‘Ik heb altijd tegen mezelf gezegd: als ik in het nauw kom, dan schiet ik. Ik laat me niet afslachten of het ziekenhuis insturen waar je zo’n fruitmandje krijgt met overrijpe vruchten. De politieman die tijdens een boerenprotest bij Heerenveen op een tractor heeft geschoten, wordt nu vervolgd en verketterd. Ik heb ontzettend met hem te doen. Hij heeft die tractor, die met grote wielen in zijn richting kwam, als levensbedreigend ervaren. Hij kón voor z’n gevoel niet anders. Ik weet hoe dat is.
‘Ik was hulpofficier van justitie op het bureau Slinge in Rotterdam toen de wachtcommandant me vroeg naar een gijzeling te gaan in Charlois, waar een vrouw tegen haar wil werd vastgehouden in haar eigen huis. Ik dacht: als ik in m’n eentje een gijzeling moet beslechten, zal het wel een storm in een glas water zijn.
‘Bij aankomst stond de stoep vol mensen die allemaal schreeuwden: ‘Doe wat, anders lossen we het zelf op.’ De voordeur stond wagenwijd open. Een gang eindigde bij een openstaande deur naar de woonkamer. Rechts van me zat een jonge, nette vrouw op een stoel met een baby op schoot. Een meter of twee bij haar vandaan zat op een bank een onverzorgde, graatmagere jongeman, een junk. Tegenover hem zaten twee politiecollega’s.
‘‘Goeiemiddag’, groette ik. Niemand zei iets. Ik begreep niet waarom dit een gijzeling was, en verzon iets om het gesprek op gang te brengen. Op een tafeltje links van mij stond een babyflesje met melk in een warmhouder.
‘‘Ik denk dat dat flesje voor het kindje is’, zei ik tegen die vrouw, ‘moet je het niet geven?’ ‘Ja’, antwoordde ze. ‘Nou, dan moet je dat doen’, vervolgde ik. Ze stond op en liep met dat kindje op de arm naar die flessenhouder.
‘Zodra ze de deur passeerde gaf ik haar een duw van joh, wegwezen. Ik stond in de deuropening en dacht: gijzeling opgelost. Maar de omstanders buiten hadden de voordeur dichtgetrokken, die wij altijd open laten zodat andere hulpverleners naar binnen kunnen, en van de zenuwen kon die vrouw de deur niet open krijgen.
‘Terwijl ze achter me stond, greep die junk een ongelofelijk groot mes met zaagtanden vanachter zijn rug, en sprong als een raket op me af. In één seconde trok ik mijn pistool en riep: ‘Laat dat mes vallen!’ Maar hij stopte niet, dus ik richtte op zijn benen en schoot. De kogel ging in zijn lies, die hevig begon te bloeden.
‘In films zie je dan dat iemand gelijk neervalt, maar hij blééf komen. Ik wist: dit overleef ik niet, schreeuwde nog een keer ‘Laat vallen!’ – het ging allemaal razendsnel – richtte mijn wapen op zijn hoofd en net op het moment dat ik wilde schieten, zakte hij voorover in elkaar. Een grote plas bloed kwam onder zijn lichaam vandaan. Mijn collega’s zaten er geschokt en doodstil bij te kijken.
‘Ik bracht die vrouw naar buiten, waar het inmiddels ook wemelde van politie en ambulancemedewerkers. Omdat de ouders van die junk zich ontfermden over hun schoondochter wilde ik weer naar binnen, maar collega’s zeiden: ‘Nee, Harry, jij hebt geschoten, wij handelen dit verder af.’
‘Dus ging ik terug naar het bureau. Veel collega’s hadden alles via de meldkamer gehoord en vroegen hoe het met me ging. Toen ik naar boven liep om het schieten bij de afdelingschef te melden, zag ik door het raam een auto stoppen waaruit de vader en moeder van de messentrekker stapten. Ik dacht: nou gaan we het krijgen.
‘Ik stond achter mijn beslissing om te schieten – het OM overigens ook – en ging met rechte rug naar die familie om mijn wapengebruik toe te lichten. Tot mijn stomme verbazing zeiden ze: ‘Dat heb je goed gedaan.’ Ze waren bang dat hun zoon zijn vriendin zou neersteken.
‘En nog verbijsterender: twee jaar later, op een popfestival in het Zuiderpark, coördineerde ik de politie-inzet toen iemand naar me toekwam en zei: ‘Ken je me nog?’ Het was hem, de jongen die ik had neergeschoten. Ik was weer op alles voorbereid, maar hij gaf me een hand. ‘Ik wil mijn excuses aanbieden voor wat er destijds is gebeurd’, zei hij. ‘Ik ben niet boos op je, je had de juiste beslissing genomen. Ik was zo kwaad – ik was echt van plan je dood te steken.
‘Zo kan het dus ook: een aanvaller die je complimenteert dat je hem hebt neergeschoten. Hij vertelde dat zijn vriendin en kind, een dochtertje, hem inmiddels hadden verlaten. Ook had hij lang in het ziekenhuis gelegen vanwege mijn schot in zijn lies.
‘Ik legde uit dat een politieman nooit komt om te schieten: ‘Wij komen om iets op te lossen’, zei ik. ‘Liefst met woorden.’
‘Hij knikte begrijpend. Hij was zó beleefd…. Deze persoon leek wel iemand anders. Maar toen hij wegliep, zag ik hem trekken met zijn rechterbeen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden