N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
In een van de meest fascinerende hoofdstukken uit het twee jaar geleden verschenen boek The Dawn of Everything kraken antropoloog David Graeber en archeoloog David Wengrow een populaire mythe over wat wij kennen als de ‘neolithische revolutie’. Daarmee maakte de mens zo’n tienduizend jaar geleden de overstap van jagen en verzamelen naar agricultuur. Vooruitgang? Niet echt. Een relatief ontspannen en veelzijdig nomadenleven werd ingeruild voor een zwaar bestaan in het teken van intensieve landarbeid op één vaste plek. Geen goeie deal eigenlijk, zo oordelen veel historici inmiddels, en Graeber en Wengrow zijn het daar niet per se mee oneens.
Waar ze het wel mee oneens zijn, is het idee dat de mens als een willoos wezen aan dit proces was overgeleverd; dat de mens in feite niet het graan domesticeerde, maar het graan de mens. In tegenstelling tot wat de term ‘landbouwrevolutie’ suggereert, zo stellen de auteurs, zat er wel drieduizend jaar tussen het moment dat mensen voor het eerst planten begonnen te cultiveren en het moment dat er sprake was van volledige domesticatie. Drieduizend jaar, waarin mensen wel degelijk wisten dat er zoiets als landbouw mogelijk was, ze daar ook heus wel mee experimenteerden, maar er vaak bewust voor kozen om vooral lekker te blijven jagen en verzamelen. Drieduizend jaar, waarin mensen hun levens in het teken hadden kunnen stellen van het nieuwste technologische snufje, maar velen toch besloten: nee, bedankt.
Aan deze geschiedenis moet ik denken wanneer ik op de universiteit de discussie volg over de vraag wat we nou aan moeten met ChatGPT. Geholpen door dit algoritmische vriendje kunnen studenten misschien wel binnen een uur een scriptie produceren waar normaal gesproken maandenlang studie- en schrijfwerk in zit. Men oppert dat we studenten wellicht niet langer moeten leren om teksten te bestuderen en stukken te schrijven, maar om de juiste commando’s te geven aan kunstmatige intelligentie die vervolgens de rest doet. Vooruitgang? Ik betwijfel het.
En toch voelt het alsof het niet te stoppen is. Alsof er geen ontkomen aan is, aan een wereld waarin scripties niet worden geschreven door studenten maar door ChatGPT. Waarin biertjes niet worden besteld bij barmannen maar via op cafétafels geplakte QR-codes. Waarin je telefoon niet alleen je telefoon is maar ook je paspoort, bankpas, medisch dossier en sociaal leven. Waarin je zonder smartphone niks, niemand, nergens bent.
Waar komt dat gevoel van onvermijdelijkheid vandaan? Waarom zouden we niet net als onze meer excentrieke neolithische voorouders bij nieuwe technologische snufjes kunnen zeggen: nee, bedankt? Wat hebben we nodig om dat wel te kunnen zeggen?
Ik denk dat het allemaal begint bij een andere manier van kijken naar onszelf. Als we onszelf al zien als willoze wezens wier leefwijze niet wordt ingegeven door eigen keuzes maar gedicteerd door omgevingsfactoren, van graan tot smartphone, dan zullen we inderdaad het heft niet in eigen hand nemen. Dan wordt een door data en algoritmes gestuurde toekomst inderdaad onafwendbaar. In die zin is het deterministische verhaal over de ontwikkeling van de mensheid en technologie een soort self-fulfilling prophecy: als mensen denken dat ze in wezen niet veel verschillen van robots, dan gaan ze zich ook als robots gedragen. En het laatste wat we dan van ze kunnen verwachten, is dat ze een door robots gedomineerde toekomst zullen voorkomen.
Maar stel nu eens dat we onszelf zien als wezens die zelf kunnen bepalen hoe ze willen leven. Als wezens die met elkaar kunnen discussiëren en besluiten over de richting die ze als samenleving inslaan. Voor Graeber en Wengrow is dat cruciaal. Ons vermogen tot zelfbewust politiek handelen, schrijven zij, is uiteindelijk wat ons mens maakt. Ontkennen we dat vermogen, dan doen we onszelf hopeloos tekort. Zien we dat vermogen daarentegen als de kern van ons wezen, dan krijgen we regie over onze toekomst.
Misschien lukt het ons alsnog niet om sommige technologische nieuwigheidjes eeuwig af te wijzen. Ook de laatste, meest recalcitrante jagers-verzamelaars gingen zevenduizend jaar geleden uiteindelijk overstag voor een saai boerenbestaan. Maar voor ons vind ik het nog geen gelopen race. Hoe cool zou het zijn als archeologen ons over tienduizend jaar opgraven en ontdekken: ze hadden scripties kunnen schrijven met ChatGPT en biertjes kunnen bestellen via QR-codes, maar ze kozen ervoor dat niet te doen?
Josette Daemen is promovendus aan het Instituut Politieke Wetenschap van Universiteit Leiden. Ze vervangt deze week Rosanne Hertzberger, die vrij is.
NieuwsbriefNRC Economie
Krijg elke werkdag om 12 uur een persoonlijke selectie van het economische nieuws van de dag van een van onze redacteuren.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC