N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Stemmen in Amsterdam Bij het stemlokaal klinkt veel lof voor de „sterke leider” Erdogan. Stemmers op de tegenkandidaat houden zich gedeisd.
Het eerste dat opvalt als je door een land reist? Juist, de weg. En je kunt over Turkije véél zeggen, weet Ersan Durmus (40), de weg is onder president Recep Tayyip Erdogan flink verbeterd. „Zette je vroeger de tv aan, hoorde je alleen maar over doden en verkeerschaos. Nu zijn de wegen tweebaans, er zijn tunnels gebouwd, bruggen, viaducten. Izmir-Istanbul was ooit een pokkeneind met de auto. Nu rijd je dat in vijf uur.”
De verbeteringen zie je misschien scherper op afstand, als Turkse Nederlander die jaarlijks de familie bezoekt. En dan valt op, zeggen Bayran en Dudu Cakir (beiden 36), hoe het land er telkens glanzender bij staat. Blinkend asfalt, nieuwe huizen. En ook: wáár. Niet in Bodrum, waar het echtpaar deze meivakantie nog familie bezocht. Dat wordt bestuurd door de oppositie, niet door Erdogans AK-partij. „Je ziet gelijk het verschil.”
Bayran en Dudu Cakir hebben voor de tweede maal in één maand op president Erdogan gestemd. Net als Ersan Durmus en zijn schoonvader. En Mikail Aksoy (28), gestoken in het shirt van het Turkse elftal. En nog veel méér bezoekers van het stemlokaal in Amsterdam-Sloterdijk hebben op Erdogan gestemd. Jong, oud, modern, conservatief. Ze twijfelen er niet aan dat de 69-jarige president zondag de tweede stemronde van de parlementsverkiezingen zal winnen.
Begin mei stonden ze er óók – toen in de rij voor de RAI. Een meerderheid in die eerste stemronde bleef uit, nu kunnen Turkse Nederlanders in deze regio sinds zaterdag stemmen in een partycentrum op een bedrijventerrein, niet meer in de RAI. Een trouwzaal met witte marmeren vloer, witte (nep)bloemen aan de muur en een kroonluchter met een diameter van vier meter. Binnen staan zestien stembussen, gescheiden door zwarte gordijnen, en bij elke stembus vier waarnemers, van elke partij één, die bijhouden of het eerlijk verloopt.
Voor de ingang is het tot diep in de avond een komen en gaan van auto’s en taxibusjes en voor de ingang staat onophoudelijk een rij. Buiten staan politie, handhavers, stewards en dertig man beveiliging; in de RAI liep het vorige keer flink uit de hand. Toen liep de spanning tussen beide aanhangers zo hoog op, dat op de laatste stemdag driehonderd Turkse Nederlanders met elkaar op de vuist gingen.
De sfeer in de trouwzaal is tot nu toe beter, klinkt onder stembusmedewerkers en politie. Tot en met woensdag kan worden gestemd, op vier plekken in het land. In de eerste ronde maakte de verenigde oppositie van Kemal Kılıçdaroglu volgens peilingen een goede kans, maar Erdogan deed het beter dan verwacht, ondanks de hoge inflatie in Turkije en de aardbevingen in februari. De zittende president kreeg 49,2 procent van de stemmen, opponent Kılıçdaroglu 45,1 procent. En onder Turkse Nederlanders bleek Erdogan nog populairder: twee derde stemde op de man die al twintig jaar president is.
Waarom? Ook Erdogan is geen perfecte leider, klinkt onder zijn fans. Maar ze geloven niet dat er iemand is die het land béter kan leiden. Turkije ligt in het midden van de wereld. Het land heeft te maken met Europa, het Midden-Oosten en Rusland en Oekraïne. „Een moeilijk land om president van te zijn”, zegt Mikail Aksoy. Omringd door landen in oorlog wankelt zijn moederland nog niet. „Dat is de verdienste van een sterke leider.”
Lang niet iedereen in het stemlokaal in Sloterdijk is pro-Erdogan. „Hij verspreidt alleen maar leugens!” zucht een vrouw die snel verder loopt. „De grootste dief van de wereld”, zegt een ander. Dat ze op de oppositie hebben gestemd houden sommigen liever voor zich. In het besef dat ze – vermoedelijk – de zwijgende minderheid zijn.
Veel Nederlandse media hadden bij de eerste stemronde gesuggereerd dat Turkije toe is aan verandering, dat was volgens Dudu Cakir vooral wensdenken. „Het Jeugdjournaal liet in een verkiezingsitem alleen maar Erdogans tegenstanders aan het woord. Toen dacht ik: zie je wel…”
Ze vindt dat media een verkeerd beeld neerzetten van Turkije. Inflatie? Toen Cakir in Bodrum was, was het winkelcentrum net zo druk als anders. „Ik zag geen probleem.” En kijk eens, zegt ze, hoe Erdogan de gascrisis heeft aangepakt. „Hier moesten we deze winter een deken tegen de deur leggen vanwege de kou, en nóg was de rekening 700 euro. In Turkije was het gas gratis!”
En die aardbeving? Tja, die heeft de president toch niet veroorzaakt? Hij had pech dat het vlak voor de verkiezingen gebeurde, vindt Ersan Durmus. En dat de hulp niet gelijk op gang kwam was door de verwoeste wegen. Daarna heeft hij volgens Durmus „gered wat er te redden valt”. De president is gelijk gaan bouwen, de eerste nieuwe huizen zijn al klaar. „Nou, in Nederland wacht ik al een jaar op een huis.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC