Home

Een briesje van verandering rondom de onderwijstoren in Den Haag

Tout cultureel Nederland maakte zijn opwachting bij het afscheidscollege van Frits van Oostrom, met minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf op de eerste rij. De Utrechtse Domkerk was afgeladen, toen het cortège van ruim honderd zwart gejurkte hoogleraren binnenschreed. Nederland mag dan een dramatisch lerarentekort hebben, aan hooggeleerden is in elk geval geen gebrek. Hoe dan ook, de professorale stoet was een mooi, op de Middeleeuwen terug te voeren eerbetoon aan de man die zijn werkzame leven lang, en nu weer met zijn boek De Reynaert, een onvermoeibaar pleitbezorger is geweest van de Middelnederlandse letteren.

Eén keer ben ik bij Van Oostrom thuis geweest, in Delft. In de hal hing nog het affiche van zijn boek Nobel streven, met de opdruk dat hij daarvoor de Libris Geschiedenis Prijs had gekregen. Ik was toen jurylid en nog trotser om dat affiche daar te zien hangen dan Van Oostrom op zijn prijs. Ik zou de professor spreken in verband met de geschiedeniscanon voor het lager onderwijs, een van zijn geesteskinderen. Zijn idee, de vijftig vensters op het verleden, was een doorslaand succes geweest.

Nu zou de canon worden herzien, wat betekende dat er meer vrouwen in moesten en meer zwarte bladzijden. Karel V moest het veld ruimen voor Maria van Bourgondië en Willem Drees voor Marga Klompé. Dat stoorde Van Oostrom niet. Wat hem wel tegenstond was zijn ervaring met Den Haag, en zoals hij toch wel bitter vaststelde ‘dat onderwijspolitiek over politiek gaat en dat onderwijs de arena is waar partijen elkaar bestrijden’.

Voor het vraaggesprek moest hij iets overwinnen. Van Oostrom is niet van polarisatie en ophef. Toch had hij ook in zijn Utrechtse afscheidscollege weer een boodschap, ditmaal een uitgesproken pleidooi voor het Nederlands als universitaire voertaal. Weer was liefde voor het onderwijs zijn drijfveer. Hij vertelde hoe wezenlijk de leraar Nederlands was geweest voor zijn vorming. ‘De leraar is zelf de methode’, luidde diens motto. Lesgeven is een betrekking tussen docent en student, de aandrift om dingen over te brengen, een aandrift die hijzelf een half mensenleven heeft gedemonstreerd.

Natuurlijk is er aan de universiteit plaats voor het Engels, zei Van Oostrom, maar Nederlands is de taal waarin je leeft, waarin je je subtieler kunt uitdrukken en waarin het dus beter lukt om de studenten te raken. Ja makkelijk, zult u zeggen, zijn eigen vak is het Nederlands. Maar een van de absurditeiten van de verengelsing is dat scripties over Hooft of Vondel ook in het Engels moeten worden gesteld. Van Oostrom waarschuwde voor de terugkeer van een Europese lingua franca, zoals ooit het Latijn. ‘Als de Engelse taal monocultuur wordt, belanden we echt in middeleeuwse toestanden, met een grote afstand tussen hoogopgeleiden en de rest.’

Het toeval wilde dat op hetzelfde moment, dezelfde dag, in Enschede Eurocommissaris Frans Timmermans de dies-natalisrede hield. Hij deed dat in het Engels, aan de Twente University, die volkomen Engelstalig is, om de simpele reden dat er zonder buitenlandse studenten geen Twente University meer zou zijn. Timmermans betoogde het exacte tegendeel van Van Oostrom. Engelstalig onderwijs is een zegen voor Nederland, en ‘for the first time in human history we have a lingua franca that is not just for the elites’.

Ik las de rede van Timmermans. Hij riep studenten en docenten op om luidruchtig op te staan voor het Engels. Pleidooien als dat van Van Oostrom pleegt hij in Buitenhof af te doen als terugverlangen naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Tot voor kort vreesde ik dat hij gelijk zou krijgen, maar nu begin ik voorzichtig te hopen dat Timmermans zelf het gepasseerde station is.

In de twee redevoeringen zag je het verschil. Aan de ene kant de leraar met liefde voor het onderwijs en een groot hart voor studenten, aan de andere kant de hoog overvliegende bestuurder die zich haast naar de volgende speech waarin hij het zoveelste vergezicht voor een heel continent ontvouwt.

Die hoop op verandering ontleen ik ook aan minister Robbert Dijkgraaf op de eerste rij. Die speldde Van Oostrom een ridderorde op, wat wel in lijn was met zijn eigen voornemen om daadwerkelijk iets te doen aan het uit de hand gelopen aantal buitenlandse studenten. Onlangs schreef de minister aan de Kamer dat iedere student, ook de buitenlandse, een ‘verplicht onderdeel in het Nederlands’ moet doorlopen. Dijkgraaf had er een suikerlaagje omheen gesmeerd met de verzekering dat het ook voor de werkgelegenheid van buitenlandse studenten goed zal zijn om iets van onze landstaal mee te krijgen.

Of het wat voorstelt weet ik niet, of het wat uithaalt evenmin. Het eerste protest stak al de kop op in Maastricht. Vermoedelijk is een krachtiger stimulans dat het aantal studenten uit het buitenland (40 procent eerstejaars!) de universiteiten vandaag domweg centen kost. Hoe dat zij, het is voorjaar en er staat een briesje van verandering, zelfs rondom de onderwijstoren in Den Haag.

Source: Volkskrant

Previous

Next