Hij was een vroegbloeier, de afgelopen vrijdag overleden Martin Amis. Pas 24 was hij, toen in 1973 zijn debuutroman The Rachel Papers verscheen, een publicatie die hem meteen in het centrum van de aandacht plaatste. Hier had zich een talent aangediend die stilistisch vuurwerk afleverde, in een brutale en eigenzinnige toonsoort schreef en daarnaast ook nog de zoon was van een van de literaire grootheden uit het Groot-Brittannië van na de Tweede Wereldoorlog: Kingsley Amis.
In de periode die volgde schreef Amis jr. in hoog tempo de ene roman naar de andere, om in de jaren tachtig en negentig zijn beste werk te publiceren: Money (1984), London Fields (1989), Time’s Arrow (1991) en The Information (1995). Gedurende deze periode bevond hij zich in het hart van de Britse literaire imperium en vormde naast zijn boeken ook zijn persoonlijke leven een geliefd onderwerp voor zowel de serieuze pers als de tabloids. Martin Amis was een literaire ster, wiens dikwijls controversiële uitspraken regelmatig stof deden opwaaien.
Over de auteur
Hans Bouman schrijft voor de Volkskrant over boeken en richt zich met name op literatuur en auteurs uit het Engelse taalgebied.
Na de eeuwwisseling werd dat gaandeweg steeds minder het geval. Waar de reacties op Amis’ werk en persoon in de jaren zeventig, tachtig en negentig bijna altijd heftig waren – uitgesproken lovend of uitgesproken afkeurend – werd de toon gaandeweg lauwer. Zijn boeken werden nog altijd met aandacht besproken, maar waren minder verrassend. Amis zelf leek dat ook te beseffen. In zijn laatste roman, Inside Story (2020, Uit de eerste hand) liet hij zich ontvallen dat bij schrijvers het talent blijft, maar dat het genie krimpt met de jaren. Uit het interview dat hij over dit boek met de Volkskrant had sprak een zekere vermoeidheid. Hier was een schrijver aan het woord die gezegd had wat hij wilde zeggen, die zich erbij had neergelegd dat hij met Inside Story zijn laatste roman had geschreven. En: die zich verzoend had met de dood.
Martin Amis werd op 25 augustus 1949 geboren in Oxford als tweede zoon van Kingsley Amis en Hilly Bardwell. Zijn vader werkte met een onderzoeksbeurs aan de universiteit, maar kon daar geen vaste aanstelling bemachtigen, zodat hij uiteindelijk leraar werd op een school in Swansea, Wales. Martin zou dat later als een idyllische periode in zijn leven omschrijven. Het gezin had het financieel lastig, maar dat veranderde toen Kingsley in 1954 Lucky Jim publiceerde, een satirische roman die gebaseerd was op zijn ervaringen als leraar.
Via zijn plotseling beroemd geworden vader, maakte Martin al op jonge leeftijd kennis met andere literaire giganten, zoals dichter Philip Larkin, romanschrijver Anthony Powell en criticus Terence Kilmartin. In Inside Story zou hij later over hen schrijven.
Aanvankelijk wekte de aanwezigheid van al die beroemdheden in huize Amis overigens weinig literaire belangstelling bij de jonge Martin. Hij las vooral stripboeken en was een uiterst middelmatige leerling op school. Die literaire belangstelling kwam pas toen zijn ouders scheidden en zijn vader hertrouwde met de auteur Elizabeth Jane Howard. Zij liet haar stiefzoon kennismaken met Pride and Prejudice van Jane Austen.
Befaamd is de scène waarin Martin op de deur van Howards werkkamer bonkt met de uitroep: ‘Ik moet het weten: trouwt Elizabeth met Darcy?’ Tot zijn verrassing antwoordde Howard niet met ‘Je zult het boek moeten uitlezen om dat te weten te komen’, maar gewoon met ja. Amis las het boek toch maar uit.
Na een rommelige middelbare schoolperiode, waarin hij van de ene school naar de andere ging, ging Amis Engels studeren aan Exeter College, Oxford. Dat bleek eindelijk een inspirerende omgeving en hij studeerde af met een congratulary first. Nog tijdens zijn studie ging Amis werken voor The Times Literary Supplement om vervolgens redacteur te worden bij de New Statesman. Daar leerde hij Julian Barnes en Christopher Hitchens kennen. De laatste werd zijn beste vriend, tot diens dood in 2011.
Martin Amis ontwikkelde onmiddellijk de reputatie van een groot stilist. Zijn literaire voorbeelden waren dan ook stilistische grootmeesters als Vladimir Nabokov en Saul Bellow. Met de laatste ontwikkelde hij een soort mentor-leerling relatie. Amis’ ‘Londen-trilogie’ – Money, London Fields en The Information – schetst op vaak adembenemende wijze het materialistische, egoïstische, platvloerse Groot-Brittannië ten tijde van Margaret Thatcher.
Daarnaast voelde Amis zich aangetrokken tot grote, mondiale onderwerpen als Stalin en de Goelag (Koba the Dread, 2002; House of Meetings, 2006) en de Holocaust (Time’s Arrow, The Zone of Interest, 2014). Zijn boeken over dat laatste onderwerp leidden, zoals te verwachten, tot de nodige controverse. In het geval van Time’s Arrow onder meer omdat het ‘achterstevoren’ was geschreven (beginnend bij de bevrijding van de concentratiekampen en eindigend met de vooroorlogse periode). ‘Goochelen met de wereld van Primo Levi’, luidde het afkeurend commentaar van The Spectator. Bij The Zone of Interest kon de pers (met name de Duitse) niet uit de voeten met de ongemakkelijke combinatie van ernst en humor.
Omdat het literaire klimaat in Groot-Brittannië hem steeds minder beviel, ging Amis gedurende enkele jaren in Uruguay wonen (zijn tweede vrouw, schrijver Isabel Fonseca, heeft Uruguayaanse wortels) en daarna in de Verenigde Staten. Vrijdag stierf hij in Florida aan de gevolgen van slokdarmkanker, dezelfde ziekte waaraan zijn vriend Christopher Hitchens was overleden. Net als vader Kingsley werd hij 73 jaar.
Behalve om zijn literaire vriendschappen was Martin Amis beroemd om zijn literaire ruzies. In de jaren negentig verliet hij zijn literaire agent Pat Kavanagh om via een andere agent, Andrew Wylie, een hoger voorschot te kunnen bedingen. Kavanaghs echtgenoot, Julian Barnes, nam Amis dat niet in dank af. Het kwam niet meer goed tussen de twee.
Amis’ komeetachtige entree in de Britse literaire wereld was aanleiding van zowel bewondering als afgunst en spot. Bekende grap uit die tijd: hoe luidt de meest onwaarschijnlijke boektitel ter wereld? Antwoord: Martin Amis – My Struggle.
Misschien Amis’ beroemdste personage is reclameman John Self uit Money. ‘Een figuur waar Dickens trots op zou zijn’, aldus The Times. De semi-karikaturale Self belichaamt de arrogantie, vraatzucht, hebzucht en lafheid die Amis associeert met het Thatcher-tijdperk.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden