Het scheelde maar een haar of Sanja Marušić was misschien wel geen fotograaf geworden. Halverwege haar tweede jaar aan de kunstacademie, waar het allemaal niet zo lekker ging, riep de hoofddocent haar bij zich in het door studenten gevreesde kantoortje. ‘Toen ik binnenkwam zei ze heel gehaast iets als: ‘Hee Sanja, jij vindt kleding leuk, toch? Kun je niet beter de modeacademie of styling gaan doen? Nou ik ben druk, ik wil je heel veel succes wensen!’ Binnen tien seconden stond ik weer buiten, in zak en as. Ik snapte nauwelijks wat er was gebeurd, maar ik was dus van school gestuurd.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Gelukkig wist Marušić dat het officieel niet mocht, een student wegsturen halverwege het jaar. Haar moeder zei: ‘Jij hebt nog nooit gedaan wat mensen zeiden dat je moest doen, dus waarom zou je nu wel luisteren?’ Dat bleek nuttig advies. Ze bleef gewoon, zocht meer toenadering tot haar docenten, probeerde hen wat meer bij haar werk te betrekken, en geleidelijk ging het beter. Bij haar afstuderen kreeg ze tot haar stomme verbazing zelfs de prijs voor het beste afstudeerproject.
Op dit moment toont het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam de grote solo-expositie Out of This World: een overzicht van het werk van de inmiddels 31-jarige Kroatisch-Nederlandse fotograaf tot nu toe. Een zeer toepasselijke titel, want de foto’s van Marušić zijn weliswaar gemaakt in deze wereld, maar tonen bijna altijd mensfiguren in buitenaards ogende landschappen, in surreële uitdossingen en wonderlijke poses. Door de vergaande enscenering (met kostuums en rekwisieten) en extreme kleuren (knallende blauwen, vurige roden, zonnige okergelen) heeft haar werk een heel eigen signatuur.
Nadat Marušić piepjong – op haar 21ste – was afgestudeerd, deed ze eerst een tijdje vooral fotografie in opdracht. Ze droomde ervan weer iets voor zichzelf te maken en reisde naar het eiland Lanzarote. ‘Voor ik naar de kunstacademie ging, maakte ik veel experimentele zelfportretten. Ik had nog geen idee wat ik op Lanzarote ging doen, maar ik nam wat spullen mee om iets achter de hand te hebben – bodypaint, lakens, kleding en gekke materialen. Daarmee heb ik de fotoserie Moonscape Island gemaakt, foto’s van mijzelf tegen een achtergrond van vreemde, zwarte gesteenten.’
Sindsdien werkt ze eigenlijk altijd zo: ze doet opdrachtwerk (voor partijen als Apple Music, Sony, Down the Rabbit Hole en Oerol) en maakt een à twee keer per jaar een reis om eigen werk te maken, altijd series in vreemde, desolate landschappen, waarvoor ze onder meer Utah, Nevada en Mexico bezocht. ‘Ik maak meestal ‘onautobiografische’ zelfportretten. Het gaat niet echt om mijzelf, vaak zie je mijn gezicht ook niet. Ik ben eerder mijn eigen model; ik neem gekke poses aan waardoor het lichaam bijna abstract wordt, als een menselijke sculptuur.’
Soms bewerkt ze haar foto’s uitgebreid, soms ook niet. Nu eens maakt ze haar foto’s zwart-wit om ze vervolgens handmatig weer in te kleuren, dan weer schildert ze eroverheen en worden het halve collages. ‘Ik vind het leuk om te spelen met wat echt is. Dat mensen vragen: stond je daar wel echt, was die berg echt rood, stond die berg daar echt? En is het nou een schilderij of een foto?’
De laatste jaren is ze gefascineerd geraakt door naïeve schilderkunst, volkskunst en primitivisme. ‘Daarin ontbreekt het aan diepte en perspectief. Voor- en achtergrond, alles krijgt evenveel ruimte en aandacht. Dat verwerk ik ook weer in mijn eigen werk, bij mij worden het landschap en het lichaam ook steeds meer een.’
Waar in haar werk vroeger doorgaans maar één mensfiguur te zien was, werden het er later soms twee. Haar vriend Lars Kroon (singer-songwriter Toverberg) ging in de loop der tijd steeds vaker mee op reis, en hielp haar ook steeds vaker achter de camera. ‘Toen we bijna gingen trouwen vroeg ik voor het eerst: wil je niet mét mij op de foto?’
Toen Marušić zwanger werd, vertaalde ze ook de wonderbaarlijke metamorfose die een zwangerschap is in prachtige fotoseries. En na de geboorte van hun zoontje Sasha volgden series van hen drieën. Die aanvankelijk solitaire, vaak vervreemd ogende mens in het maanlandschap was niet (altijd) alleen meer. ‘Maar het is niet zo dat er nog veel meer anderen worden toegelaten in mijn werk, hoor’, zegt Marušić lachend. ‘Alleen zij mogen er af en toe in.’
‘Ruurd Wiersma is een Friese schilder uit de vorige eeuw, een van Nederlands bekendste naïeve schilders. Ik ben groot fan van zijn werk. Hij was melkvaarder zoals dat heette, hij voer heen en weer tussen een melkfabriek en boerderijen om de melk op te halen, met zo’n platte boot door de weilanden.
Als schilder was hij autodidact, hij wist eigenlijk niets van kunst en werkte heel instinctief. Hij gebruikte eerst de muren van zijn huis als canvas en kreeg zo de smaak te pakken: hij begon op alles te schilderen wat los en vast zat, tot zijn schoenen aan toe. Echt fantastisch. Hij verfde ook met vreemde materialen zoals fietslak, hij wist niet welke verf je precies moest hebben. Eén keer in zijn leven is hij naar het Rijksmuseum geweest, maar hij vond het er donker en deprimerend. Wiersma wilde dat kunst vrolijk was, dat zie je ook wel aan zijn kleurgebruik. Zijn huis in Burdaard is nu een museum, het wordt momenteel verbouwd, maar het gaat later dit jaar weer open.’
‘Dit type kast vind ik fantastisch. De kast op de foto staat in mijn werkruimte, hij is in de jaren zestig gemaakt door Hongaren in Roemenië. Zij maken nog altijd van dit soort pronkstukken. Als een vrouw ging trouwen kreeg ze traditiegetrouw een bruidskist mee, en als de familie iets rijker was gaven ze ook meubels mee, zoals deze kast.
Vaak was de familie al vanaf de geboorte met de uitzet bezig. Die werd bewaard in een pronkkamer waar je alleen kwam tijdens feesten en speciale gelegenheden. Deze heb ik dus gekocht voor mijn eigen pronkkamer. Dat handmatige vind ik zo mooi, dat je ziet dat iemand er veel tijd en aandacht in heeft gestoken.’
‘Het bijzonderste natuurgebied waar ik ooit ben geweest, en waar ik al meerdere keren heb gefotografeerd, ligt in de Amerikaanse staat New Mexico. Het heet Bisti/De-Na-Zin. Die naam komt van de inheemse bevolking, de Navajo’s. Het is er bizar mooi. Ooit was het tropisch gebied, er leefden zelfs dinosauriërs, zoals de tyrannosaurus rex. Er zijn wonderlijke witte rotsformaties, hoodoos heten die, aardpiramides in het Nederlands, een beetje zoals in Monument Valley.
Bij veel nationale parken in de VS moet je een pas hebben en is het hartstikke druk, soms rijd je er zelfs in de auto in een file doorheen. Dit gebied is gratis te bezoeken en er komt haast geen ziel, hooguit een paar duizend bezoekers per jaar, terwijl het heel bijzonder is. Het maakt een plek nog mooier en bizarder als je er helemaal alleen rondloopt, en voor fotografie is dat natuurlijk helemaal perfect.’
‘De Oekraïense schilderes Maria Primatsjenko zit net als Ruurd Wiersma in de hoek van de naïeve kunst, al gaat haar werk ook iets meer richting volkskunst. Ook zij is autodidact en grappig genoeg beschilderde ook zij haar huis. Ik ben helemaal verliefd op haar werk.
Ze had een heel moeilijk leven. Als kind kreeg ze polio. Terwijl de andere kinderen buitenspeelden, zat zij alleen thuis. In die tijd is ze gaan schilderen en borduren. Primatsjenko is bekend om de fantasiedieren die ze maakte, en dat terwijl ze nooit in een dierentuin is geweest. Ze verzon gewoon zelf hoe allerlei dieren eruitzagen.
Ook na haar jeugd heeft ze een zwaar leven gehad. Maar dat zie je helemaal niet terug in haar werk. Wat ik mooi vind is dat naïeve, kinderlijke, maar intussen is het ook supergoed gedaan. Het is misschien ook deels een soort escapisme – ze leefde in haar eigen wereld van kleuren, bloemen, prints, patronen. Je wilt er eigenlijk zelf ook in rondlopen, in dit werk.’
‘De film die ik het vaakst heb gezien, en waarvan ik bijna elke zin uit mijn hoofd ken, is Dig!, een documentaire over twee bands, The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols. Allebei maken ze psychedelische rock, ik ben groot fan van dat genre. De regisseur filmt ze vanaf het begin van hun carrières en heeft ze jarenlang gevolgd. De bands zijn bevriend, maar hebben ook een echte haat-liefdeverhouding, er is grote rivaliteit tussen hen en ze maken veel ruzie.
Je ziet hoe The Dandy Warhols de commerciële kant op gaan en veel succes krijgen, ze spelen grote stadions plat en maken gave videoclips. The Brian Jonestown Massacre is in feite een eenmansband van Anton Newcombe, waar steeds opnieuw andere bandleden bij komen en weer afvallen. Hij is namelijk onmogelijk om mee te werken, hij functioneert totaal niet en verpest keer op keer zijn carrière. Newcombe is jaloers op het succes van The Dandy Warhols, maar zij bewonderen zijn eigenzinnigheid en compromisloosheid en zien zichzelf in ver Source: Volkskrant