Een echte verdienste van het meest progressieve naoorlogse kabinet mag het niet worden genoemd. Maar tussen 1973 en 1977 in de periode van premier Joop den Uyl wist de Postcheque- en Girodienst van staatsbedrijf PTT samen met de banken een revolutionair betaalmiddel te ontwikkelen dat bedrijven, middenstanders, nutsbedrijven en consumenten zo veel tijd bespaarde dat ze ineens twee keer per week bij oma op visite konden. Het was de introductie van de acceptgiro.
Ze hoefden niet meer naar de bank of het postkantoor om een betaling te doen. Een handtekening onder een vooraf ingevulde acceptgiro was voldoende. ‘Zo kunt u heel gemakkelijk gas en licht betalen’, adverteerde de Postcheque- en Girodienst. Handtekening zetten, blauwe acceptgiro (vanaf 2002 geel) in een voorgedrukte bruin-gele enveloppe stoppen en die op de bus doen voor Arnhem of Leeuwarden. Er hoefde geen postzegel op.
Omliggende landen waar nog jarenlang cheques moesten worden uitgeschreven, keken met jaloezie naar het innovatieve Nederlandse betaalsysteem. Nederland liep ver voorop – ook met de gegarandeerde betaalcheque waarmee bij winkels kon worden betaald – hoewel de eigen inwoners het niet echt beseften en door John Cleese bij de keel moesten worden gegrepen om giroblauw te omarmen.
Peter de Waard is journalist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs.
Nu verdwijnt op 1 juni definitief het oude visitekaartje van financieel vernuft. Het online- en mobielbankieren heeft zo’n vlucht genomen dat banken de acceptgiro naast het loonzakje in het betaalmuseum willen zetten. Het aantal verstuurde acceptgiro’s is gedaald van 350 miljoen in 1995 naar 3 miljoen in 2022. ‘Dat is per huishouden gemiddeld slechts één keer in de vier jaar één enkele acceptgiro’, schrijven de banken.
Helaas houden banken bij het opdoeken van hun ‘museumstukken’ weinig rekening met de minderheden. Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank bleek onlangs dat 2,6 miljoen Nederlanders worstelen met internetbankieren. Ook is er een deel dat vanwege principiële redenen – bijvoorbeeld privacy of angst voor hackers – niet online wil bankieren. Daarnaast kennen veel dorpen en wijken geen bankkantoor meer, zoals voor de introductie van de acceptgiro. Driekwart van de bankkantoren is opgedoekt, net als de helft van de geldautomaten.
De banken doen er luchtig over. Ouderen kunnen eventueel nog gebruikmaken van de aloude papieren overschrijfformulieren van de banken, zij het dat ze dan wel de hele boel zelf moeten invullen. En anders moeten ze maar voor de automatische incasso kiezen. Want de banken vinden dat ‘het aantal acceptgiro’s dat nog echt op papier naar banken wordt gestuurd, te klein is geworden om ze nog economisch verantwoord te kunnen verwerken’.
De bezuiniging zou te rechtvaardigen zijn als de banken tenminste de kosten voor het aanhouden van een rekening dan ook zouden verlagen. Maar die zijn juist met soms 26 procent verhoogd.
Misschien is Nederland toe aan de meest progressieve regering van de 21ste eeuw.
Source: Volkskrant