Bidden doet Jan Veldhuizen voortdurend. Waar hij ook is. Tussendoor. ‘Als ik hulp nodig heb of een bedankje wil doen.’ In zo specifiek mogelijke bewoordingen. Je kunt er maar alles aan doen om de boodschap te doen overkomen. En ja, hij bidt ook weleens voor de vele mensen in penibele situaties die hij tegenkomt. Maar, vindt hij: ‘Je mag God niet vragen om dingen die je zelf kunt doen.’ Dus als hij voor mensen in nood bidt, is dat omdat hij ze niet heeft kunnen helpen. ‘Als ik ze moet laten gaan terwijl ze nog in de ellende zitten. Dan krijgen ze dat gebed mee, zonder dat ze het weten.’ En zo ver, zegt Veldhuizen, probeer je het niet te laten komen: ‘Je moet je handen naar mensen uitsteken.’
Veldhuizen (66), als voorganger verbonden aan de baptistische gemeente Harmony, heeft een dagtaak aan hulpverlening. Hij is voorzitter van het Diaconaal Platform Enschede, een samenwerkingsverband van kerken. Vijftig vrijwilligers zijn voor het platform actief en hij is er een van. Ze verlenen hulp bij schulden, assisteren bij het invullen van formulieren en maken zich er sterk voor dat mensen de thuiszorg en voorzieningen krijgen waar ze recht op hebben. Ook heeft het platform een noodfonds voor mensen die het acuut niet meer redden. Alles betaald uit giften. Én het diaconaal platform slaagde erin om al te onbarmhartig beleid van de gemeente om te buigen. Onder aanvoering van Veldhuizen, een praatgrage bonk energie die kan bogen op de weinig gebruikelijke combinatie van jaren managementervaring bij een multinational, onderricht op de bijbelschool en zijn kerkelijke werk.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur en schrijft daarnaast over alles van disco tot klushuizen.
Het platform werd in 2011 opgericht ‘om de stem van de zwakkeren te versterken’ en stond op scherp toen in 2015 gemeenten verantwoordelijk werden voor de Wet maatschappelijke ondersteuning. Die moesten vanaf dat moment beleid voeren om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Met de nodige zorg was het idee. Maar de operatie ging gepaard met een grote bezuiniging. ‘Dat kon niet goed gaan’, zegt Veldhuizen. ‘Daar hoefde je geen profeet voor te zijn. En acht jaar later moeten we vaststellen dat mensen inderdaad niet krijgen wat ze nodig hebben. Het is ernstig.’
Het duurde niet lang na het invoeren van de wet voordat de zaken zich opstapelden. Veldhuizen noemt een spastische vrouw in een rolstoel, depressief. Ze had drie uur hulp per week. Huishoudelijk én iemand kwam even helpen bij het handwerken. Die uren raakte ze kwijt; vrijwilligers moesten maar bijspringen. Maar ze had niemand in de buurt. Hij vertelt over een stel, achter in de tachtig. Zij had net een hersenbloeding gehad. Het paar ging van vier uur hulp naar twee, zonder dat de gemeente onderbouwde waarom. ‘Dan ging ik in gesprek bij de gemeente, tot aan de wethouder aan toe, en kreeg ik te horen dat er geen individuele gevallen zouden worden besproken. Die mensen moeten maar in beroep gaan tegen zo’n besluit. Die spastische vrouw kon nauwelijks praten, hoe kun je dan zoiets zeggen?’
Veldhuizen en de andere vrijwilligers kwamen honderden voorbeelden tegen van de schrijnende gevolgen van die wet. Tegelijk zagen ze het misgaan met een andere wet die het kabinet-Rutte II (VVD-PvdA) tegelijk had ingevoerd: de participatiewet. Die moet regelen dat zo veel mogelijk mensen werken en dat alleen wie dat écht niet kan, een uitkering krijgt. Ook in dit geval werden gemeenten verantwoordelijk en ook in dit geval was er bezuinigd. Veldhuizen: ‘Mensen werden afgewezen voor de bijstand omdat ze papieren van jaren geleden niet konden aanleveren en dan zaten ze gewoon zonder geld. Ik heb weleens meegemaakt dat iemand twee jaar bijstand is onthouden. Ik heb daar geen woorden voor.’
Hij vertelt over een vrouw die slachtoffer was geweest van ernstig huiselijk, seksueel geweld, met een zoon die dag en nacht haar zorg nodig had. ‘Haar bijstand was gestopt omdat ze een brief niet open had gemaakt. Ook zij kreeg bij de gemeente te horen dat ze maar in beroep moest. Wij hebben als platform toen drie maanden haar huur en ziektekosten betaald. Haar moeder bracht haar eten. Ik ben namens haar naar de hoorzitting geweest. Daar bleek dat de gemeente naar de letter van de wet haar bijstand had mogen stopzetten, maar na mijn relaas werd die beslissing meteen teruggedraaid.’
Per geval bijspringen, dat was vechten tegen de bierkaai, merkte het Diaconaal Platform. Het roer moest om. En dat zou ook lukken, althans gedeeltelijk, maar alleen met veel strijd.
Veldhuizen, geboren en getogen in Enschede, weet zelf hoe het is om arm te zijn. ‘Toen ik 10 was, kwam mijn vader de poort van de textielfabriek uit met 1.500 mannen die allemaal huilden. Die kregen allemaal op dezelfde dag ontslag. De fabriek ging dicht.’
