Het oordeel over het Openbaar Ministerie was vernietigend in het onderzoek naar de drie liquidaties in de omgeving van kroongetuige Nabil B. Waarom verbond niemand bij het OM of het ministerie van Justitie consequenties aan de fouten bij de beveiliging?
Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in maart liet er geen twijfel over bestaan: mede door cruciale fouten door en onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie was het mogelijk dat Reduan B., Derk Wiersum en Peter R. de Vries werden geliquideerd. Er was sprake van structurele onderschatting. Waarschuwingen over veiligheidsrisico’s waren genegeerd. Ruzies tussen OM-medewerkers en mensen rond de kroongetuige hadden een negatieve invloed op de beveiliging.
De vernietigende conclusies vroegen om een antwoord op de vraag: wie neemt hiervoor verantwoordelijkheid, in woord én daad? Is dat minister Dilan Yesilgöz, formeel verantwoordelijk voor het OM, maar aangetreden ná de fouten? Is dat OM-topman Gerrit van der Burg, persoonlijk betrokken bij de zaak en eindverantwoordelijk binnen zijn organisatie? Zijn dat andere betrokken OM-ambtenaren?
Over de auteurs
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft wekelijks de politieserie Die ene melding. Willem Feenstra is onderzoeksjournalist bij de Volkskrant. Hij won meerdere journalistieke prijzen en werd in 2017 genomineerd voor journalist van het jaar.
Nu, twee maanden later, is de conclusie dat zo’n offer niet wordt gebracht. Yesilgöz kan rekenen op clementie van de Tweede Kamer, omdat ze als opvolger van Grapperhaus part noch deel had aan de situatie. Van der Burg kondigde aan ‘stoïcijns’ door te gaan met het bestrijden van zware misdaad en werd door de minister gespaard. Andere betrokken OM-ambtenaren hoefden zich ook geen zorgen te maken, omdat ze volgens Van der Burg nou eenmaal ‘alles hebben gedaan wat ze konden’.
Donderdag luidt het Openbaar Ministerie met een feestelijke receptie de pensionering in van Van der Burg. Tussen de champagneglazen zal het ongemak voelbaar zijn. Waarom verbond niemand binnen het OM of het ministerie van Justitie en Veiligheid consequenties aan de fouten bij de beveiliging rond kroongetuige Nabil B.?
De aanbevelingen van de OVV werden weliswaar omarmd, maar voor nabestaanden, politici en zelfs medewerkers van het OM is dat niet genoeg. Zij hoopten op een serieus gebaar, waarmee de ernst van de situatie zou worden onderkend. Waarom kwam dat er niet? In een poging een antwoord te vinden op die vraag, sprak de Volkskrant de afgelopen weken met deskundigen, Kamerleden en nabestaanden.
Terug naar de conclusies van de OVV, die de beveiligingssituaties van de drie slachtoffers analyseerde. Het rapport staat vol details die vragen oproepen over de gang van zaken bij met name het Openbaar Ministerie. Eén daarvan springt extra in het oog, omdat die illustratief lijkt voor een groter probleem binnen het OM: het onvermogen om op een goede manier te communiceren en daarbij ook te luisteren naar mensen die geen formele machtspositie hebben.
Zo besloot het OM de deal met de kroongetuige bekend te maken voordat de beveiliging van de familie was geregeld, tegen het advies en de wil van diezelfde familie en kroongetuige Nabil B. in. ‘In de meest extreme situatie zou de familie een baksteen door de ruit kunnen verwachten’, zou het OM tegen de toenmalige advocaten van de kroongetuige hebben gezegd. Zes dagen na bekendmaking van de kroongetuigedeal werd B.’s broer vermoord.
In een reactie op het concept-rapport beschuldigde OM-topman Van der Burg de OVV ervan een ‘selectieve weergave van standpunten’ te hebben opgenomen waardoor ‘het perspectief van de overheid ontbreekt’ en er ‘een eenzijdig beeld ontstaat’. Hij riep op ‘niet met de kennis van nu’ te oordelen over ‘de situatie van toen’. Achteraf lijkt het misschien vreemd dat de broer van de kroongetuige niet werd beveiligd, maar destijds was zo’n moord volgens Van der Burg ‘onverwacht’ en ‘onvoorstelbaar’, simpelweg omdat het in Nederland nog niet eerder was gebeurd.
Volgens Felia Allum, Brits hoogleraar georganiseerde misdaad en corruptie aan de universiteit van Bath, is dit ‘een beginnersfout’. Allum doet al dertig jaar onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, vooral naar de maffia. Ze sprak met spijtoptanten en bestudeerde tal van processen met kroongetuigen. Zogenoemde doelwitsubstitutie, waarbij een naaste van een kroongetuige wordt geliquideerd omdat de kroongetuige zelf onbereikbaar is, is volgens haar een standaardwapen in de criminele gereedschapskist.
