Home

Vluchtelingen proberen zich op de KNVB-campus in de kijker te spelen. ‘Weet jij nog een goede club?’

Emedi Vano voetbalt sinds hij kan lopen, maar juist nu is hij geblesseerd aan zijn lies. Overbelasting, hij heeft te hard getraind voor de selectiedag voor de EURO Unity Cup, het EK voor (ex-)vluchtelingen in het Duitse Frankfurt op 28 juni. Op deze vrijdagmiddag wordt op de KNVB-campus in Zeist tijdens een vijf-tegen-vijf-toernooi de elfkoppige selectie samengesteld die namens Nederland zal deelnemen.

Vano voetbalt sinds een halfjaar weer in een team met, voornamelijk, andere vluchtelingen in Utrecht. Een jaar geleden vluchtte de Congolees naar Nederland. De laatste vijf jaar in Congo en Oeganda was hij depressief door de uitzichtloosheid, door allerlei op de loer liggend gevaar. ‘Voetballen lukte niet. En voetballen is alles voor me. Ik ben vijf jaar ontwikkeling kwijt.’

Over de auteur
Bart Vlietstra schrijft sinds 2015 over voetbal voor de Volkskrant. Hij werkte ook voor diverse sportprogramma’s op televisie.

Hij baalt, maar gaat straks toch proberen in actie te komen op het hoofdveld waar hij nu langs de zijlijn met zijn voet kunstgraskorrels op een hoopje schopt. ‘Misschien is dit mijn kans om toch nog profvoetballer te worden. Ik ben al 25, maar je moet altijd ergens in geloven. Als ik mag meedoen aan het EK voor het Nederlands team dan zullen de clubs wel komen toch?’

De wedstrijdjes van twaalf minuten kennen een bloedfanatiek karakter. Geregeld blijft een speler met een van pijn vertrokken gezicht liggen na een kiezelhard duel, hoewel tackles officieel niet zijn toegestaan. Vano, wiens team snel wordt uitgeschakeld, is niet de enige die met grote ambities naar het sportcomplex tussen de Zeister bossen is gekomen, veel van de honderdvijftig voetballers hopen via dit toernooi op zijn minst bij een goede amateurclub te komen. Tussen wedstrijden door kan er padel of voetbaldart worden gespeeld, en frites gegeten, want ‘het moet vooral ook een leuke dag’ worden, zo stelde de KNVB. Maar de meeste spelers eten alleen fruit en tikken met serieuze gezichten een bal over tijdens de pauzes.

‘Ik weet de weg niet naar een goede voetbalclub’, vertelt de 19-jarige Hamza Al-Hussin. Hij speelde in het Syrische nationale jeugdelftal, was op zijn zestiende al prof en daarna jeugdspeler van topclub Fenerbahçe uit Turkije toen hij naar dat land vluchtte vanwege het uitbreken van de oorlog in Syrië. Hij is een uitstekende speler, schiet een vrije trap mokerhard in de kruising, onderneemt succesvolle solo’s, is sterk, hooguit wat hoekig. ‘Weet jij nog een goede club? Ik train elke dag voor mezelf. Maar ik weet niet hoe ik verder moet komen, misschien zijn er in Frankfurt allemaal scouts. Maar dan moet mijn team winnen.’

In principe wordt het Nederlands team namelijk gevuld met spelers van het winnende team. Al kijkt bondscoach René van Rijswijk, ex-prof van RKC, Cambuur en NEC en eerder bondscoach van het Nederlands daklozenelftal, gedurende de dag naar talent. ‘Misschien vallen er jongens af van het winnende team omdat ze niet de juiste papieren hebben, kampen met traumaverwerking of simpelweg niet aanwezig kunnen zijn bij het EK’, verklaart hij.

Van Rijswijk hoopt dat spelers vandaag vooral ook genieten. ‘Velen hebben het idee dat ze vastzitten, ze kunnen niet vooruit en niet achteruit, niks. Sporten is sowieso fijn. Door te voetballen maken ze ergens onderdeel van uit. Als je wint sta je op een andere tegel, dan ben je niet meer ‘die vluchteling’, maar ‘die speler van het Nederlands elftal’. Maar iedereen moet na dit toernooi een boost hebben gekregen. Dat is het doel.’

Van Rijswijk, die zijn studie psychologie bijna heeft afgerond en al tal van maatschappelijke projecten opzette in het profvoetbal, was als voetbalprof een opvallende verschijning door zijn lange haar en alternatieve kleding- en denkwijze. Tegenwoordig is hij kortgeschoren, maar ook als coach kijkt hij op een andere manier naar voetbal. ‘Ik kijk niet alleen naar voetbalkwaliteiten, maar ook naar persoonlijkheid, naar uitstraling. Dat is mijn tweede natuur.’

Hij wijst op een deelnemer in een geel strak singlet van Borussia Dortmund, een oranje broekje, halflang haar, puntige snor, zeer gespierd bovenlijf, tatoeages en een gouden ketting met GOD om zijn nek. ‘Prachtige uitstraling.’

De man heet Shabah (‘geen achternaam, dan krijg ik gezeik’) en vluchtte zes jaar geleden uit Iran. Hij glimlacht veel tussen wedstrijden door, maar coacht zijn ploeggenoten met luide stem en armgebaren, hoewel hij zelf vaak moet uitvallen vanwege knieklachten.

Hij oogt dodelijk vermoeid als hij zijn levensverhaal vertelt. Gevlucht uit Iran voor het ‘terroristische, racistische, gekke regime’, maar in Nederland voelt hij zich nog steeds ‘een gevangene’. Vijf jaar zat hij in het asielzoekerscentrum (AZC) in Dronten, met tien mensen in een huis. Nog steeds wacht hij op een permanente verblijfsvergunning. Hij plukt aan zijn snor. ‘Hier zitten al witte haren tussen en ik ben nog geen 35. Al het gedoe, de eenzaamheid maakt me kapot.’

Zonder zijn sportverslaving was hij gek geworden. ‘Dan had ik misschien zelfmoord gepleegd. In coronatijd kon je echt niets doen, dus deed ik krachttraining met TRX-banden in mijn kamer. Dat hielp.’ Over zijn arm staat in groene inkt een zin uit een Metallica-lied: Forever trust in who we are and nothing else matters. Hij hoopt niet op een profclub, maar op toelating tot de universiteit. ‘Ik wil weer als wiskundeleraar aan de slag.’

Hij geeft een amicale klap op de schouder, perst er een lachje uit. ‘Ik ben blij op dit toernooi te zijn, het haalt mijn gedachten weg van de moeilijkheden. Ik wil plezier hebben.’

Een team van spelers uit Jemen, Iran, Irak en Syrië spelend in hetzelfde fraaie zwarte shirt met gouden accenten heeft een ander doel vandaag: winst. ‘Dit zijn bijna allemaal profs of semiprofs geweest’, zegt de coach van het team, gestoken in een trainingsjack van de nationale ploeg van Jemen. ‘Kijk maar op transfermarkt.nl (website waar alle voetbalprofs staan geregistreerd, red.) daar kom je drie spelers van ons tegen. We hebben de voormalige aanvoerder van Syrië onder 15 jaar en twee internationals van Jemen.’

De twee internationals zijn Rami Al-Wasmani en Saddam Al-Sharif, beiden gevlucht uit Jemen, waar sinds 2015 een bloedige burgeroorlog gaande is. Al-Sharif (27): ‘Mijn broer is zijn been kwijt, dat mag mij niet gebeuren. Voetballen is alles, mijn verleden en hopelijk ook mijn toekomst.’

Al-Wasmani (26) was laatst nog geselecteerd voor het nationale elftal van Jemen. ‘Dat kan nog steeds als je het land bent ontvlucht. Maar ik word in Nederland van stad naar stad verhuisd, ik kan niets opbouwen bij een club. Dus dan denkt de voetbalbond dat je het niet meer kan. Ik heb geen minuut gespeeld laatst met Jemen.’ Maar hij kan het nog wel, hij passeert soms zes tegenstanders schijnbaar moeiteloos en oogt topfit. Bij dit team wordt niet gelachen, wie een kans mist, wordt gewisseld. Doorbrekende tegenstanders worden hardhandig afgestopt.

Het is een ploeg met veel ervaring. De 33-jarige Ali Al Fredawi, in 2008 gevlucht uit Irak was gescout door profclub Heerenveen op zijn negentiende, maar net toen hij een contract zou tekenen was hij officieel uitgeprocedeerd. Pas nadat hij een Nederlandse vrouw trouwde en na allerlei omwegen verkreeg hij twee maanden geleden een Nederlands paspoort. Hij speelde nog in de tweede divisie, toont filmpjes daarvan, maar vandaag is hij vooral reserve. ‘Ik ben koerier, moet geld verdienen, heb afgelopen nacht nog gewerkt. Ik voetbal al vijf jaar niet meer, geen tijd, en mijn lijf en hoofd zijn te vermoeid door alles wat ik heb meegemaakt. Ik ben hier om de anderen te ondersteunen met mijn ervaring, zij kunnen nog wel prof worden.’

Al-Wasmani en Al-Sharif speelden in Jemen voor duizenden mensen. Nu zijn er wat medewerkers van de KNVB, van de organiserende stichtingen, drie journalisten, bondscoach Van Rijswijk en toernooiambassadeur en Fortuna-speelster Farkhunda Muhtaj als publiek. Muhtaj is al zeker van selectie, want elk team moet negen mannen en twee vrouwen bevatten. En vrouwen hebben zich niet aangemeld vandaag. De KNVB tast nog in het duister over de reden daarvan. Van Rijswijk wanhoopt niet. ‘Via ons netwerk lukt het vast nog een vrouw te vinden.’

Hij poseert later op de dag met de winnaars, dat is inderdaad het team van de internationals uit Jemen. Ze gaan op de foto in tenues van het Nederlands elftal. ‘Echt geweldig, we hebben er ongelooflijk veel zin in’, zegt Al Fredawi gelukzalig. ‘Ik ga de komende maanden tussen het koerierswerk door keihard trainen om weer fit te worden.’

De 19-jarige clubzoekende Syriër Hamza Al-Hussin druipt teleurgesteld af, hij verloor met zijn team de finale na strafschoppen. Als er geen spelers bij het winnende team afvallen, zal hij niet meegaan. Smekend: ‘Ik zit op Instagram. Kun je me volgen? Kun je me noemen in je verhaal? Ik pak alles aan. Alles om prof te worden.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskr Source: Volkskrant

Previous

Next