Zijn vader maande Veldhuizen een goede opleiding te doen. ‘Maar ik zat vooral in het café. Toen ik mijn examen niet had gehaald, zei mijn moeder: nu ga je aan het werk. Toen ben ik begonnen als uitklaarder bij een expeditiebedrijf. En een paar jaar later als computeroperator. Helemaal onderaan. Het waren de beginjaren van de automatisering.’
Een christelijke achtergrond had Veldhuizen niet. Maar al zoekende had hij een bijbel gekocht en zoals hij het vertelt, was er een heel duidelijk moment van bekering tijdens een nacht kamperen, op zijn 20ste. ‘Ik las: eer je vader en je moeder, zodat het je wel gaat in je leven. Als ik nou íéts niet had gedaan, dan was dat het. Voor mij was dat een openbaring: ga je zo door, of ga je alles anders doen? Die nacht heb ik alles eruit gegooid en tegen God gezegd: als u er bent, hier ben ik. Er kwam een vrede in me die ik nog nooit had gekend. En die is gebleven, tot op de dag van vandaag.’
Naast zijn werk in de ict bezocht Veldhuizen daarna de Brandpunt Bijbelschool in Doorn. Hij klom op tot Europees ict-manager bij Polaroid en verdiende een erg goed salaris toen hij zich op zijn 52ste afvroeg wat hij met de rest van zijn leven moest. In overleg met zijn vrouw besloot hij zijn baan op te geven en zijn leven aan anderen te wijden. Een vertrekpremie smeerde hij uit tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd, die hij pas heeft bereikt. Zo werd het leven ineens een stuk kariger, maar tot volle tevredenheid. ‘Aan het eind van dit leven kunnen we toch niets meenemen.’
Veldhuizens ervaring bij een groot bedrijf heeft hem geholpen in de strijd met de instanties. ‘Als ze ons zien komen, denken ze: een stelletje zielenknijpers. Maar ik kan héél zakelijk zijn.’ Zoals toen ze met die waslijst van onrecht bij de burgemeester zaten. Velduizen: ‘Die begon een sussend betoog, maar dat heb ik na twee minuten onderbroken. Ik heb gezegd: u denkt toch niet dat u hier met een stelletje kleine kinderen aan tafel zit? Ik ben bestuurder geweest bij een multinational. Ik weet goed waar we het over hebben en ik laat me niet afschepen. Wij willen een extern onderzoek naar het handelen van de gemeente en wij stellen zelf de vragen op.’
Toen dat er niet snel kwam, wendde het platform zich tot de gemeenteraad. ‘Ons verhaal sloeg daar in als een bom. Sommige raadsleden zaten met tranen in de ogen: gebeurt dit in onze stad? En wij zeiden: hoeveel voorbeelden wilt u nog, honderd?’
Een van de schandaligste dingen vond Veldhuizen dat de weinige mensen die het opbrachten om in beroep te gaan, gelijk kregen. En dat dreigen met een advocaat ook hielp. ‘De gemeente wist dus dat ze fout zat.’ Het leidde tot willekeur.
Hij snapt dat wie aanspraak maakt op een uitkering verplicht is om netjes aan voorwaarden te voldoen. ‘Maar we hebben mensen meegemaakt die het gewoon niet konden, die administratie. En die kwamen helemaal zonder inkomen te zitten, kwamen soms zelfs op straat te staan.’
‘Het ging helemaal niet meer om de bedoeling van de wet, namelijk zorgen dat mensen krijgen wat ze echt nodig hebben. De wet werd alleen maar gebruikt om geld te besparen. Zo ontneem je mensen hun waardigheid. Maar mensen zijn kostbare parels en zo moet je ze ook behandelen.’
Het onafhankelijk onderzoek kwam er, en stelde vast dat Enschede jarenlang zo bezig was geweest met bezuinigen dat het daardoor de regels zo streng had toegepast, dat juist kwetsbare inwoners die niet goed konden meekomen de dupe waren geworden en soms klem kwamen te zitten. Dat terwijl de wet genoeg ruimte laat voor een menselijkere benadering.
In Enschede gaat het mede dankzij dat onderzoek inmiddels een stuk beter, ziet Veldhuizen met name in de toepassing van de Participatiewet. ‘Als iemand vroeger een brief kreeg en moest verschijnen met stukken en hij kwam niet, dan werd de uitkering gestopt. Nu wordt iemand gewoon gebeld: u bent niet gekomen, misschien heeft u de brief niet gelezen, maar is het toch beter dat we in overleg gaan? Het is een complete metamorfose.’
Moeizamer gaat het nog met de Wet maatschappelijke ondersteuning. Veldhuizen ziet nog steeds dat ouderen en zieke mensen minder uren hulp krijgen dan waar ze recht op hebben. ‘Dan wordt er niet gezegd: u krijgt vier uur. Maar: u krijgt een schoon en leefbaar huis. En dat betekent in de praktijk de helft van het aantal uren. Dat heeft duizenden huishoudens getroffen. De rechter heeft dat al vaak afgeschoten.’ De gemeente heeft aangekondigd om weer hulp toe te wijzen in concrete uren, maar zegt dat niet eerder dan beg Source: Volkskrant