Home

Met een uitnodiging van de Arabische Liga is Bashar al-Assad terug in het centrum van de macht

Lange tijd wilde bijna niemand iets te maken hebben met Bashar al-Assad. Leiders in de regio meden de Syrische president als de pest. Ze noemden het regime in Damascus moorddadig, crimineel en – in de woorden van de Saoediërs in 2013 – een ‘massavernietigingswapen’.

Tegenwoordig, een decennium later, hoor je heel andere taal van regeringsleiders in het Midden-Oosten. Als ‘winnaar’ van de bloedige burgeroorlog in zijn land is de 57-jarige Assad bezig aan een comeback op het regionale toneel. Vergeten lijken de politieke gevangenen, de aanvallen met gifgas, de miljoenen vluchtelingen en ontheemden, de vatenbommen op woonwijken en de naar schatting 500 duizend doden.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).

Vrijdag mag Assad voor het eerst sinds ruim een decennium weer aanschuiven bij een vergadering van de Arabische Liga, een belangrijk overlegorgaan met 22 lidstaten. Syrië werd als lid geschorst nadat Assad de protesten van zijn burgers in 2011 keihard had neergeslagen. Plaats van handeling, anno 2023: Saoedi-Arabië, het land dat op het hoogtepunt van de Syrische burgeroorlog nog volop oliedollars en wapens stuurde naar anti-Assad-strijders. Een 180-graden-draai, kortom, die prangende vragen oproept: hoe heeft Assad dit geflikt? En welke prijs moet hij ervoor betalen?

De aardbeving
In het noorden van Syrië, thuishaven voor miljoenen ontheemden en zwaar geplaagd door de oorlog, volgde begin februari een nieuwe klap: door een nachtelijke aardbeving in het Syrisch-Turkse grensgebied stortten duizenden huizen in en raakten miljoenen mensen dakloos. Een reden voor nationale rouw, zou je denken, maar in zijn eerste tv-toespraak na de ramp repte Assad van een ‘kans’.

Al gauw bleek waarom. Leiders in de hele regio grepen de tragedie aan om de banden met Damascus aan te halen, onder het mom van condoleances en humanitaire hulp. Het kleine Oman (dat de banden nooit verbrak) rolde de loper uit voor een staatsbezoek, en uit Egypte kwam er – voor het eerst in jaren – een telefoontje van president Abdel Fattah el-Sisi. Verrassend? Niet echt. In de regio leeft al langer het besef dat pogingen van de internationale gemeenschap om Assad met sancties op de knieën te krijgen zijn mislukt. Om die reden gooiden de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) het in 2018 over een andere boeg en heropenden ze hun ambassade in Damascus. Sindsdien is de dialoog tussen de landen hervat.

De echte ‘testcase’ was zwaargewicht Saoedi-Arabië, dat doorgaans de lijnen uitzet voor een groot deel van de regio. Riyad stuurde een vrachtvliegtuig vol hulpgoederen, een breuk met het staande beleid om Assad te isoleren. Diezelfde week zei de Saoedische minister Faisal bin Farhan Al Saud (Buitenlandse Zaken) dat de status-quo in Syrië ‘onwerkbaar’ was. Het roer moest om.

Dooi tussen Iran en Saoedi-Arabië
Op 10 maart volgde een tweede aardschok, maar dan diplomatiek. Tot ieders verrassing tekenden de oude aartsrivalen Iran en Saoedi-Arabië (na geheime Chinese bemiddeling) een akkoord op hoofdlijnen om de relaties te herstellen. Het vliegverkeer tussen de landen wordt hervat en Iraanse pelgrims zijn weer welkom om te komen bidden in Mekka.

Belangrijker: het akkoord was een signaal voor de hele regio dat er een nieuwe, meer pragmatische wind gaat waaien. Rivaliteit (Saoedi-Arabië versus Iran) moet plaats gaan maken voor machtsdeling. De diplomatieke opening naar Assad, al jaren een vaste klant in het pro-Iraanse kamp, past daar naadloos in.

Om broederschap en vrede gaat het de 37-jarige Saoedische kroonprins Mohamed Bin Salman overigens niet, eerder om eigenbelang. Hij wil een stabieler Midden-Oosten (en dus ook een stabieler Syrië), in de wetenschap dat internationale bedrijven het anders niet aandurven de portemonnee te trekken voor zijn futuristische megastad Neom. Ze zijn het hart van de nieuwe economie die hij wil bouwen voor wanneer de olie opraakt. Toerisme, sport en entertainment zijn de nieuwe speerpunten.

Bij dit alles speelt mee dat de Amerikanen, traditioneel de belangrijkste bondgenoot van de Golfstaten, steeds minder interesse tonen in het Midden-Oosten en er het initiatief zijn kwijtgeraakt. Hun anti-Assad-standpunt – inclusief sancties – legt minder gewicht in de schaal. Het feit dat de Chinezen, Washingtons grootste rivaal, de Iraans-Saoedische deal wisten te voltooien, is in dat verband een veeg teken. Niemand durft nog alléén op Washington te leunen, dus verbreedt kroonprins Bin Salman zijn vriendenkring met Poetin, Xi Jinping en – inderdaad – Assad.

