Home

Achterstandswijk, Vogelaarwijk, kwetsbare wijk. Decennia aan woonbeleid maar de Schiedamse huizen schimmelen nog steeds

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Volkshuisvesting Woningcorporaties, wethouders, de overheid: decennialang kwamen ze met het ene na het andere plan voor de verloederde Schiedamse Staatsliedenbuurt. Toch bleven bewoners met beschimmelde huizen zitten. Een verhaal in vier hoofdstukken.

Sonja Rietkerken woont al twaalf jaar in de Schiedamse Staatsliedenbuurt, dat wil zeggen: ze woont al twaalf jaar in de schimmel. Niet dat ze dat meteen een probleem vond. Als student kon ze geen huis vinden en woonde ze in bij haar schoonfamilie – wát fijn dat zij en haar vriend in 2011 het huis aan de Schimmelpenninckstraat konden huren. Ja, enkel glas en tocht, alleen in de woonkamer een gaskachel. Zwarte vlekken op de muren en kozijnen. Maar ook vijftig vierkante meter, een aparte slaapkamer, fijne locatie. En vooral: een eigen huis.

In de tussentijd studeerde de inmiddels 28-jarige Rietkerken af, trouwde ze, kreeg het stel kinderen. Twee dochters, nu 4 en 7 jaar oud. Sinds vorig jaar zijn de hoge energieprijzen, in combinatie met de slechte isolatie, ook een probleem. De zwarte vlekken in het huis bleken na het poetsen terug te komen. Lelijk, vond Rietkerken. Problematisch werd de schimmel pas toen haar jongste dochter een luchtwegaandoening bleek te hebben. Van haar aanvankelijke enthousiasme over de woning is, kortom, weinig meer over.

Ruim 250 sociale huurwoningen in de Staatsliedenbuurt, waaronder die van Sonja Rietkerken, staan al tientallen jaren op de planning voor renovatie. De buurt werd gezien als een achterstandswijk, later een Vogelaarwijk en momenteel een kwetsbare wijk. Pogingen om één term te plakken op een veelvoud van problemen: relatief veel criminaliteit, bewoners die gemiddeld lager opgeleid zijn, vaker werkloos en daardoor armer dan in de rest van Nederland. Woningen in deze wijken zijn overwegend oud en slecht onderhouden. Sociale huur overheerst. In de Staatsliedenbuurt verhuurt woningcorporatie Woonplus bijna twee derde van de huizen.

Decennia aan volkshuisvestingsbeleid konden de Schiedamse Staatsliedenbuurt, en tientallen vergelijkbare wijken, niet uit de slechte lijstjes halen. Hoe kan dat? Een verhaal in vier hoofdstukken.

Wie vanuit de historische binnenstad van Schiedam een kwartier naar het noordwesten loopt, stuit op een reeks langwerpige, bakstenen portiekflats, ieder vier woonlagen hoog. Witte kozijnen, gele, vervallen gevels en metalen balkonnetjes wisselen elkaar af. Een typische jarenvijftigwijk. Snel neergezet, zonder al te veel oog voor kwaliteit, in een periode van wederopbouw, bevolkingsgroei en prangend woningtekort. Bijna elke middelgrote Nederlandse gemeente heeft een soortgelijke buurt.

Schiedamse gemeenteambtenaren merkten de opeenstapeling van problemen in de wijk in de jaren tachtig al op. De socialehuurwoningen waren destijds van de gemeente zelf, ondergebracht in het gemeentelijk woonbedrijf. Gebeurt er niks, zo schreven de ambtenaren in een intern beheerplan, dan vormen deze problemen in de toekomst „een ernstige bedreiging voor het woon- en leefklimaat”. In 1992 stelden ze een werkplan op. Het vastgoed in de wijk moest gerenoveerd worden. Einddatum: het jaar 2000.

Zover kwam het nooit. De destijds heersende privatiseringsgeest trof ook de volkshuisvesting: gemeentelijke woonbedrijven moesten zelfstandig worden. ‘Operatie-Heerma’, vernoemd naar minister van Volkshuisvesting Enneüs Heerma (CDA), was in 1995 afgerond.

De financiële situatie van de nieuwe Schiedamse woningcorporatie, de voorloper van Woonplus en de nieuwe beheerder van een groot deel van de Staatsliedenbuurt, was van meet af aan „niet rooskleurig”, zo schrijven ambtenaren in 1994. De vers geprivatiseerde organisatie begon met een negatieve balans van 42 miljoen gulden. De gevolgen waren voor de bewoners: het werkplan uit 1992 belandde in de prullenbak.

Ook latere programma’s haalden weinig uit. In 2007 kreeg de Staatsliedenbuurt een nieuwe kans. Samen met een veertigtal andere buurten kreeg ze het stempel ‘Vogelaarwijk’, naar toenmalig minister voor Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar (PvdA). Een geldinjectie van 250 miljoen euro per jaar – opgebracht door alle Nederlandse woningcorporaties tezamen – moest deze locaties binnen tien jaar aanzienlijk verbeteren. Zelf noemde minister Vogelaar de buurten ‘krachtwijken’ of ‘prachtwijken’, maar die termen beklijfden minder dan haar achternaam.

Woonplus kreeg ruim 5 miljoen euro voor de wijk Nieuwland, waarin ook de Staatsliedenbuurt ligt. Dit ging vooral naar sociale projecten, zegt de corporatie. Bewoners met en zonder migratieachtergrond werden onder de noemer van een mentorprogramma aan elkaar gekoppeld, er werden wandelmiddagen en speelactiviteiten op pleinen voor kinderen georganiseerd. Op de planning stonden ook fysieke projecten, zoals het gereed maken van woningen voor ouderen.

Een jaar na het begin van de Vogelaaraanpak brak de economische crisis uit en werd bezuinigen in iedere bestuurslaag het devies. Ook bij corporaties, die al niet onverdeeld fan waren van het programma: corporaties die geen geld kregen voor eigen slechte buurten, moesten wel meebetalen voor problemen in andere gemeenten. In 2012 ging de aanpak stilletjes heen.

Een jaar later evalueerde het Sociaal en Cultureel Planbureau het Vogelaarbeleid. De conclusies waren hard: op sociale stijging, de verbetering van inkomens, veiligheid en leefbaarheid in de wijken was geen effect waar te nemen. In tegenstelling tot de gestelde doelen was buurtparticipatie juist áfgenomen.

Wat er destijds gebeurde op de koopwoningmarkt was voor de meerderheid van de Nederlanders – zo’n 57 procent bezat destijds een eigen huis – prangender. Door de financiële crisis daalden de huizenprijzen fors en zakte de markt in elkaar. Verkopen bleven uit, nieuwbouwprojecten kwamen stil te liggen, doorstroom stokte.

Dit veranderde vanaf 2013, eerst mondjesmaat en daarna hard, toen de hypotheekrente begon te dalen en de prijzen te stijgen. In 2017 jubelde Stef Blok, destijds minister voor Wonen onder Rutte III, dat de woningmarkt weer „als een zonnetje” draaide. Reden genoeg om de portefeuille in zijn geheel af te schaffen. In Het Financieele Dagblad grapte de vertrekkend minister: „Ik ben de eerste VVD’er die een heel ministerie heeft doen verdwijnen!”

Maar de socialehuursector gleed af. In deze periode besmeurde een reeks financiële en bestuurlijke schandalen de reputatie van corporaties. Niet alleen de foute, waaronder het grote Vestia in Rotterdam, maar álle corporaties werden gestraft. Dat gebeurde middels de in 2013 ingevoerde verhuurderheffing, een extra belasting op sociale huurwoningen. Dit kostte corporaties zo’n 1,7 miljard euro per jaar.

Dat had grote gevolgen. Sinds 2013 is het jaarlijkse aantal door woningcorporaties gebouwde huizen gehalveerd. Tegelijkertijd bleven ze panden slopen en verkopen. Zo nam het aantal huizen dat Woonplus in Schiedam in beheer had sinds 2000 met bijna 4.500 woningen af, ruim een kwart van het totaal.

In heel Nederland liepen wachtlijsten voor sociale huur op. De gemiddelde wachttijd ligt nu op zeven jaar, in sommige gemeenten op tien tot twintig jaar. En de leefbaarheid in bijna tweehonderd Nederlandse wijken in vijftig gemeenten, waarschuwde koepelorganisatie voor woningcorporaties Aedes vorig jaar, staat „structureel onder druk”.

In deze wijken wonen bij elkaar 1,1 miljoen mensen.

Op de eerste verdieping van een van de langwerpige flats geeft een 59-jarige bewoonster op een zaterdagmiddag in maart een rondleiding. Het appartement van ruim zeventig vierkante meter voelt krap. Vijf volwassenen en zeven kinderen, van peuters tot tieners, zoeken er hun plek in de woonkamer en keuken. De bewoonster heeft doordeweeks een kinderopvang aan huis. In het weekend lopen buurtgenoten, kinderen, kleinkinderen en hun vrienden de woning in en uit.

Zij en haar man wonen hier achttien jaar en zijn bijna nooit alleen, vertelt de vrouw in de kleine keuken, terwijl ze een jengelende peuter op haar arm houdt. Het echtpaar kreeg de woning in eerste instantie tijdelijk toegewezen. Het blok zou gesloopt worden. Maar de tijd verstreek, het huurcontract werd nooit beëindigd. De bewoonster is bang voor problemen met woningcorporatie Woonplus, en wil daarom niet met haar naam in de krant.

De randen van de keuken zijn zwartgekleurd van de schimmel, het raamkozijn in de woonkamer is bevlekt. De verf van het plafond in de badkamer bladdert af. De vrouw zet de ventilator aan, maar de bladen bewegen niet. „Die heeft Woonplus vorig jaar geplaatst om van de schimmel af te komen”, zegt ze. „Maar hij heeft nooit gewerkt.”

Het Longfonds waarschuwt dat schimmels in huis gezondheidsklachten kunnen veroorzaken en bestaande luchtwegaandoeningen, zoals astma, kunnen verergeren. Bewoonster Sonja Rietkerken maakt zich zorgen om haar dochter, die zo’n aandoening heeft. „Bij een kleine verkoudheid lijkt ze half dood te gaan”, zegt ze. „Dan krijgt ze nauwelijks lucht en begint ze te Source: NRC

Previous

Next