N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Turkse oppositie Kemal Kiliçdaroglu bleef na de teleurstellende eerste kiesronde opvallend lang stil. Woensdag liet hij weer van zich horen, met ineens een heel ander geluid. Is dit wel de juiste persoon om te proberen Erdogans macht te doorbreken?
Kemal Kiliçdaroglu, de presidentskandidaat van de Turkse oppositie, verbrak woensdag eindelijk zijn stilte. Sinds het voor hem teleurstellende resultaat bij de verkiezingen van zondag 14 mei – Kiliçdaroglu wist president Recep Tayyip Erdogan van een overwinning in de eerste ronde af te houden, maar zijn oppositiealliantie behaalde geen meerderheid in het parlement – had hij niets meer van zich laten horen. Op een filmpje van tien seconden op Twitter na, waarin hij zijn aanhang opriep te „vechten tot het eind”.
Er was groeiende kritiek op Kiliçdaroglu’s afwezigheid. Want de wanorde en ontgoocheling in de oppositiegelederen waren groot en er leefden veel vragen over de verkiezingsnacht. Toen had de oppositie het staatspersbureau Anadolu beschuldigd van manipulatie van de uitslagen.
„Wie de handdoek in de ring gooit tussen twee verkiezingsrondes in en verdwijnt als na een nederlaag, wist niet alleen de toekomst van Turkije uit, maar ook de huidige [generatie] politici”, twitterde Seren Selvin Korkmaz, directeur van de Turkse denktank IstanPol.
Volgens haar heeft de oppositie geen tijd te verliezen: de tweede ronde is al op 28 mei. „Kiliçdaroglu en andere leiders zouden nu met al hun medewerkers op straat moeten zijn. Kiezers kunnen niet weten wat er achter gesloten deuren gebeurt, of er een strategie wordt uitgedacht. Als het electoraat aangeslagen is, verwacht het opbeurend leiderschap. Met elke dag die verstrijkt, verslechtert het moreel bij de oppositie.”
Kiliçdaroglu sloeg woensdag een totaal andere toon aan dan in het eerste deel van zijn campagne. Weg was zijn boodschap van liefde, broederschap en tolerantie, als tegengif tegen Erdogans polarisatiepolitiek. In plaats daarvan deelde hij een fel nationalistische videoboodschap op sociale media met immigratie als belangrijkste thema: ‘De grens is onze eer’.
„We hebben dit vaderland niet zomaar op straat gevonden”, begon Kiliçdaroglu. „We zullen het niet overlaten aan de mentaliteit die tien miljoen ongeorganiseerde vluchtelingen hier heeft gebracht.” Dat was sterk overdreven, het officiële aantal vluchtelingen in Turkije is de helft daarvan. Maar Kiliçdaroglu belooft meteen te zullen beginnen met deporteren van Syrische en Afghaanse vluchtelingen als hij de verkiezingen wint. Erdogan noemt deze plannen „onmenselijk en on-islamitisch”.
Het is een opmerkelijke politieke metamorfose. Kiliçdaroglu presenteerde zich aanvankelijk als een progressieve hervormer die de CHP probeerde te veranderen: van de partij van de seculiere elite in een brede volkspartij die ook het Koerdische en het conservatieve deel van de bevolking omarmt. Hij was de man die de altijd zo verdeelde oppositie wist te verenigen, met als centrale belofte de ontmanteling van Erdogans autoritaire presidentiële systeem ten faveure van een democratischer stelsel. En nu ontpopt deze wat saaie maar fatsoenlijke bureaucraat zich ineens tot nationalistische havik, in een uiterste poging Erdogan te verslaan.
Zijn oude rol paste hem beter. Hij komt uit de provincie Tunceli, een rebels bolwerk van alevitische Koerden. Tunceli was lange tijd niet volledig onder controle van de staat, tot een opstand in 1938 bloedig de kop in werd gedrukt. Kiliçdaroglu groeide op met verhalen over de bombardementen en het gifgas waarmee tienduizenden alevitische Koerden werden uitgemoord door het leger. Het is de donkerste episode uit de geschiedenis van de Turkse republiek, waarvoor Atatürk zelf het bevel gaf. Toch heeft hij nooit wrok gekoesterd tegen de staat. Als zoon van een ambtenaar en voormalig bureaucraat is hij juist bij uitstek een product van die staat.
Zijn vader werd als ambtenaar van de ene naar de andere uithoek van Anatolië gestuurd. Maar het familiehuis staat in Ballica, een afgelegen bergdorp in Tunceli. Het natuurstenen huis ligt er in een zonnige middag in mei verlaten bij, op enkele koeien na, die grazen op de met stenen bezaaide berghelling. Het wordt nog steeds gebruikt als zomerhuis door familieleden van Kiliçdaroglu, die inmiddels in de provinciehoofdstad Tunceli wonen, vertellen dorpsbewoners.
Een van hen is Memet Kütük, een arme boer die samen met Kiliçdaroglu is opgegroeid. Hij woont in een boerderij van natuursteen, hout en golfplaten. Binnen kookt zijn vrouw Selvi wilde spinazie boven een open vuur. Het paar leeft van twee kleine staatspensioentjes en klaagt dat het leven erg duur is geworden door de hoge inflatie. Ze hadden deze winter niet eens geld om vlees te kopen. „Het leven hier is zwaar”, zegt Kütük, een man met kort grijs haar. „De elektriciteit komt en gaat, zeker in de winter. We hebben geen auto. Het kost 300 lira (15 euro) om heen en weer te gaan naar het dichtstbijzijnde dorp. We hebben moeite om het einde van de maand te halen.”
Kütük hoopt dat de situatie verbetert als Kiliçdaroglu verkozen wordt. Hij herinnert zich dat ze als tieners ’s zomers met het vee door de bergen trokken en stenen gooiden om walnoten uit de bomen te halen. „Kiliçdaroglu wilde op jonge leeftijd leraar worden”, vertelt Kütük. „Hij hield ervan schooltje te spelen met de kinderen uit het dorp. Hij leerde ons het volkslied.” Kütük begint te zingen.
Kiliçdaroglu was een enthousiaste lezer. „Hij was zo slim”, zegt zijn broer Yusuf Ziya, een man met een grijze snor, een stoppelbaard en een zwart pak, in een café in Tunceli. „Als ik een tekst drie keer moest lezen, begreep hij hem meteen. Hij nam al vroeg de leiding. Als we een toneelstuk deden, had hij de hoofdrol. Maar hij was een rustige jongen. Als wij spelletjes deden, las hij een boek. Leraren hielden van hem. Na de middelbare school stuurden ze hem naar Ankara. Ze wilden niet dat hij zijn talent zou verspillen in Tunceli.”
Kiliçdaroglu studeerde aan de Academie voor Economische en Handelswetenschappen in Ankara en werd in 1971 belastinginspecteur. Hij klom langzaam op in de bureaucratie en werd in 1992 directeur van de Sociale Verzekeringsinstelling (SSK). Erdogan beweert dat Kiliçdaroglu de SSK zo slecht leidde dat de instelling failliet ging. Maar volgens Yusuf Ziya hebben de rechtse politici die destijds de macht hadden, er schuld aan dat de SSK failliet ging. De pensioenleeftijd was in die tijd 33 jaar.
Een rapport over de bestrijding van corruptie in de publieke sector, dat Kiliçdaroglu na zijn pensionering in 1999 schreef, trok de aandacht van de seculiere partij CHP. Kiliçdaroglu kreeg een verkiesbare plek bij de parlementsverkiezingen van 2002, die werden gewonnen door de AKP van Erdogan. Kiliçdaroglu maakte in het parlement vervolgens naam met de controle op de besteding van overheidsgeld, waarmee hij twee AKP-parlementariërs tot aftreden dwong. In 2010 werd hij verkozen tot CHP-leider.
Populair is Kiliçdaroglu nooit geweest omdat electorale successen lang uitbleven. Dat veranderde met de lokale verkiezingen in 2019, toen de oppositie de macht greep in Istanbul, Ankara en andere grote steden in het westen van Turkije. Kiliçdaroglu’s pogingen de oppositie te verenigen begonnen hun vruchten af te werpen. En met Ekrem Imamoglu in Istanbul en Mansur Yavas in Ankara had hij twee sterke burgemeesterskandidaten gekozen, die ook populair waren onder nationalisten. Maar dat maakte Kiliçdaroglu zelf nog geen geschikte presidentskandidaat. Peilingen suggereerden dat Imamoglu en Yavas het beter zouden doen tegen Erdogan. Maar Kilicdarglu dacht dat de economische malaise zou volstaan om van Erdogan te winnen en hield vast aan zijn kandidatuur.
Dit leidde in maart tot een kortstondige crisis in de oppositiealliantie. Meral Aksener, de leider van de nationalistische IYI Partij, stapte plotseling uit de alliantie uit onvrede over de halsstarrigheid waarmee Kiliçdaroglu aan zijn kandidatuur vasthield. De oppositie ,,heeft het vermogen verloren om de wil van de natie te vertegenwoordigen”, zei ze. Het was wat veel mensen dachten. Maar toen de rest van de oppositie achter Kiliçdaroglu ging staan, en Aksener het verwijt kreeg de beste kans te verspelen om Erdogan te verslaan, keerde ze snel terug op haar besluit. Maar ze had een valide punt.Als aleviet heeft Kiliçdaroglu moeite om stemmen te trekken onder conservatieve soennieten op het platteland. Alevieten zijn aanhangers van een mystieke stroming in de islam, en vormen de grootste religieuze minderheid in Turkije. Tijdens de campagne bracht Erdogan vaak Kiliçdaroglu’s geloof in herinnering, waarbij hij suggereerde dat deze geen echte moslim is. Kiliçdaroglu reageerde met een spraakmakende video, ruim honderd miljoen keer bekeken. „Ik ben een moslim. God heeft me mijn leven gegeven. Ik ben niet zondig.” Het sloeg aan in de grote steden, maar niet op het conservatieve platteland.
Vandaar Kiliçdaroglu’s plotse nationalistische draai. Hij ziet dat nationalistische partijen het goed hebben gedaan bij de verkiezingen. Turkije krijgt het conservatiefste en meest nationalistische parlement in zijn honderdjarige geschiedenis. Dus bij het grote aantal zwevende nationalistische kiezers lijkt de meeste winst te halen. Met zijn anti-immigratieretoriek hengelt Kiliçdaroglu naar de steun van de nationalist Sinan Ogan, die in de eerste ronde ruim 5 procent haalde en zich nu als kingmaker presenteert. Maar het valt te bezien of Ogan’s kiezers hem volgen als hij zijn steun uitspreekt voor de oppositie. Bovendien dreigt Kiliçdaroglu door zijn rechtse wending veel linkse Koerden, een fors deel va Source: NRC