Nadat een meerderheid van de Tweede Kamer al voor de Wet toekomst pensioenen (Wtp) stemde, zijn nu de senatoren aan zet. Met een meerderheid van de coalitie plus GroenLinks, PvdA, SGP en Volt leek de grootste politieke spanning er wel vanaf, ware het niet dat een naderende deadline de boel op scherp zet. Met nog maar enkele zittingsdagen in de huidige Eerste Kamer vinden tegenstanders dat de nieuwe senaat, die volgende maand al aantreedt, over de wet moet stemmen.
Senator Martin van Rooijen (50Plus) hamerde al meermaals op uitstel. Ook de BoerBurgerBeweging, die nu nog geen enkele senator heeft maar straks met zeventien zetels de grootste fractie is, wil dat de nieuwe Eerste Kamer zich over de wet buigt. Zij hopen dat van uitstel afstel komt doordat het proces dan weer van voren af aan begint. Maandag en dinsdag zullen er ongetwijfeld opnieuw zulke geluiden klinken, maar de pogingen bleken vooralsnog tevergeefs. Voor uitstel is namelijk geen formele grondslag. De huidige senaat heeft het mandaat om de wet te behandelen en erover te stemmen als een meerderheid dat wil.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid. Hij werd in 2022 genomineerd voor de journalistieke prijs De Tegel.
De inzet is hoog: het gaat om de grootste pensioenhervorming ooit. Het nieuwe stelsel is de uitkomst van jarenlange discussies en onderhandelingen tussen werknemers- en werkgeversbonden en Den Haag. De hervorming moet het systeem aanpassen aan de huidige tijd nu de bevolking vergrijst, mensen vaker van baan wisselen en een steeds groter deel van de premie van jongeren naar ouderen gaat.
Een van de grootste problemen van het huidige stelsel is de pensioenbelofte die fondsen in ruil voor de premie doen. De fondsen moeten grote financiële reserves aanleggen om pensioenen in de toekomst te garanderen. Voor de hoogte van die buffer moeten fondsen de marktrente gebruiken. Hoe hoger de rente en hoe hoger dus de verwachte inkomsten daarover, hoe minder ze in kas hoeven hebben. Bij een lage rente geldt het omgekeerde: de buffer moet groter.
De afgelopen jaren was de rente steevast laag en ontstond een paradoxale toestand. Terwijl de beleggingen van fondsen torenhoge rendementen opleverden, konden de pensioenen niet omhoog door de lage rente. Pas vorig jaar, toen centrale banken de rente verhoogden, konden de fondsen weer de knop omzetten.
Om dat op te lossen, wordt het pensioen in het nieuwe stelsel afhankelijk van de premie plus de beleggingsresultaten. Het geldt daardoor niet langer als belofte. De allesoverheersende rol van de rekenrente kan daarom verdwijnen en fondsen kunnen volstaan met minder grote buffers. Pensioenen worden afhankelijker van rendementen en kunnen sneller omhoog maar ook omlaag. Om negatieve gevolgen te beperken kunnen de fondsen alsnog reserves aanleggen.
Tegenstanders dragen aan dat het nieuwe stelsel vooral meer onzekerheid betekent, daar zal het ook in de senaat weer over gaan. Afgelopen weekend deed ook het Wetenschappelijk Instituut van coalitiepartij CDA een duit in het zakje en riep de eigen fractie op tegen de wet te stemmen. De wet zou een ‘enorme gok op de toekomst’ zijn. De CDA-fractie liet daarop weten zelfstandig een afweging te maken.
Maar zelfs zonder het CDA lijkt er nog een meerderheid voor de wet. Vooralsnog kunnen de argumenten van critici de voorstanders niet overtuigen. Zij zien het stelsel als een hoognodige aanpassing, bovendien willen zij dat er na jaren overleg eindelijk wat verandert.
Anders dan in de Tweede Kamer hebben de regeringspartijen in de senaat, waar zij een minderheid hebben, echt de steun van de oppositie nodig. PvdA en GroenLinks konden daardoor enkele eisen stellen. Zo willen zij dat jongeren eerder beginnen met pensioensparen, wat voor mbo’ers van belang is; dat het aantal mensen in loondienst dat geen pensioen opbouwt, wordt gehalveerd; en dat de regeling voor zware beroepen verbetert. De partijen zullen in de senaat opnieuw op toezeggingen van minister Carola Schouten (pensioenen) hameren.
Maar het belangrijkste waar de Eerste Kamer zich over zal moeten buigen, is de uitvoerbaarheid van de wet. Daar schuurt het nog flink. Als de senaat instemt, hebben de fondsen tot 2027 de tijd om over te stappen naar het nieuwe stelsel – een administratieve kluif waarvan pensioenfondsen al hebben aangegeven dat ze de deadline wel erg krap vinden.
Bovendien zijn er nog enkele losse eindjes waar zowel voor- als tegenstanders van de wet op zullen wijzen, zoals het moment dat het pensioenfonds kiest om de pensioenen om te zetten naar het nieuwe stelsel. Het succes ervan hangt daarmee samen. Is de rentestand hoger of lager, dan valt ook de verwachting van pensioenen anders uit. Zien mensen een lagere prognose op hun pensioenoverzicht, dan ondergraaft dat onmiddellijk het vertrouwen in de hervorming.
Dat de behandeling van de complexe en historische wet samenvalt met een door tegenstanders opgeworpen race tegen de klok, maakt het er niet gemakkelijker op. Zolang voorstanders binnenboord blijven, lijkt de wet er doorheen te komen. Ze moeten dan wel de stemming van volgende week dinsdag voor zijn. Op precies dezelfde dag kiezen de Provinciale Staten de nieuwe Eerste Kamer.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden