Home

Effectief altruïsten willen zo veel mogelijk mensen helpen voor hun geld – en dat levert pittige dilemma’s op

Met een warm hart alleen red je de wereld niet, menen effectieve altruïsten. De beste charitas mengt compassie met kosteneffectiviteit: zo veel mogelijk mensen- of dierenlevens redden voor zo min mogelijk geld. Wie houden zich hier in Nederland mee bezig en wat beweegt hen?

Het kan haast niet anders of Floris Wolswijk heeft afgelopen feestdagen een van de gulste kerstcadeaus uit de Nederlandse geschiedenis gegeven. Het was geen Lamborghini, geen hoogkaraatse diamant en ook geen villa in Saint-Tropez, maar slechts een stukje rood vlees van zo’n anderhalf ons. Een curieus cadeau, zeker voor een vegetariër als Wolswijk. Het kostte hem bovendien helemaal niets, behalve dan een deel van zijn urinewegstelsel.

Een paars litteken ter hoogte van de broekrand herinnert nog aan de tijd dat de 32-jarige Rotterdammer eigenaar was van twee nieren. Vlak voor Kerst doneerde hij een van de vuistgrote organen aan een nierpatiënt. Niet aan een familielid of andere bekende, zoals meestal het geval is, maar aan een wildvreemde.

‘Ik weet niet wie mijn nier heeft gekregen, alleen dat het een man was’, vertelt de ondernemer in het kantoor van zijn bedrijf Queal, een maker van maaltijdvervangers. ‘Het maakt me niet uit wie het is, het is genoeg om te weten dat de transplantatie goed is verlopen. En dat iemand er dankzij mijn nier misschien twintig levensjaren bij heeft gekregen. Wie weet lopen we elkaar op een dag voorbij in de Koopgoot.’

Wolswijk is een adept van het effectief altruïsme, een liefdadigheidsbeweging die, zoals The New York Times onlangs schreef, ‘in korte tijd is uitgegroeid van een ietwat obscure, door filosofen en maatschappelijk werkers geprefereerde tak van weldoenerij, tot toonaangevende filantropie-aanpak voor een steeds machtiger cohort van millennials en generatie Z’ers’.

Het is een nieuwe generatie van filantropen die, dikwijls uit ongemak over de eigen financieel bevoorrechte positie, iets goeds wil doen voor de mensheid. In hun totale gebrek aan cynisme en drang naar wereldverbetering lijken ze wel wat op hippies, al zijn effectieve altruïsten vooral vol van kosten-batenanalysen en ‘gerandomiseerde’ wetenschappelijke studies in plaats van seks, drugs en rock-’n-roll. De missie van ‘EA’: zo veel mogelijk levens redden.

De stormachtige opkomst van het effectief altruïsme valt mede te verklaren door de financiële steun van enkele steenrijke Amerikanen, zoals miljardair en mede-Facebookoprichter Dustin Moskovitz, en de controversiële ex-miljardair en ‘Cryptokoning’ Sam Bankman-Fried. Door de geruchtmakende val van Bankman-Fried, die op het hoogtepunt een geschat vermogen had van 26 miljard dollar, staat het effectief altruïsme sinds de herfst ook ongewild in de schijnwerpers.

Bankman-Fried beloofde miljarden dollars weg te geven aan goede doelen als malariabestrijding en dierenwelzijn, maar hangt nu 155 jaar celstraf boven het hoofd voor het bedriegen van de klanten van zijn bankroete cryptobeurs FTX. Zijn val stortte de hyperconsciëntieuze beweging in een gewetenscrisis waarvan ze nog altijd niet is bekomen.

Wereldwijd hebben inmiddels tienduizenden zich achter de boodschap van EA geschaard: een minder emotionele, meer empirische vorm van doneren. ‘Doing good better’, is het motto. Met een warm hart alleen red je de wereld niet, menen effectieve altruïsten. Echt het verschil maken, vereist koelbloedige feitenvorsing en logica. De beste charitas mengt compassie met kosteneffectiviteit: zo veel mogelijk mensen- of dierenlevens redden voor zo min mogelijk geld.

Geld geven aan kankeronderzoek of vluchtelingenhulp is bijvoorbeeld hartstikke goedbedoeld, maar zet minder zoden aan de dijk dan doneren aan malariabestrijding, vinden effectieve altruïsten. Want het maximaliseren van het aantal ‘quality-adjusted life years’ (Qaly’s), oftewel extra levensjaren in goede gezondheid, daar gaat het om: hoe meer Qaly’s erbij per gedoneerde euro, hoe beter.

Of per gedoneerd orgaan, zoals in het geval van Wolswijk. Een nierdonatie levert de ontvanger namelijk tussen de 7 en de 20 Qaly’s op, blijkt uit de kosten-batenanalysen van het effectief altruïsme.

De fixatie op meetbaarheid en cijfers levert effectief altruïsme niet alleen maar bewonderaars op. Niet alles van waarde is immers meetbaar, en niet alles wat meetbaar is, is waardevol, luidt de kritiek. Ook zou het individualistische EA volgens critici te weinig oog hebben voor politiek en systeemkritiek, terwijl de grote kwesties – klimaat, ziektes, armoede, kernwapens, kunstmatige intelligentie – juist vragen om gemeenschappelijke oplossingen.

Wie zijn de even barmhartige als berekenende Samaritanen van het effectief altruïsme? Een portret van ‘morele mathematici’ in de polder.

Acht jaar geleden legde Floris Wolswijk een gelofte af: hij zwoer voortaan 10 procent van zijn inkomen – anno nu goed voor ongeveer 5.000 euro per jaar – te zullen weggeven aan goede doelen zoals malariabestrijding. ‘Ik erken dat ik een deel van mijn inkomen kan gebruiken om een hoop goeds te doen’, begint de ‘Giving what we can pledge’, de gelofte die inmiddels door ruim achtduizend EA’ers is ondertekend, onder wie 175 Nederlanders.

De gedachte achter de gelofte is dat je geen miljardair hoeft te zijn om het verschil te maken. Al is het maar omdat ook een Nederlander met een modaal inkomen – 40 duizend euro bruto per jaar – al tot ’s werelds rijkste 2,5 procent behoort. Door slim te doneren, kunnen ook Jan of Jannie Modaal levens redden.

Bijvoorbeeld door er via EA-organisaties als GiveWell of Doneer Effectief malarianetten mee te bekostigen, een populair goed doel onder effectieve altruïsten zoals Wolswijk. Een met insecticiden geïmpregneerde klamboe is misschien iets minder hartverwarmend dan pak ’m beet de stichting Make-A-Wish Nederland, die ernstig zieke kinderen een onvergetelijke dag bezorgt door hun liefste wens te vervullen. Maar die klamboes zijn wel erg effectief: ze redden jaarlijks honderdduizenden Afrikaanse kinderlevens. En dat voor een paar euro per stuk.

Wolswijk besloot zijn gelofte af te leggen nadat hij het werk van de ethicus Peter Singer had ontdekt, ‘de grootvader van EA’. ‘Een acceptabel ethisch leven leiden houdt minimaal in dat we een substantieel deel van onze reservebronnen gebruiken om van de wereld een betere plek te maken’, schreef Singer in The Most Good You Can Do. ‘Een volledig ethisch leven houdt in dat we zoveel goeddoen als we kunnen.’

Op het cadeau doen van lichaamsdelen doelde Singer daarmee niet – de 76-jarige filosoof bezit zelf gewoon twee nieren, zoals hij in interviews dikwijls moet uitleggen. Toch kwamen sommige effectieve altruïsten tot de slotsom dat niet alleen hun inkomen of spaargeld, maar ook hun nier of een deel van hun lever een ‘reservebron’ kan zijn om een medemens te helpen. Hoewel orgaandonoren als Wolswijk slechts een kleine minderheid vormen binnen EA, is de doodnuchtere kosten-batenanalyse waarmee zij tot hun offer komen typerend voor de beweging.

Zo doodnuchter zelfs dat je je bijna gierig gaat voelen om nog tweenierig door het leven te gaan. ‘Mijn risico om te sterven door een nierdonatie was zeg één op tienduizend’, vertelt Wolswijk kalm, alsof hij over het plaatsen van een dakkapel praat, of het aanvragen van een brommerverzekering. ‘Dat risico was zo klein, en de baten voor de ontvanger tegelijkertijd zo groot, dat het eigenlijk een heel makkelijke keuze was.’

Voor zijn eigen gezondheid zal zijn nierdonatie ook op lange termijn nauwelijks gevolgen hebben, denkt Wolswijk. ‘Acht weken na de operatie stond ik alweer op de lange latten. De verwachting is dat de overgebleven nier binnen een jaar op 140 procent zal werken. Als ik gewoon gezond leef, red ik het daar net zo goed mee als iemand met twee nieren.’

Wie de filosofie achter EA wil begrijpen, moet zich een brandend huis voorstellen, en een huilende baby. Een effectieve altruïst stormt de trap op om het kind te redden. In de kamer ernaast blijkt echter een Picasso te hangen. Het schilderij moet zeker een paar miljoen euro waard zijn, flitst het door zijn gedachten. Genoeg geld om honderdduizenden malarianetten te kopen, en niet één, maar massa’s kinderlevens te redden. Hij kan de baby en de Picasso onmogelijk allebei meenemen. Wie moet hij redden: de baby, of het meesterwerk?

Dit is het scenario dat Oxford-filosoof William MacAskill, een van de boegbeelden van het effectief altruïsme, ooit tijdens een debat kreeg voorgelegd. Alleen een ‘heartless bastard’ zou de baby achterlaten, stelde zijn opponent, de Britse priester Giles Fraser.

Harteloos is MacAskill evident niet. De 36-jarige schrijver van Doing Good Better en What We Owe the Future doneert ruim de helft van zijn inkomen aan liefdadigheid. Hij is medeoprichter van Giving What We Can, de organisatie achter de door Wolswijk getekende gelofte, en van 80,000 Hours. Deze organisatie, genoemd naar het aantal uur dat mensen tijdens hun leven grofweg aan hun carrière besteden, adviseert jongeren over wat voor baan ze het het beste kunnen kiezen om wereldproblemen te helpen oplossen, zoals dierenleed, pandemieën en de gevaren van kunstmatige intelligentie.

Mede dankzij MacAskill doneerden effectieve altruïsten tussen 2012 en 2022 zo’n 2,4 miljard euro, blijkt uit berekeningen van het Centre for Effective Altruism op basis van giften van GiveWell en andere EA-organisaties. Daarvan ging bijna tweederde naar Source: Volkskrant

Previous

Next