Oude vijanden worden zakenpartners. Het is, zoals Midden-Oosten-expert Steven Heydemann opmerkt op de website van het Amerikaanse Brookings-instituut mogelijk de grootste verschuiving in de regio sinds de Amerikaanse Irak-inval (2003). Eerder sloot Bin Salman de leiders van Qatar en Turkije na jaren van spanningen weer in de armen (datzelfde Qatar doet overigens niet mee aan de ‘normalisatie’ van Assad).

Niets lijkt taboe. Bij Bin Salman moet alles voor zijn (economische) binnenlandagenda wijken. Ook naar een Saoedische exit uit de burgeroorlog in Jemen wordt driftig gezocht, en ook daar helpt de dooi met Iran een handje: in de Jemenitische hoofdstad Sanaa zit sinds 2015 een pro-Iraanse regering, geleid door de Houthi-clan. Syriëkenner Fabrice Balanche (Universiteit van Lyon) denkt dat Riyad en Teheran de dossiers Jemen en Syrië tegen elkaar hebben uitgeruild in een klassiek staaltje koehandel. ‘Iran neutraliseert de Houthi’s. In ruil daarvoor helpen de Saoediërs Irans bondgenoot Syrië.’

Captagon
Voorlopig is Assad spekkoper, en krijgt hij een plek aan tafel zonder daar iets voor te hoeven doen. De komende tijd moet dat gaan veranderen. Bovenaan de agenda: captagon, de amfetaminepil die in recordtempo het belangrijkste Syrische exportproduct is geworden. Volgens schattingen verdient Damascus er jaarlijks 5,5 miljard euro aan, met een hoofdrol voor Assads directe familie, onder wie zijn broer Maher al-Assad en zeker acht andere familieleden. Ze staan allemaal op de Amerikaanse sanctielijst.

Veel van de pillen belanden in het uitgaanscircuit in de VAE en Saoedi-Arabië, het voorheen oerconservatieve koninkrijk waar jongeren nu dansen bij concerten en woestijnraves. Met een captagonpilletje kun je dagenlang doorgaan zonder te slapen. De laatste zes jaar onderschepte de Saoedische douane een geschatte 600 miljoen pillen, verstopt in ladingen koffiemelk en granaatappels. In eigen land maakte Riyad een paar jaar geleden al melding van 200 duizend drugsverslaafden. Bin Salman wil de toevoer stoppen, en heeft Assad dus nodig. Noem het de ironie van de oorlog: van Syrië is weinig meer over dan een kapotgeschoten narcostaat, maar diezelfde drugs zijn nu een troefkaart in handen van Damascus.

Volgens een bron van persbureau Reuters kan Syrië een zak geld (3,7 miljard euro) verwachten in ruil voor het dichtdraaien van de drugskraan. Probleem is alleen: dat geld kan Damascus niet zomaar bereiken. De reeds genoemde Amerikaanse sancties zijn volop van kracht, waardoor investeringen (en wederopbouw) in Syrië ondenkbaar blijven. Ter illustratie: de VAE-regering in Abu Dhabi staat te trappelen om een zonnepark aan te leggen waarmee Syriërs van stroom kunnen worden voorzien, maar durft het vanwege de sancties niet aan.

Assads terugkeer aan tafel is dus vooral een symbolische stap. ‘Het begin van een lange weg’, aldus Ibrahim Hamidi, de Syrische hoofdredacteur van tijdschrift Al Majalla. ‘Op de lange termijn is het plan om de Syrische staat niet te isoleren, maar juist financieel te stutten.’ De stok (sancties) moet plaatsmaken voor een wortel (geld). Maar in Washington wil niemand daar nog aan. Sterker: in het congres ligt nu een wetsvoorstel om de sancties uit te breiden. Iedere vorm van ‘normalisatie’ met Assad zou daarbij afgestraft moeten worden.

Een ander vraagteken is het Assad-regime zelf, waarvan sommigen betwijfelen of het eventuele beloftes kan nakomen. Behalve het regime zitten ook het Libanese Hezbollah en Iraanse milities diep in de drugshandel, en het is onduidelijk hoeveel macht Damascus over hen kan uitoefenen. ‘En als de miljardensteun uit de Golf uitblijft, kan Assad de productie ook weer opvoeren’, zo zegt Joseph Daher, als Syrië-onderzoeker verbonden aan het European University Institute in Florence.

Vluchtelingen
Een tweede troefkaart in Assads handen zijn de naar schatting 7 miljoen Syrische vluchtelingen, levend in de buurlanden Jordanië, Libanon en Turkije. Al die landen willen van hen af, en hebben daar het regime voor nodig. In zowel Turkije als Libanon gaan presidentskandidaten momenteel de boer op met de belofte miljoenen Syriërs terug te sturen.

Voorlopig is dat wensdenken: niemand wil de vluchtelingen hebben, ook Damascus niet, ofschoon de Syrische regering naar buiten toe wel die schijn ophoudt. De oud-opstandelingen met een politiek profiel beschouwt Assad als een veiligheidsrisico. De anderen heeft hij niets te bieden: geen werk, fatsoenlijk leven of toekomstperspectief. Serieuze voorbereidingen voor terugkeer worden daarom niet getroffen. Het weerhoudt zijn regering er niet van de vluchtelingenkaart te spelen in de onderhandelingen. Samengevat: eerst betalen v Source: Volkskrant

Previous

Next