De ‘kloof’ tussen Randstad en platteland is al jaren een geliefd thema aan talkshowtafels en in verkiezingsprogramma’s. Dus als het Sociaal en Cultureel Planbureau opeens nadrukkelijk over ‘de veronderstelde kloof’ spreekt, dan valt dat op. Dit staat er in het SCP-rapport Somber over de samenleving? over maatschappelijk onbehagen, dat vandaag verschijnt: ‘Wie iemand is en wat iemand vindt, is belangrijker dan waar iemand woont.’ Volgens het SCP kan dit ‘niet vaak genoeg benadrukt’ worden.
Is er dus geen kloof tussen Randstad en platteland? De situatie is minstens zo zorgwekkend, al zal politiek socioloog en verantwoordelijk SCP-onderzoeker Emily Miltenburg het anders formuleren. Zij spreekt de taal waarin het SCP beleidsmakers en politici beleefd op de haken en ogen van hun aanpak wijst – de laatste jaren vaker dan voorheen. Miltenburg zegt: ‘Als je alleen maar die ruimtelijke bril Randstad-regio ophoudt, kan dat vijanddenken aanwakkeren. En misschien nog belangrijker: dan zie je niet de haarscheurtjes die tegenwoordig door heel Nederland lopen. Dan zie je niet meer dat jouw overburen een laag inkomen hebben, of geen sociaal netwerk. Dat soort ongelijkheden dreigen we helemaal over het hoofd te zien. Terwijl die overal in Nederland aan het ontstaan zijn en het onbehagen voeden.’
Over de auteur
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.
Het vertrouwen van Nederlanders in de democratie is in tien jaar niet zo sterk gedaald, bleek al uit het Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Daarin neemt het SCP drie keer per jaar de temperatuur op. Hoe de bevolking is opgedeeld en waar nieuwe scheidslijnen liggen, valt daarnaast te lezen in het SCP-rapport Eigentijdse Ongelijkheid, waarvoor bijna 7.000 mensen zijn ondervraagd.
Eén op de zes Nederlanders heeft een achterstand in economisch kapitaal (inkomen, opleiding), cultureel kapitaal (ken je de ongeschreven regels), sociaal kapitaal (wie ken je, heb je een netwerk) en persoonskapitaal (van fysieke en mentale gezondheid tot een aantrekkelijk uiterlijk). Eigentijdse Ongelijkheid liet al zien dat problemen van mensen onder aan de ladder door de overheid niet met geld en ‘eigen verantwoordelijkheid’ alleen zijn op te lossen. Veel Nederlanders redden het daarmee niet.
Maatschappelijk onbehagen krijgt sinds Pim Fortuyn wel ruim baan als ‘emotioneel frame’ in de politiek, waarschuwt het SCP nu in Somber over de samenleving?, maar als politici alleen maar het sentiment blijven benoemen zonder hun beleid aan te passen, dan kan dat averechts uitpakken: 62 procent van de Nederlanders vond afgelopen najaar dat het duidelijk de verkeerde kant opgaat met het land. In het voorjaar van 2022 was dat 46 procent. Het SCP wil nu precies laten zien bij wie dit maatschappelijk onbehagen het hevigst is, zodat beleidsmakers er ook echt iets aan kunnen doen.
‘Onder die gemiddelde cijfers zit natuurlijk een heleboel. Dus wat zijn dat nu voor zorgen? Hoe verschilt dat voor verschillende mensen? Voor dit nieuwe onderzoek hebben we de data uit Eigentijdse Ongelijkheid gebruikt, omdat we daar van bijna 7.000 mensen gegevens hebben over wat ze vinden, wat hun hulpbronnen zijn, maar ook over waar ze wonen. We wilden het maatschappelijk onbehagen daarmee verder ontleden. Want alleen maar oog hebben voor het sentiment zelf is niet productief en niet constructief.’
‘We hebben best simpele onderzoeksvragen gesteld: wat is onbehagen, bij wie zit het, waarover gaat het en waar komt het voor. Omdat we verder wilden kijken dan het bekende frame bij onbehagen: dat het om ‘boze burgers’ gaat. Terwijl onbehagen vaak over bezorgde burgers blijkt te gaan.’
Somber over de samenleving? onderzoekt de antwoorden op enquêtestellingen als ‘In ons land is er voldoende aandacht voor mensen die het financieel minder hebben’, ‘Voor de jongere generaties wordt het leven eerder slechter dan beter’, ‘De regering heeft een duidelijke visie over waar het met ons land naartoe moet’.
De onderzoekers verdelen maatschappelijk onbehagen in zes dimensies: verlies van vertrouwen in menselijk kunnen (oftewel de maakbare samenleving), verlies van ideologie, verlies van politieke macht (als de politiek minder invloed heeft op belangrijke voorzieningen), verlies van gemeenschapszin (gedeelde normen en waarden), toenemende sociaaleconomische kwetsbaarheid van burgers en tot slot pessimisme over de maatschappij. En verwar maatschappelijk onbehagen niet met protest, waarschuwen de onderzoekers. Protest gaat over duidelijk gedrag en een kleinere groep. Onbehagen leeft verborgener en breder.
