Totdat het land hervormingen doorvoert, is een deel van de EU-fondsen voor Hongarije bevroren. Dat geldt ook voor de financiering van het populaire Erasmus-uitwisselingsprogramma. Worden Hongaarse studenten straks de dupe van het conflict?
Komende weken duikt Máté Vince (20) in de boeken voor zijn tentamens, maar voor de toekomst heeft hij zijn zinnen gezet op een semester in het buitenland. ‘Ik zou bijvoorbeeld naar Duitsland willen’, zegt de marketingstudent uit Pécs voor het hoofdgebouw van de universiteit. ‘Het lijkt me een ontzettend positieve ervaring om een ander land te leren kennen.’ Dat kan via Erasmus, het uitwisselingsprogramma voor hoger onderwijs van de Europese Unie. Studenten brengen één of meerdere semesters aan een buitenlandse universiteit door en krijgen ook een beurs.
Maar die beurzen zijn Europees geld en juist EU-fondsen staan in Hongarije op de tocht. In december werd 22 miljard euro aan subsidies bevroren. De Europese Commissie wil dat de regering van Viktor Orbán een brede reeks hervormingen doorvoert voor ze de geldkraan weer opendraait. Ook het hoger onderwijs, dat Orbán afgelopen jaren grondig veranderde, moet op de schop. Volgens de Commissie is er bij een aantal universiteiten sprake van politieke controle en ongewenste belangenverstrengeling van de bestuurders, die banden hebben met regeringspartij Fidesz.
Om die reden loopt nu de voortzetting van het populaire Erasmusprogramma aan Hongaarse universiteiten gevaar. Volgens premier Viktor Orbán neemt de Commissie ‘wraak op Hongaarse studenten’ omdat ze het oneens is met zijn politieke koers. Zijn regering hoopt een deel van de fondsen, zo’n 13 miljard, binnenkort los te peuteren met hervormingen in de rechtspraak. Maar het Erasmusprogramma valt daar niet onder. En de tijd dringt, benadrukt de Commissie, want het volgende collegejaar is al in aantocht.
Student Vince loopt stage bij het Erasmusbureau van de universiteit. Hij is dus goed op de hoogte, vertelt hij naast de ingang van zijn faculteit. Het conflict tussen Boedapest en Brussel kan hem en duizenden medestudenten hun buitenlandplannen kosten. Maar bitter is hij niet. ‘Ik ben het wel een beetje met de EU eens. Sterke leiders vragen nu eenmaal om ferme acties.’
Pécs, gelegen tussen groene heuvels van zuidelijk Hongarije, oogt met zijn schilderachtige straten als het decor van een historische film. Net als in Nederlandse steden als Groningen en Leiden vormen studenten hier een groot deel van bevolking: 22 duizend (plus nog eens 8.000 universiteitsmedewerkers) op 140 duizend inwoners. De stad is een motor voor sociale mobiliteit: veel studenten komen uit de omliggende regio, een van de armste gebieden van de Europese Unie. Boedapest is ver weg, maar de gevolgen van het regeringsbeleid laten zich duidelijk voelen in de studentenstad.
Rector Attila Miseta kijkt somber. ‘Het doet echt pijn’, vertelt hij in zijn kantoor, waar oude stadsgezichten en portretten van streng kijkende academici de muren sieren. ‘Die pijn is financieel, maar voor ons als universiteit gaat het dieper. We maakten deel uit van het Europese onderwijssysteem.’ Nu staat Pécs daarbuiten. Op papier gaat het om 40,5 miljoen euro – een fractie van het totale geld dat voor Hongarije op het spel staat. Ook de aantallen zijn betrekkelijk laag: in 2020 maakten ongeveer 22 duizend Hongaren gebruik van het uitwisselingsprogramma, in Pécs gaat het jaarlijks om 250 à 300 studenten en evenveel medewerkers.
Maar Erasmus laat zich niet alleen uitdrukken in geld en studentenaantallen. Het is bedoeld om studenten in de EU dichter bij elkaar te brengen en hun blik op de wereld te vergroten. Voor studenten is het een waardevolle ervaring, ook als er meer gefeest dan gestudeerd wordt. Vrienden maken en een vreemde taal spreken horen er ook bij. Studenten beoordelen Erasmus al jaren positief.
De Europese Unie ziet het programma als een van haar grootste successen, samen met de invoering van de euro en het opheffen van interne grenzen binnen de Schengenzone. Sinds het begin van het programma in 1987 namen ongeveer tien miljoen Europeanen deel aan een uitwisseling. Na 2014 werden alle uitwisselingen gebundeld in Erasmus+, dat behalve buitenlandsemesters ook stageplaatsen en werkplekken voor universiteitsmedewerkers omvat. In Hongarije loopt dit EU-paradepaardje nu gevaar. De Commissie neemt dit op de koop toe bij haar pogingen om de regering van Orbán aan de Europese regels te houden.
Strikt genomen beginnen de problemen voor universiteiten pas volgend collegejaar. Studenten kunnen nog steeds op Erasmusuitwisseling. Maar Pécs zit nu al in de problemen, vertelt Péter Árvai, onderdirecteur van de afdeling Internationalisering. ‘Onze partneruniversiteiten wijzen studenten en medewerkers af. Ze vinden samenwerken met Hongaarse universiteiten te riskant. Een geneeskundestudent die naar Polen wilde, is afgewezen, evenals een student die een semester naar een technische hogeschool in Tsjechië zou gaan.’ Details wil hij niet geven, om de relatie met deze onderwijsinstellingen niet te schaden.
De Hongaarse regering springt bij met 12,5 miljoen euro om de weggevallen beurzen te compenseren. Maar dit geld is zinloos, zegt rector Miseta. Behalve de beurzen gaan ook de overeenkomsten met andere universiteiten op slot. ‘Studenten kunnen straks geen contract meer tekenen bij een andere universiteit.’ Voor de Horizonbeurzen, omvangrijke Europese fondsen voor wetenschappelijk onderzoek – waarvan Hongarije komende jaren 2,1 miljard euro verwachtte – dreigt de universiteit een volledige ronde te missen. Árvai: ‘We kunnen onderzoeksvoorstellen indienen en ze kunnen zelfs worden goedgekeurd. Maar sinds december kunnen we de overeenkomsten niet meer ondertekenen.’
Als het aan rector Attila Miseta ligt, wordt het probleem zo snel mogelijk opgelost. Maar zelfs dan is de schade al aangericht: Hongaarse universiteiten staan straks te boek als onbetrouwbaar, vreest hij. ‘Als je eenmaal op een zwarte lijst hebt gestaan, is dat moeilijk terug te draaien.’
Niet alle studenten in Pécs weten dat het zwaard van Damocles boven Erasmus bungelt. ‘Ik volg het nieuws niet echt’, zegt biologiestudent Johanna Várkonyi (22), die even pauze heeft genomen van het blokken voor haar tentamens. Student farmaceutische wetenschappen Nada Orsulics (22) zou graag een semester naar Madrid gaan. ‘Dat lijkt me een interessante en culturele stad.’ Het nieuws valt haar rauw op het dak. ‘Echt een trieste gang van zaken. Hoger onderwijs moet gescheiden blijven van politiek – óók voor de EU. Hongaarse studenten kunnen hier niets aan doen.’
Maar de Hongaarse regering wel, ze heeft het probleem zelf geschapen. In 2021 droeg de overheid 21 universiteiten over aan speciale stichtingen, in het Hongaars aangeduid als Kekva, de Hongaarse afkorting voor wat in het Engels ‘public interest asset management foundations’ genoemd worden. (Dit gebeurde niet met alle Hongaarse universiteiten, zo kan de grote Eötvös Loránd Universiteit in Boedapest nog steeds meedoen met Erasmus.) Het bestuur van de universiteiten kwam onder de vleugel van de stichtingsbesturen, samen met het vastgoed en andere financiële middelen van de onderwijsinstellingen. Veel toonaangevende universiteiten, waaronder die in Pécs, Szeged, Miskolc en Debrecen, werden zo ‘geprivatiseerd’. Volgens de regering zou deze broodnodige hervorming de ouderwetse universiteiten verbeteren.
Maar critici zeggen dat deze Kekva’s zijn volgepropt met bestuurders die trouw zijn aan regeringspartij Fidesz. Ook zijn de financiën niet meer transparant, omdat deze private stichtingen volgens de Hongaarse wet minder inzicht in hun boekhouding hoeven te bieden dan publieke universiteiten. Zo kwamen de Kekva’s in het vizier van de Europese Commissie, die erop gebrand is dat Hongarije EU-fondsen rechtmatig besteedt – en dat ook kan controleren en aantonen. Besturen benoemen hun eigen leden, voor het leven. Universiteiten hebben in principe niets in te brengen over de selectie. De Hongaarse regering deed verschillende voorstellen tot kleine aanpassingen, zoals het levenslange lidmaatschap terugbrengen tot een periode van zes jaar, maar dit is volgens Brussel niet voldoende.
Sándor Lederer van corruptiewaakhond K-Monitor plaatst de Kekva’s in een bredere trend. ‘Fidesz probeert een parallelle staat op te tuigen.’ Door de universiteiten over te dragen aan stichtingsbesturen vol partijleden, vergroot Fidesz haar maatschappelijke en financiële invloed buiten het mandaat van de kiezer. De Hongaarse regering werpt tegen dat het niet ongebruikelijk is om universiteiten op deze manier te organiseren en politici te benoemen als bestuursleden. Ze wijst op voorbeelden uit Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten.
Deze kritiek is niet terecht, want het Hongaarse systeem is met zijn vreemde mengeling van publiek en privaat uniek. ‘Publieke middelen worden op private wijze gecontroleerd door mensen van Fidesz’, aldus Lederer. In februari verlieten meerdere Hongaarse ministers hun plek in de Kekva’s, een teken van goede wil richting Brussel. Dit líjkt alleen maar een stap in de goede richting, zegt Lederer. ‘Er is behalve hun vertrek niets veranderd. En ze zijn vertrokken omdat het ze is gevraagd. Dit is een duidelijk teken dat deze bestuurders niet onafhankelijk zijn.’ In de Kekva’s zitten nog steeds politici en anderen met regeringsbanden. ‘Het zijn doorgaans onervaren en ongekwalificeerde bestuurders. En er is geen politieke diversiteit’, aldus Lederer.
H Source: Volkskrant