Home

Leuker wordt het er niet van, maar er ligt eindelijk een fundament onder de virusbestrijding

De Wet publieke gezondheidszorg is geen garantie dat het bij de volgende epidemie beter gaat, maar voorkomt in elk geval dat het land te lang per decreet wordt geregeerd.

Dat Nederland in 2020 slecht was voorbereid op een pandemie, wordt inmiddels door niemand meer betwist. Het inkoopbeleid, het testbeleid, het vaccinatiebeleid, het isolatiebeleid, het lockdownbeleid: niets ging vanzelf en steeds moest werkendeweg het wiel worden uitgevonden. Het was een lange weg van de oproep om te stoppen met handen schudden tot aan de invoering van de eerste naoorlogse avondklok. Bovendien bleek de wettelijke basis voor al die maatregelen vaak niet of nauwelijks op orde, waardoor de ene na de andere noodwet eraan te pas moest komen. Daarover ontstond met name in de Eerste Kamer steeds meer ongemak: eigende het kabinet zich niet voortdurend allerlei ongrondwettelijke bevoegdheden toe?

Zeker tegen het einde van de epidemie vertoonde het kabinet inderdaad wat verschijnselen van verslaving aan de botte bijl, zoals in die winter, anderhalf jaar geleden, toen Nederland als enige van Europa nog steeds in een vrijwel totale lockdown zat, met alle sociale, emotionele en economische gevolgen van dien. En dat was niet eens omdat in de buurlanden veel minder besmettingen waren, maar omdat ze het daar nou eens op een andere manier wilden proberen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Dat voedde onder critici de overtuiging dat het niet meer ging om virusbestrijding, maar om het op slinkse wijze onderdrukken van democratische grondrechten. Dat was niet zo – de kritiek is ook geheel verstomd nadat het kabinet eindelijk afscheid had genomen van de laatste maatregelen – maar het was wel een teken aan de wand dat de Eerste Kamer het kabinet er vorig jaar van moest weerhouden na de vierde Tijdelijke wet maatregelen ook nog een vijfde in te voeren. Aan elk opportunisme komt een eind.

Teneinde de volgende keer in elk geval juridisch beter voorbereid te zijn, is nu de nieuwe Wet publieke gezondheidszorg een feit. Dat betekent dat het kabinet bij een volgende noodsituatie geen juridisch stuntwerk meer hoeft uit te halen om afstandsregels, testverplichtingen en hygiënevoorschriften uit te vaardigen als die ten goede komen aan de volksgezondheid.

De meer omstreden, zware maatregelen zoals de avondklok en de scholensluiting staan niet in de wet – minister Kuipers zou er op dit moment waarschijnlijk geen meerderheid voor krijgen – maar het kabinet behoudt zich wel het recht voor om die in geval van ‘acute nood’ alsnog snel in te zetten, zonder parlementaire goedkeuring vooraf.

Dat wekte terecht de achterdocht van de oppositiepartijen in de Tweede en de Eerste Kamer, die dan ook op hun strepen gingen staan: het kabinet mag in de toekomst snel beslissen in het geval van nood, maar als het parlement de maatregelen niet binnen acht weken heeft goedgekeurd, vervallen ze vanzelf.

Zonder enige inperking van grondrechten zal het waarschijnlijk niet gaan en deze wet is geen garantie dat het beleid in de toekomst wel evenwichtig en aantoonbaar effectief is. Maar de wet sluit nu tenminste wel uit dat het land meer dan enkele weken per decreet kan worden geregeerd. Op die middenweg kan niet zoveel misgaan, in elk geval niet al te lang.

Source: Volkskrant

Previous

Next