N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Films als deze worden zelden gemaakt, vrijwel nooit eigenlijk. Een Hollywood-behandeling van de wereld van orkestmuziek, een universum dat voor de meeste kijkers zó a-sexy is dat het onbekend, ondoorgrondelijk en onbemind is. En deze film doet niks halfslachtig. De grappen gaan over John Cage, Albert Schweitzer, de reputatie van Smith College en Brett Kavanaugh. De fascinerende Cate Blanchett mijmert minutenlang over Mahler. Toch is het voor iedereen kijkbaar. Blanchett is hypnotiserend als briljante, gecompliceerde ijskoningin. En klassieke muziek speelt een bijrol – het is slechts de etalagepop waar een klassiek ondergangsepos aan wordt gehangen. Enigszins controversieel is de film wel – er zijn kritieken waarin woorden als racisme, seksisme en kolonialisme worden gehangen. Beslis het voor uzelf, het maakt de film alleen maar een interessantere kijkervaring.
●●●●● Regie/scenario Todd Field, met Cate Blanchett, Nina Hoss e.a. Lengte: 158 minuten.
Cáit verstopt zich graag. Ze woont in een huis met vier kinderen, de vijfde is onderweg. Liefde en aandacht zijn schaars in het huis - zo schaars, dat Cáit de zomer moet doorbrengen bij een ander gezin. In andere woorden: het vijfde kind wordt afgeroomd. Van haar surrogaatmoeder krijgt ze wel de liefde die ze nodig heeft. Zelfs haar norse nieuwe vader ontdooit langzaam. Hij schuift haar een koekje toe: een kleine daad met enorme impact. Het fijnzinnige emotionele drama speelt zich af in een bijna vierkant beeldformaat, illustratief voor de beperkte leefwereld van Cáit. Tijdens de NRC Filmdag zat vrijwel iedereen de ogen te deppen bij deze debuutfilm van Colm Bairéad. In NRC zei hij: „Het gaat in deze film niet over plot of verhaal. Dat maakt het spannend. Tegelijkertijd heeft een volwassen publiek vanzelfsprekend een groter begrip voor alles wat er op de achtergrond kan spelen. Heeft Cáit een geschiedenis van misbruik? Loopt zij bij haar pleegouders gevaar? Die ambiguïteit vind ik fascinerend.”
●●●●●Regie Colm Bairéad, met Catherine Clinch, Carrie Crowley, Andrew Bennett, Michael Patric. Lengte 96 min.
Zelden zie je een debuutfilm die gemaakt is met zo veel zelfvertrouwen. En dan komt-ie ook nog uit Nederland! Regisseur, scenarist en dichter Nafiss Nia maakte een indringende en vermakelijke film over haar eigen verhaal: vluchten naar Nederland. Dit is echter geen gruwelijk verhaal, met bloedvergieten en achtervolging. Het is een kleine, compacte psychologische thriller. We volgen Roya, een vrouw die één middag lang wacht voor een gesloten deur. Daarachter, hoorde ze, schuilt de enige persoon die haar kan helpen nu ze is uitgeprocedeerd, maar de man achter de deur wil haar niet binnenlaten. Het was een van de grote verrassingen van het Internationaal Film Festival Rotterdam, dit jaar. Nia vertelde NRC uitgebreid over de film en haar eigen verhaal: „Ik droeg het verhaal bij me, als ongedierte waar je niet vanaf komt. Het drukte op me. Stel je voor dat je continu kakkerlakken hebt die over je heen lopen.”
Heel veel mensen zullen deze film vreselijk vinden, toch moet je ‘m gezien hebben. De horrorfilms Hereditary en Midsommar maakten regisseur Ari Aster een sterregisseur. Met zijn derde film, een prestigeproject, slaat hij een andere richting in: dit is een comedy. De neurotische Beau (Phoenix) onderneemt een odyssey voor een bezoekjee bij zijn moeder. Onderweg wordt hij geteisterd door zijn verleden, rouw, zijn angsten, losgeslagen seriemoordenaars en penismonsters. Een script als door een ijlende Freud. Aster gebruikte het script voor Beau is Afraid jarenlang als vergaarbak voor ideeën en angsten waar hij geen andere plek voor had, vertelde hij NRC. De reden dat het werkt is Joaquin Phoenix. Zijn constante-zenuwinzinkingspel maakt Asters pandemonium van angsten tot een harmonie. Dít is wat er gebeurt als een populaire, visionaire regisseur alle ruimte en vrijheid krijgt om zijn visie tot het scherm te brengen. Of je het nou leuk vindt of niet, interessant en uniek is het wel. Het houdt je nog weken bezig.
●●●●●Regie Ari Aster, met Joaquin Phoenix, Amy Ryan, Patti LuPone, Parker Posey, Nathan Lane. Lengte 179 minuten.
