Het rood, geel en blauw van Piet Mondriaan op een pen of een verlengsnoer: het zou de kunstenaar van het strakke grid een doorn in het oog zijn geweest. Toch is ‘de popularisering van Piet’ het onderwerp van een tentoonstelling in het Duitse Kunstmuseum Wolfsburg. Is dat heiligschennis, of een bevrijding?
Hij wilde er zelf niets van hebben. Dat zijn werk gepopulariseerd zou worden, toegepast in design en gebruiksartikelen, als decoratie, mode. Laat staan dat er met zijn schilderijen de spot zou worden gedreven. Geen denken aan. Kunst moest autonoom en elitair zijn. Weliswaar alomvattend en universeel, maar niet voor iedereen weggelegd of begrijpelijk.
Piet Mondriaan (1872-1944) had zelf hoge verwachtingen van zijn werk. Hij nam het bloedserieus. Dat hij het uiterst herkenbare rasterpatroon op een tentoonstelling, zoals in het Kunstmuseum in Wolfsburg, zou terugzien op aanstekers, een verlengsnoer of met Lego-blokjes gelegd in de kleuren rood, geel en blauw, zou hem acute gordelroos hebben bezorgd.
Over de auteur
Rutger Pontzen is sinds 2002 kunstcriticus en redacteur beeldende kunst van de Volkskrant en schrijft zowel over oude en moderne als hedendaagse kunst.
En toch is dat wat er in Wolfsburg gebeurt. Onder de openbare oproep ‘Bring your own Mondrian’ werden de inwoners van de Volkswagen-stad uitgenodigd wat ze maar aan Mondrianabilia in huis hadden aan het museum in bruikleen af te staan. De oogst is even gevarieerd als curieus. Beschilderde paaseieren, sleutelhangers, taartjes, wielerkleding en groentekistjes tot en met ‘Piet Mondriaans Love Inspiration Vrouwen Kwartetspel’.
De uitstalling ervan in een metershoge etalage is een mooie binnenkomer op de tentoonstelling Re-Inventing Piet. Alles waar Mondriaan niet aan moest (en kon) denken, staat erin. Even verderop hangen enkele exemplaren van Yves Saint Laurents beroemd geworden Mondrian Cocktail Dress, uit 1965, en alle soorten remakes die er later van zijn gemaakt door Hema, Prada, Francesco Bandini en Michael Barnaart. Plus de bijbehorende laarsjes van de Zwitserse kunstenaar Sylvie Fleury en de Nederlandse schoenenontwerper Amber Ambrose Aurele.
Het is al met al een rijke verzameling waarover Mondriaan zijn veto had uitgesproken. Maar die wel bewijst hoe populair de Nederlandse schilder en theoreticus is geworden na zijn dood (door een longontsteking) in New York, in 1944. Toch opmerkelijk. Er zijn weinig kunstenaars in Nederland te bedenken die uitgebreider en ontoegankelijker schreven dan Mondriaan (‘In het natuurlijke kunnen we waarnemen dat alle verhouding beheerscht wordt door één oerverhouding: die van het uiterste eene en het uiterste andere’).
Tegelijk: geen kunstenaar in Nederland, of waar ook ter wereld, wiens naam onmiddellijk opkomt bij de woorden ‘rood’, ‘geel’ en ‘blauw’. Een blik op zijn horizontaal-verticaal-zwart-wit-plus-drie-kleuren-schilderijen en je weet dat het de Amersfoortse kunstenaar betreft. Begonnen met romantische zonsondergangslandschappen kwam hij via ‘brandende’ molens en steeds verder gestileerde appelbomen uiteindelijk in het door hemzelf bedachte Rijk der Abstractie terecht. Ter verlossing van de mensheid, vanzelfsprekend.
Die onwaarschijnlijke eenvoud van zijn grid-schilderijen heeft hem al aan het einde van zijn leven, maar zeker daarna, tot een merk gemaakt. Wegbereider voor aanstormende minimalistische designers, modeontwerpers en collega-kunstenaars. Voer voor cartoonisten en andere beeldcriticasters die de gewichtigheid van Mondriaan wel eens even met een paar lolligheden zouden ‘aanpassen’ (met Sponge Bob- en Mickey Mousefiguurtjes). En dan is er ook nog het legertje entrepreneurs dat een slaatje wilde slaan uit de herkenbaarheid van Piets erfenis; in de gemiddelde museumwinkel kun je tegenwoordig allerlei gebruiksgoed in de stijl van Mondriaan aanschaffen.
Op de expositie is van hen allen iets terug te vinden. Met als hoofdmoot toch de talloze artistieke toe-eigeningen van Mondriaans neoplasticistische schilderijen, zoals hij zijn werk zelf noemde. De Mondrian Mobile van Thomas Moor, de vierkante doornenkroon (Katholischer Mondrian) van Lois Weinberger en de hakenkruisvariant van Georg Baselitz. De talloze ‘replica’s’ van Max Bill, Tom Sachs, Sherrie Levine, Imi Knoebel, Marlow Moss en Lee Krasner – de ene is gewichter of speelser dan de andere, maar alle blijven dicht bij het vocabulaire dat Mondriaan in dertig jaar tijd had ontwikkeld.
Een beetje onderbelicht blijft de ‘mondrianisatie’ van onze omgeving. Want de helderheid van zijn schildervondst is feitelijk op alles toepasbaar: de kleuren van gebouwen, metrostellen, bushokjes en kinderspeelplaatsen; de lay-out van richtingbordjes, bewegwijzering en boekcovers. Het terugbrengen van de infrastructurele chaos tot de eenvoud van horizontale en verticale lijnen, de overzichtelijkheid bevorderen door het aantal kleuren te reduceren tot drie – je moet het Mondriaan nageven dat hij daarvoor (gewild of ongewild) de kiem had gelegd.
Natuurlijk kan het zijn dat die kiem al eerder in de Hollandse mentaliteit lag. Denk aan het cliché van de geschrobde interieurs op 17de-eeuwse genreschilderijen, de keurige protestantse zuinigheid en de hang naar nuchtere rationaliteit. Maar Mondriaan heeft aan die karaktertrekken een welhaast onwrikbaar uiterlijk gegeven, zo strak en ondubbelzinnig dat er weinig ruimte is het anders te zien. Alleen daarom al is de frivole opstelling in Wolfsburg een bevrijding, zo niet een welkome ontheiliging.
De Duitse tentoonstelling zou je goed kunnen vergelijken met de expositie die tot vorige week in het Fotomuseum Den Haag te zien was: Strike a Pose, met foto’s van Mondriaan die niet door hem zelf strak waren geregisseerd. Want wat bleek: Mondriaan mocht dan graag de ernstige schilder uithangen, met strenge blik, gekamde haartjes, Hitler-snorretje en bril op de neus, een man die de kunst aan het hervormen was in een compromisloze vormentaal, hij was ook de man die in ontspannen uurtjes wijntjes inschonk, flirtte met de dames, schalks uit de ogen kon kijken en die zelfs af en toe een glimlach op het gezicht toverde.
Die relativering van zijn ernstige imago past ook in het onderzoek dat wijlen conservator Hans Janssen van het Kunstmuseum Den Haag ruim vijftien jaar geleden deed naar het topwerk dat ze daar in huis hebben: het laatste, onvoltooid gebleven schilderij Victory Boogie Woogie. Uit dat onderzoek bleek dat de schilder zat te wikken en te wegen, experimenteerde met stukjes tape en karton, de hele compositie omgooide en veel intuïtiever te werk ging dan werd verondersteld. Janssen destijds: ‘We dachten altijd dat Mondriaan een consciëntieuze, systematisch werkende schilder was. Haast conceptueel. Dat klopt niet.’
Overigens is het Haagse Kunstmuseum, dat met ruim 300 werken de grootste collectie Mondriaans ter wereld heeft, hetzelfde museum dat al jaren krampachtig poogt diens erfenis levend te houden, zonder al te veel succes. Dat komt waarschijnlijk omdat ze die erfenis te veel als een nationale last zien, en de ernst van Mondriaans werk te veel intact willen houden uit angst voor imagoschade. Ontzag voor de man en zijn theorieën, tekeningen en schilderijen kan ook contraproductief uitpakken. Want ja, blijft het bezoekersbankje voor de Victory Boogie Woogie niet veelal onbezet?
Wellicht zouden ze in Den Haag te rade kunnen gaan in Wolfsburg, en hoe ze daar ‘onze’ Piet aan de man proberen te brengen: zonder vooringenomen egards of overdreven bewondering. Door zijn erfenis niet streng te bewaken, maar open te gooien voor iedereen die daarmee aan de haal wil gaan, ongeacht het resultaat. ‘Zonder hem zou de wereld er anders uitzien’, vertelde Janssen in 2017. Toch een opmerking die erop wijst dat de verdiensten van Mondriaan verstrekkender waren dan alleen zijn werk. Of de schilder daarmee gelukkig zou zijn? Maakt niet uit!
Re-Inventing Piet. Mondrian und die Folgen. Kunstmuseum Wolfsburg. T/m 16 juli.
Ze haalden zelfs De Telegraaf op 13 januari 1966: de jurken die de Parijse couturier Yves Saint Laurent ontwierp met zwarte lijnen en de kleuren rood, geel en blauw, gefotografeerd voor een schilderij van Piet Mondriaan. En waarbij de drie mannequins Jacoba de Meyere, Martine Kramers en Hanneke Buij met hun armen dezelfde haakse hoeken maakten als de lijnen in Mondriaans werk. Serieuze kunstenaar, eigentijdse modeontwerper en populistische krant - de popularisering van Mondriaan kende een vliegende start.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden