Je krijgt goede benen nooit op bestelling, antwoordt Koen Bouwman (29) altijd op de vraag hoe goed hij doorgaans is in de laatste en zwaarste week van de Ronde van Italië. ‘Ik heb er geen angst voor’, zegt hij aan de vooravond van een uitdagende finale van de Giro, met nog vier heftige bergritten en op het eind een bijna onmenselijke klimtijdrit. Sterker: ‘Ik kijk er superhard naar uit.’
Dat is niet verwonderlijk. De 29-jarige renner van Jumbo-Visma boekte vorig jaar in de derde Giro-week niet alleen zijn tweede etappezege, hij veroverde daarin ook de blauwe trui van het bergklassement en leidde die rangschikking tot het eind. Met grote voorsprong werd Bouwman in 2022 de eerste Nederlandse winnaar van de bergtrui van de Giro d’Italia.
Dit jaar roepen Italianen langs de kant zijn naam. ‘Ik heb ze kennelijk mooie momenten of mooie televisie bezorgd.’ Maar een trui of ritzege zit er dit jaar niet in, want Bouwman rijdt rond als meesterknecht van zijn kopman Primoz Roglic. Alleen als die kansloos is voor het eindpodium, mag zijn knecht proberen voor eigen succes te gaan. Zoals vorig jaar, nadat de drie aangewezen kopmannen allemaal waren weggevallen.
Over de auteur
Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.
‘Vooral niet in paniek raken, bijvoorbeeld wanneer Primoz onderuitgaat. Dat gebeurde in de vijfde rit en woensdag in de elfde. Instinctief geef ik hem dan mijn fiets. Dat trainen we. We blijven als hele ploeg heel kalm, dat vind ik mooi. Edoardo Affini en ik hebben ervaring met zulke situaties en Primoz natuurlijk ook. Ik geef hem mijn fiets en Edoardo brengt hem terug vooraan.
‘Affini is een gigantische brommer, een Italiaanse tijdrijder die in elke andere ploeg kopman zou zijn. Als je ziet hoe hij Primoz op sleeptouw neemt: dat kan op Filippo Ganna na niemand in het peloton. Echt genieten dat we er dan met de hele ploeg voor zorgen dat de kopman geen tijdverlies oploopt.’
‘We trainen hier samen voor en zitten maanden op een berg. Dat smeedt een groep. Een half woord of een blik van Roglic en we weten wat we moeten doen. Hij vertrouwt ons blindelings, dat is heel belangrijk.
‘Andersom geeft hij ons een vertrouwensboost met een succesvolle aanval, zoals in de achtste rit. Achteraf zagen we op de beelden dat eigenlijk niemand meteen meekon. Dat zorgt voor een positieve sfeer in de groep. Want het is een bevestiging: we doen mee voor de eindwinst in de Giro.’
‘Ik geloof natuurlijk wel veel meer in mezelf. Eén rit winnen kan, hoe lastig ook, als alles op zijn plek valt en je wat geluk hebt. Maar twee keer winnen in 21 dagen én die bergtrui: dat is geen toeval meer. Daardoor kreeg ik het besef dat ik het zeker vaker zou moeten kunnen. Ook in mooie, grote koersen.
‘Maar ik zit nu eenmaal bij een van de grootste ploegen van de wereld. De kansen zijn heel schaars. En dan is voor mij de afweging: wat wil ik? Ik weet waarvoor ik hier ben. Soms is er een mooie etappe, voel ik dat ik goede benen heb en dan denk ik: ik had nu mee kunnen zitten. Dat doe ik dan niet. We gaan in elke grote ronde voor de eindwinst. Als ik het daar niet mee eens was geweest, had ik dat van tevoren moeten aangeven. Dan was ik niet naar de Giro gegaan. Dit is gewoon de rol die ik heb.’
‘Het voelt als familie en over twintig, dertig jaar klinkt Jumbo-Visma nog steeds bekend. Ik merk ook verandering in de koers. Ploegen proberen hun karretje bij ons aan te haken en rijden achter ons aan, zeker als Affini op kop fietst. Het klinkt arrogant en zo is het niet bedoeld, maar nu rijden minder renners ons in de weg.
‘De ploeg wordt wel steeds groter, van 70 mensen toen ik kwam, naar 240 nu, waardoor ik niet meer iedereen ken. Wat de ploeg daarbij goed doet, is iedereen het gevoel geven te hebben bijgedragen aan het succes. Ook de jonkies.
