Home

De leesramp: waar in godsnaam te beginnen? Toch maar bij de pabo’s

Het is nog erger dan gedacht. Dat het niet goed ging met de leesvaardigheid van Nederlandse kinderen wisten we, maar dat de daling zó scherp is, in vijf jaar tijd, is toch weer onthutsend. In PIRLS, het grote internationale onderzoek naar de leesvaardigheid van 10-jarigen, daalde de Nederlandse score van 545 naar 527. Ter vergelijking: Singapore, het best presterende land, scoorde 587, Engeland, de verrassende nummer 1 van de westerse landen, 558.

De daling bij PIRLS is al jaren gaande, maar was eerst gestaag. Nu is het een steile duik. Nederland ging sinds 2001 met 27 punten omlaag, waarvan 18 in de afgelopen vijf jaar. In 2001 behoorden we tot de top. Vorige keer, in 2016, scoorden we nog 8 punten boven het gemiddelde van de 21 westerse landen, nu presteren we niet langer bovengemiddeld. We staan in de treurige helft.

Lichtpunten zijn er niet. Corona speelde een rol, maar daar hadden andere landen ook last van. De daling is zichtbaar in alle groepen, jongens, meisjes, van al dan niet Nederlandse herkomst. Ik las een opmerkelijke observatie van leesexpert Anna Bosman, hoogleraar aan de Radboud Universiteit: de leesscore van leerlingen bij wie thuis vrijwel altijd Nederlands wordt gesproken ligt in 2021 op het niveau van leerlingen uit 2001 die thuis vrijwel nooit Nederlands spraken.

Het onderwijs slaagt erin om vrijwel iedereen op het minimale niveau te krijgen, maar goede lezers, die een langere tekst aankunnen, die kunnen analyseren en verbanden leggen, zijn er steeds minder. Dat is zorgelijk: het zijn de studenten van de toekomst, de toekomstige beleidsmakers, wetenschappers, rechters, artsen en leraren. Goed lezen is een voorwaarde voor goed nadenken.

Jongens lezen slechter dan meisjes, een verschil van 13 punten; dat was in 2016 nog 10 punten. Jongens lezen ook minder graag en vaak dan meisjes. Gemiddeld nam het leesplezier sterk af: 37 procent van de leerlingen houdt niet van lezen, dat was vijf jaar geleden 31 procent. Ook dat geeft weinig hoop. Want: wie graag leest, doet het steeds beter, gaat het leuker vinden, leest nog meer en wordt er nog beter in.

Over de oorzaken schrijven de onderzoekers weinig. Minister Wiersma ziet in de resultaten een bevestiging van zijn grootscheepse aanpak van de basisvaardigheden. Hij doet een verzoek aan schoolleiders om het leesonderwijs op hun scholen te verbeteren. Maar de tijd van vriendelijke aansporingen is voorbij. Erik Meester (óók Radboud Universiteit), die onlangs in de Volkskrant opriep tot een ‘Deltaplan’ voor het onderwijs, vat de crisis goed samen: ‘een vaag curriculum, perverse toetsen, slechte opleiding, gebrekkig leiderschap en waardeloze lesmethoden’.

Maar waar in godsnaam te beginnen? Allereerst bij de pabo’s, denk ik. Daar moet lezen nú het belangrijkste vak worden. Maak van de hoogwaardige kennis die er over lezen is examenstof. En dompel de studenten onder in taal. Uit een onderzoek uit 2021 (Probiblio) bleek dat 40 procent van de studenten nooit fictie leest; een kwart houdt niet van lezen en bijna de helft meent onvoldoende kennis te hebben om kinderen te enthousiasmeren. Hopeloos.

Noodverband 2: stop onmiddellijk met de plaag van het ‘zelfsturend’ en ‘ontdekkend’ leren, het is aangetoond dat het niet werkt. Kinderen leren zichzelf niet lezen, ze hebben goede instructie van leraren nodig. De Onderwijsinspectie, die al jaren klaagt over schadelijke onderwijsvernieuwingen, moet ingrijpen op scholen die niet-effectieve methoden gebruiken. We geven patiënten ook niet lukraak nieuwe medicijnen of therapieën, waarom mag er wel met kinderen worden geëxperimenteerd? Kijk naar Engeland, dat het leesonderwijs snel heeft verbeterd met evidencebased methoden. Het kan echt.

Source: Volkskrant

Previous

Next