Dat het niet bij één liquidatie bleef, maar dat er liefst drie mensen uit de omgeving van de kroongetuige konden worden geliquideerd, noemt Allum ‘ongelooflijk’. Nooit eerder hoorde ze zoiets. ‘Als dit in Italië zou gebeuren, zou de hoofdverantwoordelijke voor de getuigenbescherming meteen moeten vertrekken.’
De schade die deze situatie veroorzaakt, is volgens haar gigantisch. ‘Niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de bestrijding van de misdaad wereldwijd. Het signaal is nu: de overheid kan niet voor je zorgen als je gaat praten. Het vertrouwen in de staat als beschermer maak je daarmee kapot en die schade is moeilijk te herstellen.’
Schade die wellicht ook moeilijk te herstellen zal zijn, is het gebutste vertrouwen in het Openbaar Ministerie, een organisatie die door affaires uit het verleden toch al onder een vergrootglas ligt. Steeds vaker worden in politieke en juridische kringen vragen gesteld bij het lerend vermogen van het OM, een kwestie die na het OVV-rapport weer actueel is.
De top van het OM was al maanden voor publicatie van het rapport op de hoogte van de inhoud ervan en had dus ook al maanden om na te denken over de publieke reactie. Maar een week nadat Van der Burg bij Nieuwsuur had gezegd ‘stoïcijns’ door te gaan, moest hij onder publieke druk van minister Yesilgöz alweer van zijn woorden terugkomen. ‘Door mijn toedoen is het beeld ontstaan dat het OM niet wenst te reflecteren en te leren’, schreef hij in een persbericht. ‘Dat betreur ik.’
Zijn misser versterkte de vraag die toch al breed leefde: waarom stelt niemand zijn positie ter beschikking vanwege de fouten, nu die door onafhankelijke onderzoekers zijn vastgesteld?
Het antwoord daarop is diffuus, blijkt uit een rondgang langs experts. Allereerst, en los van alle formele verhoudingen, benadrukken zij dat het betrokkenen vrij staat, en zelfs zou sieren, als zij zichzelf de vraag stellen: kan ik mijn rol in dit dossier in overeenstemming brengen met mijn geweten? ‘Zo nee, dan is opstappen een krachtig signaal’, zegt de Belgische hoogleraar straf- en politierecht Dirk Van Daele van de Universiteit Leuven.
Van der Burg laat in een reactie weten zichzelf die vraag te hebben gesteld. ‘Ik heb lang en goed over de OVV-conclusies nagedacht en heb daarbij zeker overwogen om op te stappen. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om te blijven, omdat ik zo beter mijn verantwoordelijkheid kon nemen.’
Feitelijk is het niet aan Van der Burg zelf om te beslissen of hij kan aanblijven, maar aan de minister van Justitie en Veiligheid, zegt hoogleraar Van Daele, die onderzoek deed naar de rol van de openbaar ministeries in Nederland, België en Duitsland. In deze drie landen heeft het OM volgens hem ‘een bijzondere constitutionele positie, als het ware tussen de uitvoerende en rechterlijke macht in’. ‘Aan de ene kant zijn het dus ambtenaren die beleid uitvoeren’, zegt Van Daele, ‘anderzijds moet het OM altijd opereren vanuit een magistratelijke houding. Dat impliceert dat je afstand houdt van de uitvoerende macht, van de minister.’
Het is volgens Van Daele een verklaring voor het gegeven dat de minister het OM doorgaans met fluwelen handschoenen aanpakt. En niet snel maatregelen zal nemen tegen medewerkers. Een ‘spagaat’, noemt hij het, omdat de minister tegelijkertijd wel de volledige verantwoordelijkheid draagt voor ‘het functioneren en disfunctioneren van het OM’, de ministeriële verantwoordelijkheid.
Minister Yesilgöz laat desgevraagd weten nooit te hebben overwogen Van der Burg weg te sturen. ‘Het OM heeft in gesprekken aangegeven de conclusies van de OVV te onderschrijven en dat er bereidheid is te leren van de fouten die gemaakt zijn. Dit tezamen was voor mij voldoende’, aldus Yesilgöz. Zelf overwoog ze als eindverantwoordelijke voor het OM ook niet op te stappen. ‘Voor de gemaakte fouten heb ik excuses aangeboden aan de nabestaanden. Ik heb gesprekken met hen gevoerd en leef zeer met hen mee. Dat motiveert mij nog meer in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.’
En dan is er nog de Tweede Kamer, die op zijn beurt de minister weer controleert. In het debat over het OVV-rapport vielen harde woorden over het OM en topman Van der Burg. ‘Maar wij kunnen alleen de minister controleren en niet het OM’, zegt Farid Azarkan (Denk). Zijn motie voor het vertrek van de minister, voortkomend uit de constatering dat ‘onder leiding van de minister ernstig verwijtbaar en nalatig is gehandeld’, werd door een ruime meerderheid verworpen.
Volgens Azarkan heeft dat te maken met een truc van de minister, die ruim een maand na het OVV-rapport pas inhoudelijk wilde reageren en daarmee bewerkstelligde dat de meeste verontwaardiging bij Kamerleden alweer wa Source: Volkskrant