‘Zeg, vind jij echt dat we voorlopig genoeg gebladerde objecten bezitten die geen boom zijn?’ (Het woord ‘boek’ wil ze niet meer horen.)
Stilte.
‘Want ik zie hier een naar verluidt zeer lezenswaardige Deense vriend uit 1901.’ (Als het woord ‘boek’ niet meer mag, noem ik ze gewoon ‘vriend’. Aesopische taal, bedienden de Sovjet-collega’s zich al van, meesters van de gecodeerde toespeling om de censor te omzeilen.)
(Bovendien ervaar ik ze ook zo. Beetje als Van Vollenhoven en z’n gevleugelde vrienden, Pim Jacobs en Louis van Dijk.) (Vollenhoven heeft nu twee gevleugelde urnen op z’n Steinway staan, niet leuk. Terwijl ik wel achtduizend gebladerde vrienden heb die geen boom zijn.) (Gelukkig heeft Margriet heel veel gebladerde vrienden die juist wel een boom zijn.)
‘Irene.’
Wees blij dat ik geen jukeboxen verzamel, zeg ik tegen mijn vriendin Jet. Of gitaren, zoals een columnist die ik ken. Hij heeft er een paar honderd, waarvoor hij een aparte loods huurt, op een geheim adres, ik denk omdat hij niet wil dat ze ervoor met een busje uit de Balkan komen, en hij bij zijn loods aankomt en al zijn gitaren foetsie zijn, en dat hij de eerste pas terugziet tijdens het Songfestival, om de nek van de ex-Joegoslavische inzending. Die columnist, ik zal zijn naam maar niet noemen, heeft van die honderden gitaren er vijf thuis staan, en om de zoveel tijd ververst hij ze. Wil je dat soms liever?
Stilte.
Wat mijn vriendin Jet niet moet vergeten, is dat ik haar destijds ook een beetje heb versierd omdat ze samen met haar vader Pieter een gids had geschreven waarmee je boeken kunt verzamelen, geheten Steinz, Gids voor de wereldliteratuur, een naslagwerk vol lemma’s, lijsten en schema’s met literaire meesterwerken die je nog zou kunnen aanschaffen. Zo’n vrouw, dacht ik, met zo’n boek op haar naam, zal er geen bezwaar tegen hebben als ik zo nu en dan eens een tweedehands gebladerd vriendje dat geen boom is op de kop tik. Moet ze wel even meenemen in d’r overwegingen.
Stilte.
Het punt is dat we in een museum wonen, tijdelijk. De hut staat op Funda, en is angstaanjagend netjes opgeruimd. Niks slingert rond. Alle kasten zijn precies vol. Als er hier één gebladerde vriend die geen etc. etc. is wordt bezorgd, dan rijst ogenblikkelijk de vervolgvraag waar we hem laten – dat is wel zo, ja.
‘Nergens.’
(Mooi, het praat weer.)
Maar ook is het punt dat ik juist nu een duivelse doorverzamellist heb verzonnen. De bodem begint namelijk in zicht te raken, een probleem waar iedere hoarder mee te maken krijgt, op een dag zijn de jukeboxen op, uitverzameld, klaar. Met boeken kan dat nauwelijks, maar met meesterwerken des te beter, kan ik mededelen. Er zijn twee vijvers, zou je denken, de Hollandse sloot en de Wateren der Wereldliteratuur (prachtig gezegd), waarin nauwelijks overlap zwemt (minder prachtig gezegd, maar je doet ’t er maar mee, groetjes).
Toch zijn onze eigen klassiekers niet slechter dan de wereldtop. Heeft mij aan het denken gezet. Zou dat in Albanië ook zo zijn? En in Uruguay?
Sindsdien vertaal ik met Google ‘de beste Uruguayaanse gebladerde vrienden ooit’ in het Uruguayaans, en zoek dan met wat daaruit komt in Uruguay naar de beste gebladerde Uruguayaanse vrienden. Redelijk geniaal.
Stilte.
Source: Volkskrant