‘In veel ploegen is nog een cultuur dat de ouderen willen dat de jonge renners zich eerst maar eens bewijzen. Jong moet dan voor oud werken. Bij ons helpen de ervaren renners de nieuwe jongens, zoals Thomas Gloag, die op het allerlaatste moment naar de Giro is gekomen.
‘Qua talent staat hij ver boven mij en dat kan ik heel makkelijk accepteren. Ik vind het hartstikke leuk om te proberen hem te helpen en wegwijs te maken, zoals ik ook ooit geholpen ben door Robert Gesink, Jos van Emden en Bram Tankink. Daar kon ik altijd terecht en zo zeg ik nu ook tegen jonge jongens: je kunt me altijd bellen.’
‘Een hoop. Tegenwoordig rijdt de jeugd met een powermeter en elektrisch schakelen. Van jonge renners is veel meer informatie. Ze trainen, 15 à 17 jaar oud, op hoogte en weten precies wat het inhoudt om profwielrenner te worden. Daar leven ze volledig voor.
‘Ik wist totaal niet wat prof zijn inhield. Ik leefde er helemaal niet voor, ik vond wielrennen gewoon leuk en had zes vrienden die dat ook vonden. Op donderdag reden we een wedstrijdje en daarna aten we frikadellen of kroketten bij iemand.
‘Dit jaar ben ik drie weken thuis geweest, echt extreem weinig. Ik bedoel: het wielrennen verandert gewoon heel erg. Het niveau is in de breedte zo verschrikkelijk hoog. In de toekomst gaan renners niet meer tot hun 38ste door. Jongens die op hun 18de naar het hoogste niveau komen, zoals Evenepoel of Pogacar, houden dat niet nog eens twintig jaar vol.
‘Omdat ze al zo voor het fietsen leven als nieuweling of junior duurt een wielercarrière in de toekomst uiteindelijk misschien wel even lang als de mijne, maar ik ben blij dat ik het rustig heb kunnen opbouwen. De benadering van de sport is totaal anders en ik weet niet of dat leuker is.’
‘Ik word nog steeds elk jaar met kleine stapjes beter. Ik ben niet dat enorme talent dat als belofte de stenen uit de straat fietste. Beetje bij beetje ben ik bergop beter geworden. Mijn wattages gingen omhoog en mijn gewicht bleef 60 kilo, dan klim je automatisch harder. Het was niet een bewuste keuze om me in het klimmen te specialiseren.
‘Voor mij geldt: plezier is mijn brandstof. Als ik geen plezier heb, rijd ik niet goed. Dat geldt ook voor de winterperiode. Ik ben heel graag in de Achterhoek: zondag lekker een veldtoer met jongens van de club en met vrienden en daarna een bakje snert in de kantine.’
‘Ik heb misschien iets meer een killersmentaliteit gekregen. Dat ik denk: ja, dit ga ik nu gewoon afmaken. Want hoe vaak krijg ik nou zo’n kans? Maar ik ben niet agressiever op de fiets. Op volle snelheid een schouderduw geven zul je mij nooit zien doen. Ik heb er trouwens ook het postuur niet voor. Ik neem zo min mogelijk risico’s en daardoor val ik niet vaak.’
‘Dat is iets waarover ik goed moet nadenken. Het succes van de vorige Giro heeft me wel de ogen geopend: ik kan vaker zelf mooie uitslagen rijden. Winnen is schitterend, maar mijn drijfveer is vooral dat ik wil terugkijken en kan zeggen dat ik het maximale eruit heb gehaald.
‘Aan de andere kant fiets ik als knecht alleen maar mooie koersen. En als het deze Giro lukt met Primoz, dan is mijn jaar echt geslaagd. Maar ben ik daar tevreden mee, ga ik mezelf nog een x-aantal jaren wegcijferen voor kopmannen, of wil ik voor mezelf rijden? Dat is een tweestrijd, want in deze ploeg gaat dat niet samen.
‘Hoe dan ook: nog steeds word ik elk jaar beter en ik heb echt megaveel moraal om zo goed mogelijk te fietsen. Daar kan ik minstens de komende drie of vier jaar mee vooruit. Ik ben niet met stoppen bezig. Ik ben niet lui aangelegd. Ik ga hierna gewoon lekker werken bij de plaatselijke fietsenmaker, of ik ga iets doen in het peloton. Ik zie wel wat er op mijn pad komt.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden