De Pimms vloeit rijkelijk, de lissen staan in bloei en de tuinliefhebbers flaneren langs de tuinen, onderwijl ontdekkend wat dit jaar in Engeland de zomermode zal zijn. Gekleed in hun iconische rood-zwarte uniformen poseren Chelsea Pensioners, de oorlogsveteranen die in het belendende Royal Hospital wonen, voor selfies. Alles lijkt vanouds te zijn op de Chelsea Flower Show van de Royal Horticultural Society (RHS), maar wie een nadere blik werpt op de tuinen langs Main Avenue ziet iets ongewoons. Distels. Paardebloemen. Hondsdraf.
Onkruid is, anders dan tuinkabouters, nooit expliciet verboden geweest in de 161-jarige geschiedenis van de befaamde Britse tuinshow. Het is bij deelnemers simpelweg nooit opgekomen om boterbloemen of brandnetels te planten. Maar nu zijn zulke horticulturele insluipers te zien in vier van de twaalf zogeheten showtuinen, de voornaamste tuinen op de show. Sterker nog, er staan zelfs negentien soorten onkruid in de tuin van Cleve West, de enige man die ooit twee keer op rij de hoofdprijs won. ‘Ze maken de aarde gezond, vruchtbaar en voorzien verstuivers van voedsel’, aldus West.
Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen en schreef meerdere boeken, waaronder over de Brexit.
De RHS stimuleert deze trend, het weghalen van ‘on’ in de term onkruid. Weeds worden ‘weerbaar’ en ‘heldhaftig’ genoemd. Naast het vruchtbaar houden van de aarde voeden ze ook vogels en insecten. Veel onkruidachtigen zijn eetbaar of zijn op een andere manier nuttig. In de Londense modeweek toonden de Britse ontwerpers Vin & Omi vier jaar geleden kleren die gemaakt zijn van brandnetels uit de koninklijke tuinen. Charles staat bekend als een tuinier, en bracht maandag voor het eerst in de hoedanigheid van koning een traditioneel bezoek aan de tuinshow. Bovendien draagt het salonfähig maken van onkruid bij aan de ambitie van het koninklijke tuiniersgenootschap om tuinieren toegankelijker en relevanter te maken.
Een van de eerste tuinen die de bezoeker ziet is de The Balance Garden, gemaakt in opdracht van een liefdadigheidsinstelling binnen de geestelijke gezondheidszorg. Op het eerste oog lijkt het eerder braakliggende grond, waar planten vrijer spel hebben dan in een tuin uit Gardeners’ World van de BBC. Tussen het beton groeien onder meer bramen, meidoorns en klaprozen, maar ook mint, tijm en knoflook. ‘Dit is een gemeenschappelijke tuin voor mensen die zelf geen buiten hebben’, zegt ontwerper Steve Williams, ‘Alle planten die hier groeien zijn veerkrachtig, hebben weinig zorg nodig, maar zorgen wel voor rust en plezier.’
Bijna alle showtuinen hebben een sociaal tintje. Cleve West maakte zijn tuin in opdracht van Centrepoint, een daklozenopvang. In de tuin liggen resten van een Victoriaans huis dat is vernietigd door een omgewaaide berk, een metafoor voor onverwachte dakloosheid. ‘Kijk uit voor de brandnetels’, zegt Centrepoint-manager Steve Clark tijdens een rondleiding, wijzend op de plant die in de folder Urtica dioica heet. ‘Zoals je ziet heeft de natuur de plaats overgenomen. Het idee is dat planten wonden kunnen genezen, waar wij bij helpen. Onze tuin is misschien niet mooi in de klassieke zin van het woord, maar dat is dakloosheid ook niet.’
De herwaardering van onkruid heeft voor discussie gezorgd. BBC-presentatrice Rachel de Thame heeft gezegd dat ‘alleen ouderwetse tuinliefhebbers onkruid wieden’. Op zijn beurt noemde tuinkoning Monty Don het obsessief netjes en onder controle houden van tuinen ‘een symbool van het patriciaat’. Tuinpersoonlijkheid Alan Titchmarsh zei in Gardeners’ World dat de Chelsea Flower Show door alles maar te laten groeien is gezwicht voor ‘de groene lobby’. In tijdschrift The Oldie sprak Amelia Milne de vrees uit dat tuinieren ‘woke’ is geworden.
Onder de showbezoekers heerst evenwel de nuance.
‘Rewilden’ is een idee dat Kerry Law uit graafschap Essex wel aanspreekt. ‘Met No Mow May in gedachten heb ik al weken het gras niet gemaaid, om sleutelbloemen een kans te geven. Goed voor de bijen. En ik heb pas geleden distels in de tuin gezet.’ Aan steward Diamond Mvimvi uit het Zuid-Londense Mitcham is het maatschappelijke onkruiddebat voorbijgegaan. ‘In mijn tuintje staan veel wilde planten,’ zegt de Londenaar van Congolese komaf. ‘Als er veel verschillende kleuren zijn, ben ik tevreden. En ik heb een apart hoekje gemaakt om tomaten te kweken.’
Bij een stal met Epimediums beweert Cedric Smith, een gepensioneerde techondernemer uit Los Angeles die is afgestudeerd aan The English Gardening School, dat onkruid cultureel bepaald is. ‘Ik kom uit Amerika en daar is guldenroede een onkruid, terwijl het in Engeland een echte plant is. Voor duizendknoop geldt hetzelfde.’ Samen met zijn vriend blijkt hij een pragmatische houding te hebben. ‘Op het grasveld bij ons Engelse huis groeien paardebloemen. Na twijfel hebben we besloten ze weg te halen zodra ze zijn uitgebloeid. We vinden het geel wel mooi.’
Op de show wemelt het van de insecten, wat niet altijd geruststellend is. Net nadat de tuin van Cleve West gereed was, kwam er een invasie van rupsen, zegt Clark in tuin met de Victoriaanse ruïne, ‘maar de vogels kwamen ons redden’. Tuinliefhebber Edwin Rye, getooid met een roze roos uit zijn rozentuinen in Buckinghamshire, zegt de discussie te negeren. ‘Ik word hondsdol van al dat gezever over torren en kevers. Ik kom voor de planten en bloemen. Wat ik van onkruid vind? Wat is onkruid? Een tulp op een aardappelveld is ook onkruid.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden