig gekoppeld aan angst en (seksueel) verlangen aan straf. Zie ook het tragische lot – opgelost in zeeschuim - van Andersens dappere zeemeermin die zo vastberaden zelf achter haar droomman aanjaagt.
Plots is de zeemeermin symbool van promiscuïteit, en siert ze ruige zeemanskroegen. Hoe liefde en lust de (letterlijke) ondergang kunnen betekenen van brave mannen, wordt een terugkerend 19e-eeuws cultureel thema. Binnen het zeemansbijgeloof brengt een zeemeermin ongeluk: als je er een ziet, is er een storm op komst. De meermin verleidt je en sleurt je dan mee de diepte in. Die vrees voor verdrinking geldt binnen de feministische theorie dan weer als onbewuste angst voor de vrouwelijke seksualiteit, en voor verlies van identiteit en zelfbeheersing tijdens seks.
In de 20ste eeuw werd het imago van de zeemeermin enigszins gerehabiliteerd – niet in de laatste plaats door een reeks vrolijke films, van Mr. Peabody and the Mermaid (1948) tot Splash (1984), waarvan nu ook een remake ophanden is, met een moderne genderwissel bovendien.
Meermannen zien we inmiddels ook zo nu en dan, onder meer in Guillermo del Toro’s The Shape of Water, waarin en passant ook het probleem van seks met zeemeermensen ingenieus wordt opgelost.
En draaide het initiatief van Andersens kleine zeemeermin nog uit op haar tragische dood (beeld je maar niks in, rebellerende jonge vrouw), in Disneys The Little Mermaid (1989) wordt Ariels koppige avonturisme uiteindelijk wel beloond. Dit is een jonge vrouw met verlangens, en die mogen worden bevochten en bevredigd. Haar wil, haar autonomie en haar strijd worden in de nieuwe remake nog eens extra onderstreept.
Met de keuze voor een zeemeermin van kleur hinten de makers nu ook naar haar vroege ontstaansgeschiedenis, naar haar voorgangers uit Afrika en het Midden-Oosten. De nieuwe film speelt zich zelfs af in het Caribisch gebied, bakermat van vroege zeemeerminmythen – al had die locatiekeuze volgens de makers vooral te maken met de vrolijke calypsomuziek in de film.
Allemaal: ‘Under the sea/ Nobody beat us/ Fry us and eat us/ In fricassee.’
Hoe dan ook is deze Ariel in alles een 21ste-eeuwse heldin. Ze heeft haar prins niet eens meer nodig om de heks te verslaan.
Ja, mokken sombere feministen nu: en het inleveren van haar stem dan? Van verleidelijke sirenenzang tot zwijgende schone; monddood gemaakt om een man te krijgen – wat voor boodschap is dat?
Daar had Disney in 1989 al iets op bedacht (spoiler: ze krijgt hem gewoon terug), en de makers van de remake nemen dat feministische bezwaar nóg serieuzer. Componist Alan Menken schrapte bijvoorbeeld een paar zinnen uit het lijflied van zeeheks Ursula, Poor unfortunate souls, waarin ze suggereert dat mannen niet van praatgrage vrouwen houden: ‘Yet on land it’s much preferred for ladies not to say a word […] It’s she who holds her tongue who get’s a man.’
Bovendien beseffen deze makers anno 2023 dat het niet alleen gaat om wie praat, maar ook om wie er luistert. Als ze haar vrijheid heeft verkregen en ze geen meisje meer is, maar een vrouw, richt de nieuwe Ariel zich nog even tot haar vader – voor Source: Volkskrant