‘Betaald voetbal is een risicovolle bedrijfstak. Als je daarover gaat nadenken, zeg je: waar zijn wij in godsnaam mee bezig? Je hebt geen reserves, je wilt alle euro’s op het veld hebben staan. Als ik terugkijk op zeventien seizoenen, doet de speler die je het meeste geld geeft het minst voor je. De speler die je het minste geeft, doet het meest. Grosso modo. We hebben eens een dure Ierse spits gehad, die we voor Telstar-begrippen een bak geld betaalden. Die bakte er geen pepernoot van. Rhys Murphy. Wel een geweldige persoonlijkheid. Alleen: in ons geval geen scorende, maar een storende spits. Jonge kerels die net een contract hebben verdiend, doen het meest. Ilias Bronkhorst bijvoorbeeld. Gekomen vanaf Koninklijke HFC. Een leuke, spontane gozer die begon met niks en na drie jaar Telstar naar NEC ging.
‘We hebben over de afgelopen veertien seizoenen gemiddeld 30 duizend euro positief gedraaid, maar voor een belangrijk deel is dat een gevolg van stortingen van aandeelhouders. Ik heb slapeloze nachten gehad over financiën. In één seizoen kwamen we eens 3,5 ton tekort. Dan hebben wij geluk dat er tien mensen zijn binnen de club die niet weten wat ze op vrijdagavond moeten doen. Zij trekken dan weer de poeplap. Financiën leverden de meeste stress op, communicatie het meeste plezier. Telstar zit in mijn hart. Dat heeft te maken met mijn opvoeding (De Waards vader was ook voorzitter van Telstar, red.). Ik vroeg me altijd af wat mijn ouders in voetbal zagen, want ik gaf er toen ik jong was geen flikker om. De kantine na de wedstrijd, dat vond ik leuk. Beetje ouwehoeren. Dat heb ik eigenlijk nog steeds.’
Over de auteur
Willem Vissers is ruim 25 jaar voetbalverslaggever voor de Volkskrant. Hij versloeg acht WK’s. In 2022 is hij uitgeroepen tot sportjournalist van het jaar.
‘Dronken Naatje, dat is echt IJmuidens, althans, we hoorden het hier. Nergens bang voor zijn. Ik ben impulsief. Dat impulsieve heeft me nooit grote problemen opgeleverd. Alleen met uitspraken in interviews. Ik heb er een hekel aan om op mijn woorden te letten. Als je je committeert aan een gesprek met een journalist, moet je er ook voor zorgen dat je dingen zegt waarmee een journalist iets kan. Ik houd ervan om iets zwart-wit neer te zetten, en dan pas te nuanceren. Maar dan had ik weer slapeloze nachten over de gevolgen, want ik sta voor het harmonieuze model. Het dna van Telstar is dat we ons uitspreken. Open en recht voor z’n raap. We zien wel waar het schip strandt.
‘Met tientallen mensen hebben we Telstar op de rails gekregen. Toen ik begon, werd Telstar altijd genoemd in discussies over sanering. We leverden achterhoedegevechten. Nu zeggen mensen: Telstar is een leuke club. En voordat die gekke voorzitter er was, was Telstar ook al een aparte club. Geen grijze muis. In het ondernemen van activiteiten, maatschappelijk al dan niet relevant, zijn we een buitenbeentje.
‘Ik vond het voorstel voor het blauwe veld erg leuk. Allereerst omdat ik dat zelf had bedacht, ten tweede omdat het de wereld overging en ten derde omdat de KNVB op zijn achterste poten stond.
‘We hebben mensen met niet-westerse achtergrond en met een beperking aangenomen. De stichting Telstar Thuis in de Wijk opgericht, om onze maatschappelijke activiteiten te kanaliseren. We hebben Louis van Gaal een wedstrijd laten coachen. De parfumlijn van Frank Korpershoek gelanceerd. Number 6. Daarvan zijn duizenden flessen over de toonbank gegaan... we hebben er ook nog duizenden staan.’
‘Dat heb ik één keer geroepen, na een zege op NEC thuis. Dat is niet wie ik ben. Ik ben juist een ingetogen, introverte, weloverwogen, soms impulsieve man. Het bedachtzame zit in het overzicht, in verbinding maken tussen relevante zaken. Een heldere mening verkondigen. Maar ik dacht wel, na al die jaren en het verkondigen van heldere meningen: goh, er zijn nog andere dingen die ik zou willen doen in mijn leven, en met dat leven schiet het al aardig op, want ik zit in mijn 63ste levensjaar.
‘Na het overlijden van mijn ouders Jos en Reina dacht ik ook: het hoeft niet meer. Van die gedachte schrok ik ook. Zo van: ik heb het toch niet alleen voor hen gedaan? In de kern is dat ook niet zo, want ik heb er zelf veel uit gehaald. Het was enig en geweldig om op de voorgrond te staan.
‘Ik wil van de zomer ook op het strand van IJmuiden werken, in de bediening. Drankjes rondbrengen. En ik ben mijn werkzame leven ooit begonnen als heftruckchauffeur in een loods – dat ga ik ook weer een tijdje doen, een maand of vijf. Dan is die cirkel rond. Vóór Telstar had ik een communicatiebureau, dat weer handen en voeten krijgt. Lesgeven in spreken in het openbaar. Iets doen in het buddyprogramma bij de KNVB, om bestuurders te helpen en begeleiden.
‘En ik word bondsvoorzitter. Ja, dat blijft mijn ambitie, nadat een eerdere poging is gestrand. De vlam in mij brandt, om de KNVB nog leuker en groter te maken. Over tweeënhalf jaar is de verkiezing. Ja, dan ben ik 65. Nou en? Joe Biden is 80. Al moet ik 80 worden, ik word bondsvoorzitter.’ Met een gierende lach: ‘Als het nodig is, laat ik me ombouwen.
‘Mijn plan is verschrikkelijk ambitieus. Just Spee is bij gebrek aan tegenstand herbenoemd. We hebben 1,2 miljoen leden en ééntje wil bondsvoorzitter van de KNVB zijn. Over een halfjaar neem ik een definitief besluit. Dan hebben we een halfjaar om het goed neer te zetten, eventueel met gebruik van crowdfunding onder de naam ‘Pieter bondsvoorzitter’, zodat ik professionals kan betalen. We laten een pamflet schrijven over waar het heen zou moeten met het Nederlandse voetbal. Een blauwdruk. Anders dan Spee wil ik me niet bezighouden met de Fifa en Uefa. Dat doet secretaris-generaal Gijs de Jong maar. Ik trek het land in, niet de wereld. De kern is: we willen met zijn allen wereldkampioen worden. Hoe gaan we dat met zijn allen flikken?’
‘Zootje is plat voor geheel. Sponsors, supporters, stichtingen, commissarissen, aandeelhouders. Wij zorgen ervoor dat Telstar ‘is’. Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Er zijn geen topclubs in dorpen en Velsen is een dorp in mijn ogen. AZ heeft altijd particuliere investeerders gehad. De broers Molenaar en Dirk Scheringa. Toen zij wegvielen, dreigde de club om te vallen. Dat uit dat enorme wrak bij AZ zoiets moois is ontstaan, is een godswonder en te danken aan de kwaliteiten van de nu werkzame mensen. Telstar zou kunnen opstomen in de vaart der volkeren, maar dan moeten we een Scheringa of Molenaar hebben.
‘Dus houd alsjeblieft op over sportieve prestaties en ‘we moeten naar boven’. Leg dan hier het geld neer voor de komende tien seizoenen. Dan gaan wij het realiseren. Maar op het moment dat je zegt: leg hier het geld neer, trekt iedereen zijn keutel in. Trainers willen altijd meer dan we kunnen, maar wij zijn er niet om de carrière van een trainer te financieren.’
‘Wij hebben nooit één euro subsidie ontvangen. Daarop mogen we trots zijn. Voor 1975 stond de gemeente Velsen garant voor het verlies van eredivisieclub Telstar, een half miljoen gulden per seizoen. Het is niet zo raar dat de club daarna is afgegleden, tussen aanhalingstekens. De gemeente vond hulp niet meer fatsoenlijk. Het mag ook niet meer, geld lenen en vervolgens kwijtschelden.
‘Wat wij opleveren? Ten minste één keer in de week, want ook de vrouwen spelen bij Telstar, een plek zijn van samenkomst. Daaraan beleven mensen voor, tijdens en na de wedstrijd plezier. Vooral in de derde helft, want die winnen we altijd. Mensen samenbrengen, daarvan heb ik het meest genoten. Ik heb het nooit erg gevonden dat we niet in de eredivisie speelden, want wij zijn een typische club voor de eerste divisie.
‘De club is vele malen belangrijker dan een incidenteel succes. We krijgen elke zes maanden een informatieverzoek van iemand die Telstar nog mooier denkt te kunnen maken dan het al is. Dan is het aan de aandeelhouders, dertien ondernemers die de club beheren, om te oordelen. Ze gaan altijd praten, maar het eindigt nooit positief. Ze willen pas afstand doen van hun aandelen als er zekerheden zijn voor sportief succes, met behoud van imago.’
‘Ik ga die uitspraak niet relativeren, want die uitspraak staat als een huis. Alleen: uitspraken gaan een eigen leven leiden en verliezen context. Ik zei dat in een gesprek over maatschappelijke en charitatieve doelstellingen van Telstar. De vraag daarop luidde: zijn jullie dan een stichting voor goede doelen? Ik antwoordde: nee, we zijn een voetbalclub, maar als je het in perspectief plaatst, is voetballen een lastige onderbreking van een geweldige avond. Een voetbalclub is veel meer dan twee keer 45 minuten.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden