Home

Het zal onderhand toch duidelijk zijn voor Adema: zonder stok achter de deur komt hij er niet

Bij onderhandelingen die ergens toe leiden hebben beide partijen doorgaans iets te verliezen. Dat evenwicht is zoek in het landbouwoverleg.

Iedere wethouder die weleens te maken heeft gehad met de aanleg van een nieuwe doorgaande weg waar huizen voor moesten sneuvelen, had het minister Piet Adema van Landbouw kunnen vertellen: zonder stok achter de deur ben je kansloos. Wie verkoopt immers z’n huis in de wetenschap dat de overheid het heel graag wil hebben en naarmate de tijd vordert alleen maar gretiger zal worden?

De dreiging van onteigening is sinds jaar en dag die stok achter de deur. Het is een zwaar instrument, dat alleen mag worden ingezet bij een evident algemeen belang en nadat er zorgvuldig ‘minnelijk overleg’ is gevoerd, maar het is uiteindelijk wel een onmisbaar wapen.

Geen wonder dat het een van de speerpunten was in de succesvolle verkiezingscampagne van de BoerBurgerBeweging (BBB): géén onteigening. Veel minder logisch is dat het BBB-standpunt, vooral door toedoen van het CDA, inmiddels ook dominant is geworden in de opstelling van de regeringscoalitie. Daar leeft de hoop dat de uitkoopregeling voor de stikstofpiekbelasters zo aantrekkelijk is, dat duizenden veehouders zich gaan melden zodra het loket opengaat.

Heel waarschijnlijk is dat echter niet. Al is het maar omdat voor de veehouders weinig op het spel staat. Wat is het risico als ze met de handen over elkaar blijven zitten? In dit geval zou het risico eigenlijk niet eens de dreiging van onteigening zijn, maar slechts het intrekken van de natuur- en milieuvergunningen. Maar ook dat dreigement durft het kabinet niet aan, uit angst dat de snelwegen weer vollopen met trekkers en kiezers massaal overstappen naar Caroline van der Plas.

Wat er van deze patstelling komt, werd deze week duidelijk in het Wassenaarse restaurant De Landbouw, waar het al maanden durende overleg over een nationaal Landbouwakkoord opnieuw niet tot een doorbraak leidde. Er zijn tal van meningsverschillen, maar in de basis komt het steeds hierop neer: een kabinet dat juridisch is gedwongen om aan te sturen op een sanering van de intensieve veehouderij, zit tegenover een sector die zich met hand en tand verzet en die zelfs de noodzaak betwist. Probeer het dan nog maar eens te worden. Over verduurzaming wil de sector best meedenken, maar ook daarin wil hij nergens toe worden gedwongen en wel ruim worden gecompenseerd.

Bij onderhandelingen die ergens toe leiden hebben beide partijen doorgaans iets te verliezen. Het uiteindelijke compromis is misschien niet helemaal wat ze wilden, maar toch minder erg dan het alternatief: geen compromis. Het probleem met de landbouwonderhandelingen is dat het kabinet met de rug tegen de muur staat – als het niets doet komt de vergunningverlening voor de bouw nooit meer op gang – en dat de sector intussen rustig kan afwachten. Geen compromis is voor de veehouders ook een prima optie.

Het enige wat het kabinet te bieden heeft, is een grote zak met geld, die alleen maar groter zal worden naarmate de druk toeneemt. De dreiging van het intrekken van vergunningen, uiteraard inclusief volledige schadeloosstelling van de getroffen boeren, is het enige dat dit proces binnen afzienbare tijd uit het moeras kan trekken. Er is alleen wat politieke moed voor nodig.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next