‘Ja, het geeft aan dat je visie wilt, een koers, dat je betrokken bent bij de samenleving. Onbehagen komt het sterkst voor bij mensen met een cultureel conservatieve houding, maar zeker ook bij anderen. Rond sommige onderwerpen, zoals klimaatverandering, kun je onbehagen in een U-vorm vinden, waar aan de uiteinden tegengestelde standpunten vertegenwoordigd zijn. Onbehagen kan tegelijkertijd groot zijn bij mensen die tegen klimaatmaatregelen zijn en bij mensen die vinden dat het juist niet genoeg opschiet.’
Politici hebben dan vaak de neiging ‘te gaan cateren voor de groep die altijd boos is’, zegt Miltenburg. ‘Maar bijvoorbeeld rond het klimaat kun je zien hoe dan een waterbedeffect optreedt. Je kunt wel aan één kant gaan drukken tot het helemaal goed is voor boze burgers, maar dan verplaatst het probleem zich naar groep twee.’
Het maatschappelijk onbehagen is in plattelandsgemeenten buiten de Randstad ‘iets’ groter dan in stedelijk gebied, maar de onderlinge verschillen binnen al die gemeenten zijn toch echt groter. Maatschappelijk onbehagen heeft dan ook meer te maken met een lage opleiding of conservatieve politieke standpunten en die vind je net zo goed in de Randstad – zie ook de grote opkomst van de BoerBurgerBeweging in grote steden daar, zoals Rotterdam.
Miltenburg: ‘Wij vinden ook geen bewijs voor het idee dat het verdwijnen van lokale voorzieningen, werkloosheidscijfers en demografische krimp leidt tot meer maatschappelijk onbehagen.’
‘We hebben ook goed gekeken naar het verdwijnen van voorzieningen en het bestaan van voorzieningen. De bus die niet meer rijdt, is dan het beeld dat iedere keer naar voren komt, ja. Wij hebben gekeken naar scholen, supermarkten, zorgvoorzieningen. Maar steeds is het mechanisme hetzelfde: we vonden dat helemaal niet zo sterk terug als oorzaak van maatschappelijk onbehagen. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat we dat wat sterker zouden vinden.’
‘Jawel, maar het gaat hier om de relatie met onbehagen: we vonden dat onbehagen niet speciaal of sterker op plekken waar voorzieningen zijn verminderd. Dat wil niet zeggen dat voorzieningen er niet toe doen, die zijn belangrijk. Maar mensen die in zo’n gebied wonen weten meestal wel dat voorzieningen daar kunnen verdwijnen en passen zich daar dan op aan. Opleiding, netwerk en inkomen doen er veel meer toe.’
‘Het is absoluut belangrijk dat de Rijksoverheid met regionale partners in gesprek gaat over de verdeling van rijksgelden, zoals in Groningen. En om de politieke vertegenwoordiging van mensen uit alle regio’s evenwichtiger te maken. Maar als je uitsluitend die geografische bril van de tegenstelling Randstad-regio opzet, dan kan het een self-fullfilling prophecy worden en vijanddenken aanwakkeren. En je lost het echte grote probleem er niet mee op: de haarscheurtjes in heel Nederland die het onbehagen intussen blijven voeden.’
‘Op zichzelf zijn kaartjes prima om de ruimtelijke spreiding van bepaalde zaken te laten zien. Maar de neiging bestaat om dat soort kaarten naast elkaar te leggen en te concluderen: hier is het inkomen wat lager en de proteststem wat luider dus het zullen wel mensen met lage inkomens zijn die stemmen op protestpartijen. Maar dat kun je op basis van die kaarten niet zomaar zeggen.’
In Nederland zijn mensen met een lage positie in de samenleving overál somberder, stelt het SCP.
‘Niet alleen natuurlijk. En er bestaat in Nederland ook een participatie-elite van mensen met een hogere opleiding, er zit ongelijkheid in politieke participatie. Je moet dus zeker oppassen dat je met democratische vernieuwingen niet de stem nog luider maakt van mensen die toch al meedoen. Maar een correctief referendum blijkt wel het meest gewenst onder mensen met weinig politiek vertrouwen en veel maatschappelijk onbehagen: zij willen aan de noodrem kunnen trekken.’
‘Dat willen we ook duidelijk maken: iedereen tevreden houden is onmogelijk. Maar luisteren naar de meerstemmigheid, koersvast zijn en procedurele rechtvaardigheid, ofwel mensen laten zien dat er echt naar ze is geluisterd, dat doet er zeker toe. Dat maakt dat ze een beslissing sneller accepteren.’
‘Een groter verhaal voor de toekomst zou echt niet verkeerd zijn. Het gaat al erg lang over heel veel kortetermijnbeslissingen, terwijl de dossiers vaak al jaren spelen. De kerntaak van de overheid is om problemen en zorgen van Nederlanders aan te pakken. Dat is ook productiever dan het sentiment te blijven benoemen. Met het oog op het vertrouwen van Nederlanders in de democratie moet het nu wel gaan opschieten.’
WIJ/ZIJ-maatschappij
Kunnen we in tijden van polarisatie nog samenwerken tegen klimaatverandering e
Source: Volkskrant