Tarik Saleh werd zijn geboorteland Egypte uitgezet, vlak voor de opnames van zijn vorige film The Nile Hilton Incident. Sinds die thriller, waarin hij de Egyptische elite neerzette als corrupt en paranoïde, is hij persona non grata. Bij de Egyptische staat zal hij zich niet populairder maken met zijn nieuwste film Cairo Conspiracy, maar bij de filmliefhebbers wel. De grootimam, die zetelt in de Al Azhar-universiteit, overlijdt. Er moet een nieuwe gekozen worden. En dat is geen formaliteit. De grootimam is een soort paus van de soennistische islam en is zo voor sommigen een grotere autoriteit dan de staat. Dus zet de Egyptische overheid een student aan de Al Azhar-universiteit in als spion, om de verkiezing van een overheidsgunstige imam te verzekeren. Het is een enerverende thriller. Snel, veel wendingen, stijlvol gefilmd, maar het hoogtepunt van de film is de setting, die voorheen afgesloten en ondoorgrondelijk was, niet alleen voor westerse kijkers. Ook wel eens lekker: een filmhuisfilm die kijkt als een Hollywoodproductie.
●●●●● Regie Tarik Saleh, met Tawfeek Barhom, Fares Fares, Mohammad Bakri. Lengte 121 min.
Regisseur Emmanuelle Nicot slaagde met Dalva in het onmogelijke: ze maakte een film over incest en jeugdzorg waar je níet depressief uitkomt. Het twaalfjarige meisje Dalva wordt in de film gered uit haar incestueuze gezinssituatie en naar een pleeggezin gebracht. Wat haar overkwam was vreselijk. Maar zij denkt zelf dat het liefde was. Hoe ontworstelt een kind zich uit de greep van haar ouders? Dalva is een uniek portret van de veerbaarheid van een jong meisje. En tegelijkertijd een kritische reflectie op de manier waarop men in de jeugdzorg met kinderen omgaat. Emmanuelle Nicot vertelde NRC: „Elk kind heeft liefde nodig om te overleven. De sociaal werkers kunnen ze dat niet geven. Omdat er geen tijd voor is, maar ook omdat ze dat niet mogen. Dus houden de kinderen maar van elkaar.”. Dalva won de publieksprijs op het Internationaal Film Festival Rotterdam.
●●●●● Regie Emmanuelle Nicot, met Zelda Samson, Fanta Guirassy, Alexis Manenti. Lengte 87 min.
Metronom is een grimmige casestudy in onderdrukking. Roemeense kinderen die opgroeiden onder het meedogenloze regime van de communistische dictator Ceaucescu worden gedrild om kruiperige, oppassende onderdanen te worden. Het is de taak van Securitate-baasje Biris (Ivaov) om de kinderen te breken. Zoals de kinderen die brutaal een open, mild kritische brief opstelden en naar het illegale radiostation Metronom stuurde. Wiens idee was dat eigenlijk? Wie formuleerde wat? Zulke vragen worden plots van levensbelang als de veiligheidsdienst Securitate voor de deur staat in zwartleren tenue en de doodsbange scholieren naar het bureau afmarcheert. Waar ze in een nachtmerrieklas belanden, met verklaring, bekentenis en verdachtmaking als strafwerk.
●●●●●Regie Alexandru Belc, met Mara Bugarin, Serban Lazarovici, Vlad Ivanov, Tiberiu Zavelea. Lengte 126 min.
„Een deel van jezelf verzwijgen, is een deel van jezelf doden”, zei regisseur Maryam Touzani op het Internationaal Film Festival Rotterdam tegen NRC. Dat is het thema van haar film. In The Blue Caftan worstelt een traditionele Marokkaanse kaftanmaker met zijn homoseksualiteit wanneer hij verliefd wordt op zijn nieuwe leerling. Ondertussen is de kanker van zijn vrouw Mina teruggekomen. Terwijl zij wegkwijnt en afsterft, bloeit er iets nieuws en prachtigs op. De film verrast. Je verwacht geschreeuw, homofobie, pijnlijke afstoting, een maatschappij die zich tegen Halim keert, maar dat doet de film niet. Homoseksualiteit wordt behandeld als iets wat wordt getolereerd, zolang het niet wordt uitgesproken. Zowel in de Marokkaanse maatschappij als in het huwelijk van Halim en Mina. Het is een rustige film, die bombastische uitspraken en geweldsuitspattingen vermijdt. In plaats daarvan is er weinig dialoog, en zijn er veel scènes van Halim en zijn leerling die liefdevol werken aan hun nieuwe kaftan. Slow Film, dat zeker, maar wel van de hoogste plank.
●●●●● Regie Maryam Touzani, met Lubna Azabal, Ayoub Messiou, Saleh Bakri. Lengte: 118 min.
„De beste nieuwe artiest”, kondigt Little Richard aan bij de Grammy’s, zijn vingers ritsen de envelop maar half open, „…ben ik”. Hij wijst naar het publiek – een zaal vol artiesten en muziekbobo’s. „Jullie hebben me nooit iets gegeven. Niemand gaf míj ooit een Grammy. En ik zing al jaren. Ik ben nog wel de architect van rock-’n-roll.” Richard brengt het als een grap, met een lach op zijn gezicht. Maar er is een kern van waarheid in. Deze documentaire toont Richard als wat hij was: een van de grondleggers van de rock ’n roll en een van de geniën va Source: NRC